Jo Blommaert Illustratie : Sandra Schrevens
...

Jo Blommaert Illustratie : Sandra Schrevens ?WAAROM HOU JE VAN MIJ ?? Dat zal in de loop der tijden al wel heel vaak gevraagd zijn. Net als ?Wie ben ik ?? of ?Moeder, waarom leven wij ??. Maar in tegenstelling tot deze existentiële vragen, wordt ?Waarom hou je van mij ?? niet noodzakelijk in tijden van wanhoop gesteld, maar gewoon tussendoor in de loop van een gesprek, of zelfs tijdens het minnespel. Eigenlijk moet het antwoord ook niet per se oprecht zijn : je wil iets horen dat de ijdelheid streelt of minstens het zelfvertrouwen opvijzelt. Mensen krijgen daar nooit genoeg van. Nu blijkt uit recent onderzoek dat het stellen van deze vraag niet helemaal vrij is van risico. In het Nederlandse tijdschrift Psychologie werd dat onlangs uit de doeken gedaan. De auteurs verwijzen naar studies waarbij aan mensen met een vaste partner gevraagd werd of ze zich gelukkig of ongelukkig voelden in hun relatie. Later werd aan een deel van hen gevraagd uit te leggen WAAROM hun relatie goed of slecht liep. Je zou verwachten dat het antwoord op die waarom-vraag de logische verklaring zou geven voor het al dan niet klikken : iemand die zich niet goed voelt binnen een relatie, vertelt wat er allemaal aan schort, en iemand die in de zevende hemel zweeft, zegt wat er zo fantastisch is aan het samen-zijn met de ander. Vreemd genoeg bleek elke logica zoek... Er volgde een nog verrassender, en voor sommigen allicht onrustbarender vaststelling. Toen in een volgende fase van het onderzoek aan dezelfde mensen opnieuw de eerste vraag werd gesteld (hoe voel je je in je relatie ?), gaven ze een ánder antwoord dan de eerste keer. En nu baseerden ze hun antwoord op wat ze bij de waarom-vraag hadden gezegd. Het verschijnsel is op zijn minst bizar te noemen, maar blijkt eenvoudig te verklaren. Globaal kan je stellen dat onze mening niet alleen op denken berust maar ook op voelen. Dat bij de beoordeling van een schilderij gevoelsargumenten meespelen, lijkt aannemelijk. Om aan te tonen dat dat ook het geval is bij bijvoorbeeld het beoordelen van politici, verwijst Psychologie naar een onderzoek rond de Nederlandse politicus Hans Van Mierlo. Nu lopen er weinig politici rond die zo charmant en innemend zijn als Van Mierlo. In eigen land is er met de beste wil geen voorbeeld te vinden dat een vergelijking met de voorman van de progressief-liberale partij D66 kan doorstaan. Terwijl je er niet hoeft aan te twijfelen dat Van Mierlo een hoofdrol speelt in menige erotische droom. In die zin is hij als onderzoeksobject niet echt neutraal te noemen. Maar toch. In het onderzoek werd aan Nederlanders gevraagd wat zij voor de politicus voelden, hoe ze over hem dachten en wat hun globaal oordeel was. Opvallend resultaat : het algemene oordeel van de ondervraagden over Van Mierlo bleek veel beter te voorspellen uit wat zij voor hem voelden dan uit wat zij over hem dachten. In het dagelijkse leven zullen mensen nochtans zelden over hun gevoelens voor een politicus praten als ze een oordeel over hem vellen. Ze zullen eerder rationele argumenten aanhalen. Volgens de Amerikaanse sociaal-psycholoog Timothy Wilson doen ze dat omdat díe argumenten geloofwaardig klinken in tegenstelling tot de emotionele, en omdat ze eenvoudig te verwoorden zijn en toevallig in je hoofd opkomen. Hetzelfde mechanisme is er in liefdesrelaties. Je houdt van je partner op basis van gevoelsmatige, moeilijk te verwoorden factoren. Om de waarom-vraag te beantwoorden, zoek je onbewust naar redenen die eenvoudig te formuleren zijn en redelijk lijken, in plaats van de echte (emotionele) redenen te vermelden. De kans is natuurlijk groot dat de rationele redenen niet overeenkomen met wat je werkelijk voelt en vindt. En sterker nog : als je daarna nog eens aan het denken wordt gezet, is het logisch dat je teruggrijpt naar de redelijke argumenten, met het risico dat die je een nieuw oordeel geven. Anders gezegd : de conclusie zou wel eens kunnen zijn dat de liefde minder groot is dan aanvankelijk gedacht. Geruststelling : hoe vaker mensen over de waarom-vraag nadenken en hoe langer hun relatie duurt, hoe eenvoudiger het voor hen is redelijke argumenten te noemen die bij hun mening aansluiten en die een meningsverandering voorkomen. De auteurs van het artikel besluiten dat ze zelf lang genoeg getrouwd zijn om zonder schroom antwoord te kunnen geven op de vraag van hun huwelijk. Ze raden prille minnaars aan voorlopig niet aan hun partner te vragen waarom die van hen houdt. Maar daar zullen die geen boodschap aan hebben : de waarom-vraag is voor hen veel prangender dan voor een koppel dat bezadigd in het foto-album van hun gouden bruiloft bladert.