Verscholen achter de villa's van Ukkel ligt dit landhuisje, ooit een herberg, en nu de stek van een creatieve vrouw.

Piet Swimberghe / foto's Jan Verlinde

De zuidrand van Brussel, van Ukkel tot in Waterloo en Leuven, heeft sprookjesachtige plekjes. Glooiende heuvels verbergen kleine landwegen, soms nog hol, uitgegraven in het weiland. Deze veldwegen leiden schijnbaar naar nergens, hooguit naar een boerderij of een bos, maar zelden naar een ander dorp. Ze verdwijnen door verkavelingen en grote banen, ontworpen door urbanisten die enkel hun rechte tekenlat gebruiken. Maar wie op ontdekking gaat in het landschap, wordt beloond. Verbazend veel kleine Breugeliaanse paden bleven bewaard. Aan een ervan woont Nicole Favresse, een nicht van de vermaarde decorbouwer Thierry Bosquet, die ook haar buurman is. Haar landhuisje ontdek je ver achter de villawijken van Ukkel, tegen Linkebeek, in een soort niemandsland, ontsnapt aan de geldzucht van de verkavelaars. Daartussen ligt een oude kasseiweg, die doodloopt en waarop het moeilijk rijden is. De woning zit aan het eind ervan geprangd tussen twee lemen heuvels, en is dus volledig onttrokken aan nieuwsgierige blikken.

Hier woonde ooit een dagloner, van wie de vrouw een cent bijverdiende met de uitbating van een estaminet. De geuze en de faro vloeiden rijkelijk. Vooral dit laatste, zoeterige mengbier was populair bij de gewone man. De gelagzaal was beneden. De geur van het bier is allang weggetrokken. Nu wordt, op één hoog, waar de leefkamers zijn, waarschijnlijk meer wijn geschonken dan bier, maar iets van de ziel van vroeger is in het huis blijven hangen. Dat merk je het best bij het binnenkomen, want je valt nog met de deur in huis, zoals in alle herbergen. Nicole heeft die grote inkomkamer, waar de kroeggasten eertijds zaten, bijna gelaten zoals ze was. Ze heeft enkel de muren en het plafond blank geborsteld, want dit is een vrij duister vertrek door de bomen voor de deur. Tot en met de vloer bleef onveranderd : in alle oude cafés is die beschadigd door de neervallende pijltjes van de vogelpik. Dit benedenvertrek is wel ingericht als een woonkamer met een tafel, stoelen en een fauteuil, maar het is eigenlijk maar de vestibule van het huis, het ontvangstvertrek. Er zit nooit nog iemand. Daarachter kom je in een klein salon, misschien ooit de keuken van de kroeg, en nu een soort boudoir in landelijke Lodewijk XVI-stijl.

Boven kom je in een andere wereld terecht. De woonkamer is een immense zolder met een slaaphoek, werktafels en zithoeken. Hier brengen de bewoners duidelijk het grootste deel van de dag door. Eén hoekje is helemaal voor Nicole Favresse alleen ingericht ; daar ligt haar decoratief teken-, schilder- en knipwerk. Soms werkt ook Thierry Bosquet hier aan zijn miniatuurtheaters. Overal hangen de creaties van Nicole. In het trappenhuis bijvoorbeeld : een op glas gepenseelde Venetiaanse gondel en een gevelportret van Venetië. Je zou zweren dat het oudheden zijn. Aan het lichte kleurenpalet van deuren en muren voel je een bewondering voor de Gustaviaanse decoratiestijl. Net als in oude Zweedse landhuizen is ook hier alles vaalgrijs geborsteld : een subtiele basistint om kleurrijke snuisterijen en antiquiteiten op te exposeren.

Ook de keuken is volkomen landelijk van stijl, zonder franjes en snufjes. Charme en sfeer halen het op de functionaliteit. Verder is er nog een ouderwetse slaapkamer voor gasten, met gele wanden en een gezellig mahoniehouten bed met een drapering boven. Ook hiervan is de stijl pretentieloos. Niets van de opsmuk en het meubilair komen rechtstreeks uit een decoratiewinkel. Je voelt zo dat er nu en dan een stuk werd opgevist dat een plaats kreeg in het interieur, zonder dat daar diep over werd nagedacht. De kadertjes werden naast elkaar, boven de kast of in een hoekje opgehangen. Zo ontstond een harmonieus geheel, bijna spontaan, gegroeid in de loop van vele jaren speuren bij brocanteurs en op vlooienmarkten.

De eigenaardigste plek van de woning is geen echt vertrek, maar een doorgang naar de tuin waarin de tuinman even schuilen kan als het regent. Er staat een stoel en er ligt tuingerei : het is er dus rommelig. De zoldering is afgedekt met riet, een primitieve isolatie voor de woonkamer daarboven. Dit is het ideale hoekje om van het landschap te genieten.

De slaapkamer voor gasten lijkt op een decor uit Schuberts tijd.

Miniatuurpoppenhuis, ineengeknutseld door Nicole Favresse.

De achterkamer, naast de vroegere gelagzaal, heeft nu wat van een boudoir in Lodewijk XVI-stijl.

De no-nonsensekeuken, zonder veel franjes.