Een bal die in de ouderlijke woonst van de trap stuitert, het gereutel van de verwarmingsbuizen in mijn eerste studentenkot : God weet waar het goed voor is, maar ik ben gezegend met een opmerkelijk auditief geheugen. De soundtrack van meer dan een half mensenleven zit onderhand in mijn hoofd opgeslagen. Een hoofd waarin een acuut plaatsgebrek dreigt sinds ik genadeloos ben overgeleverd aan de piepjes, biepjes en bliepjes van het moderne bestaan. Via telefoons, wekkers, magnetrons, auto's, thermostaten, liften en alle mogelijke apparaten sturen ze ons door het leven en beheersen ze ons denken ...

Een bal die in de ouderlijke woonst van de trap stuitert, het gereutel van de verwarmingsbuizen in mijn eerste studentenkot : God weet waar het goed voor is, maar ik ben gezegend met een opmerkelijk auditief geheugen. De soundtrack van meer dan een half mensenleven zit onderhand in mijn hoofd opgeslagen. Een hoofd waarin een acuut plaatsgebrek dreigt sinds ik genadeloos ben overgeleverd aan de piepjes, biepjes en bliepjes van het moderne bestaan. Via telefoons, wekkers, magnetrons, auto's, thermostaten, liften en alle mogelijke apparaten sturen ze ons door het leven en beheersen ze ons denken en doen. No kidding, toen ik me onlangs in de fitness stond om te kleden, begonnen er in drie lockers tegelijkertijd gsm's hartverscheurend te kreunen, als evenzoveel behoeftige weeskindjes. Kreunende kastjes, het is weer wat anders dan zingende doperwten. En dan heb ik het nog niet over die gruwelijk inventieve ringtones gehad. Crazy Frog, Toccata en Fuga van Bach, Mas que Nada van Sergio Mendez, op zich al redelijk gekmakend en helemaal in combinatie met elkaar. Genoeg om je gsm zo te programmeren dat hij enkel doet wat fatsoenlijke telefoons horen te doen : rinkelen. Genoeg ook om je te doen verlangen naar de geluiden van de natuur. Die eenzame merel die mij bij valavond een serenade brengt in de dwergwilg op het terras, het piepen van de hongerige mussenjongen in het nest onder de dakgoot van de buren. Maar geen meeuwen. "Waar de meeuwen skreeuwen", zong Rocco Granata in het weemoedige Aan het noordzeestrand, maar als het van veel kustbewoners afhangt zal dat rap gedaan zijn. Meeuwen horen namelijk niet te skreeuwen, schreeuwen of krijsen, meeuwen horen hun kop te houden. Net als kindjes op een speelplein trouwens. Zodat oma en opa ongestoord hun middagslaapje kunnen doen. Onzin toch : als meeuwen niet meer mogen schreeuwen, kun je net zo eisen dat de branding niet meer ruist en in het bos de bomen stokstijf stilstaan. En zeggen dat er van die New Age-achtige cd's bestaan die je doen inslapen met het geluid van de branding en een stuk of wat overvliegende Jonathan Livingston Seagulls. Maar goed, vooral in Oostende schijnen de meeuwen voor nogal wat overlast te zorgen. Want ja, zo'n beest wil de dijk wel eens bevuilen. Lang niet zo erg als de toeristen natuurlijk, maar toch. Eén mevrouw was in zuiver Hitchcockiaanse stijl aangevallen door een agressieve meeuw, op haar bloedeigen terras nog wel. Tja, dat krijg je natuurlijk, als je van de kust één grote Atlantikwall maakt en die beesten zich noodgedwongen op het beton nestelen. Als je 't mij vraagt is dat hele meeuwenprobleem typisch voor de huidige mentaliteit : elke kleine ergernis moet meteen weg gemanicuurd worden, we zetten de wereld gewoon naar onze hand. Zijn pompelmoezen te bitter en perziken te pluizig ? Dan kweken we toch roze grapefruit en nectarines zeker. Ik zweer het, binnenkort zijn ze een feit : zelfreinigende meeuwen die om het kwartier een beschaafd 'ping' voortbrengen. Linda Asselbergs