:: Reacties : tessa.vermeiren@knack.be
...

:: Reacties : tessa.vermeiren@knack.be :: www.weekend.be Op de site van Weekend Knack ontdekt u wat u op tafel kunt zetten, waar u uw vakantie kunt doorbrengen, wat u in uw kleerkast moet hebben, hoe u uw huis renoveert... En u kunt er ook uw mening kwijt.Rutger Kopland (71) is psychiater en dichter. Vaak in zijn leven is hij in de weer geweest met het zoeken naar de mechanismen van het dichten, en met de gelijkenis tussen de methodes die hij daarbij hanteerde en de manier waarop een psychiater te werk gaat om zijn patiënt bij zijn gevoelens te brengen. In een lang interview in Filosofie Magazine probeert hij toe te lichten wat dat verband is tussen die twee werelden waarin hij altijd heeft geleefd. Het gaat volgens hem over waarheid. "De waarheid die zich alleen prijsgeeft als je de juiste vragen stelt." En wat is dan de waarheid ? Wat je vindt door "openheid, nieuwsgierigheid en creativiteit". Dichters en psychiaters hebben volgens Kopland "dezelfde empathie, dezelfde gevoeligheid voor non-verbale communicatie en oog voor het unieke". Wat doet dan poëzie, net als muziek, met een mens ? "Op de een of andere manier", zegt Kopland, "komt het in aanraking met delen in je kop die je verbaal niet kunt bereiken, die te maken hebben met schoonheid." Niet altijd via de wegen van de esthetiek vind je die dieper liggende lagen van je zijn. De confrontatie met het ruwe, met het wrede, met het onverwerkte kan onverwachte bronnen van waarheid aanboren, die je dichter bij het ervaren van woordenloze schoonheid brengen. Niet zo lang geleden las ik een essay van Erwin Mortier over het mechanisme van het schrijven als het onbemeesterbare, de alchemie, het ondoorgrondelijke. Datgene waarover de schrijver of de dichter niet noodzakelijk controle heeft. Dat schoonheid zo dus wordt geboren : vanuit een duistere bron die men niet heeft gezocht. Mortier bracht die tekst niet toevallig voor een gezelschap van psychotherapeuten en diende zo op zijn beurt ook weer als brug tussen die twee werelden, die van het schrijven en die van het behoedzaam werken met het wezen van de mens. Met zijn zijn of zijn ziel, of hoe u het verkiest te noemen. De kracht van het woord kan tegelijk de onmacht ervan zijn. Het woord kan proberen te omschrijven, te catalogiseren, te benoemen. Maar onwillig als het is, laat het zich niet altijd dwingen, niet gevangenzetten, niet kneden. Het lijkt of de woorden bestaan in ons op een rebelse manier. Onderduikers zijn het, die een eigen leven leiden. Wat we willen zeggen of schrijven is niet altijd wat wordt gehoord of gelezen. Wat wij begrijpen, is niet steeds wat wordt bedoeld. Maar soms zijn melodie en / of toon zo juist dat ze recht naar ons hart gaan. Dat ze ons beroeren. Dat ze ons confronteren met onze eigen diep verborgen waarheden en die een leven gunnen. Wie woorden lichtvaardig gebruikt, krijgt ze soms als een boemerang terug in zijn gezicht. Men blijft niet ongestraft schelden, dat heeft zelfs de redelijk onverzettelijke Karel De Gucht onlangs mogen ondervinden. In deze tijd van ironie en badineren is niets of niemand meer veilig voor de Sancho Panza's die het woord gebruiken als wapen. Alles, letterlijk alles, wordt de dag van vandaag kapot geïroniseerd met ampel misbruik van het woord. Wie durft woorden in een ander register te plaatsen, wordt door de ridders van de ironische orde neergesabeld. Het is immer, volgens hun spelregels, ten strengste verboden om woorden met gevoelens te beladen. Bewondering, in woorden uitgedrukt, is in hun ogen al helemaal niet meer van deze tijd. Toch zijn zij het die lijken te regeren in deze tijden van holle woorden, de scherprechters van het verkeerd begrepen alfabet. De waarheid geeft zich alleen prijs als men de juiste vragen stelt, zegt Kopland. Wie de waarheid niet wil kennen, stelt geen vragen. Hij begraaft wat hij niet wil zien liever onder een regen van giftige pijlen. Aanvallen is in zijn ogen beter dan de eigen kwetsbaarheid te durven ontbloten. Alleen weke dichters en halfzachte therapeuten durven dat blijkbaar nog in deze tijd. Gelukkig maar. TESSA VERMEIREN