De geschiedenis blijft zich herhalen en ook de automobielindustrie ontsnapt daar niet aan. Dertig jaar geleden namen de Japanners de Europese markt bijna stormenderhand in, met goedkope producten die vrij volledig waren uitgerust. Goed tien jaar geleden was het de beurt aan de Koreanen en in mindere mate aan de Maleisiërs, die op hun beurt dreigen te worden ingehaald door de Indiërs (let op Tata!) en misschien de Indonesiërs. De Japanners leveren ondertussen benijdenswaardige producten af waarvan de betrouwbaarheid bij elke nieuwe enquête - tot spijt van wie het benijdt - uitzonderli...

De geschiedenis blijft zich herhalen en ook de automobielindustrie ontsnapt daar niet aan. Dertig jaar geleden namen de Japanners de Europese markt bijna stormenderhand in, met goedkope producten die vrij volledig waren uitgerust. Goed tien jaar geleden was het de beurt aan de Koreanen en in mindere mate aan de Maleisiërs, die op hun beurt dreigen te worden ingehaald door de Indiërs (let op Tata!) en misschien de Indonesiërs. De Japanners leveren ondertussen benijdenswaardige producten af waarvan de betrouwbaarheid bij elke nieuwe enquête - tot spijt van wie het benijdt - uitzonderlijke resultaten laat zien. Bij de Koreanen heeft Hyundai lange tijd het peloton aangevoerd, tot Daewoo een paar jaar geleden het wonder nog eens wilde overdoen. Hyundai, aanvankelijk met Mitsubishi-verwante motoren, heeft inmiddels zijn sporen verdiend, en werpt zich nu ook in de hogere klassen op als een bescheiden concurrent. In de lagere middenklasse vervangt de nieuwe Accent de Excel. Hij heeft de wat gratuite bolronde lijnen achter zich gelaten, en hij is aardig gegroeid: de nieuweling meet 4,23 meter en is daarmee 13 cm langer dan zijn voorganger en 11 cm dan bijvoorbeeld de jongste Opel Astra. Belangrijker is de toename van de wielbasis met 4 cm: een ingreep die de passagiers achterin ten goede komt. De eerste indruk achter het stuur is er een van veel kunststof én van een volledige uitrusting. En van weinig smaakvolle kleuren voor de stoelen: een terugkerend euvel, dat ook Europese fabrikanten treft. De Japanse les indachtig, brengen de Koreanen zeer complete auto's op de markt. De GLSi-versie waarmee we reden, heeft een in de hoogte verstelbaar stuur, een asymmetrisch neerklapbare achterbank, een volwaardig reservewiel, centrale vergrendeling en een toerenteller. En alsof dat nog niet volstond, wordt de veiligheid gediend met twee frontale airbags maar er is geen ABS. Wij hebben het liever andersom, en bovendien moet voor ABS nu 24.999 fr. worden bijbetaald. Onder de kap heeft de koper de keuze tussen een 1,3-liter (86 pk) en een 1,5-litermotor (die slechts 4 pk meer op de voorwielen overzet). Daarom kozen we voor de kleinste viercilinder die, op een paar details na, van de Excel is overgenomen. Die motor komt onderweg aardig op dreef, ondanks de bescheiden cilinderinhoud. De wagen beschikt zelfs over een redelijke soepelheid en heeft eigenlijk alles waaraan Jan Modaal behoefte heeft. Het verbruik valt mee, en dat is niet vanzelfsprekend: door zijn groei is de opvolger van de Excel wat aangekomen en weegt nu 990 kilogram. Wie een normaal rijgedrag aanhoudt, komt met 8 liter per 100 kilometer rond. En dat voor een middenklasser. Maar het meest positieve aan deze Accent is natuurlijk de prijs-kwaliteitverhouding. De 3-deurs basisversie (één airbag, geen centrale vergrendeling) staat voor 359.000 fr. in de showroom, met 3 jaar garantie met een maximum van 100.000 km. Dat is de prijs van pakweg de Smart, als u begrijpt wat we bedoelen. Dat de wagen wat persoonlijkheid en uitstraling mist, zal de rationele koper allicht een zorg zijn. PIERRE DARGE