Il y a le Maroc, il y a Essaouira", zegt kunstenaar Abderrahim Harabida, die zijn atelier heeft in Bab Sbaâ, één van de toegangspoorten van Essaouira. In het stedelijk cultuurcentrum Dar Souiri maak ik voor het eerst kennis met zijn werk. Op initiatief van het Belgische sociaal-artistieke kunstenaarsplatform Beauty without Irony werden kunstenaars uit Antwerpen en Essaouira aangespoord om na te denken over wat beide steden bindt : de haven, de wind. Onder de titel Air / Port werden de kunstwerken op diverse plaatsen in de Marokkaanse stad tentoongesteld. Harabida creëerde een houten venster waardoor je naar buiten kijkt. De ruiten zijn vervangen door foto's die uitzicht geven op de haven, boten, meeuwen, de oceaan, de oneindigheid. Dit éne werkje vormt de synthese van een oeroude stad die aan een beukende zee, enigszins afgesloten van de wereld, eigenzinnig en creatief haar weg zoekt.
...

Il y a le Maroc, il y a Essaouira", zegt kunstenaar Abderrahim Harabida, die zijn atelier heeft in Bab Sbaâ, één van de toegangspoorten van Essaouira. In het stedelijk cultuurcentrum Dar Souiri maak ik voor het eerst kennis met zijn werk. Op initiatief van het Belgische sociaal-artistieke kunstenaarsplatform Beauty without Irony werden kunstenaars uit Antwerpen en Essaouira aangespoord om na te denken over wat beide steden bindt : de haven, de wind. Onder de titel Air / Port werden de kunstwerken op diverse plaatsen in de Marokkaanse stad tentoongesteld. Harabida creëerde een houten venster waardoor je naar buiten kijkt. De ruiten zijn vervangen door foto's die uitzicht geven op de haven, boten, meeuwen, de oceaan, de oneindigheid. Dit éne werkje vormt de synthese van een oeroude stad die aan een beukende zee, enigszins afgesloten van de wereld, eigenzinnig en creatief haar weg zoekt. Eigenzinnig is ook Younes Ottmani, van de even buiten de stad gelegen Auberge de Tangaro. Na een carrière in de klassieke hotellerie nam hij drie jaar geleden de oude boîte over, waar de muren verhalen vertellen van Franse militairen en exotische schonen, en van verdwaalde hippies die in het zog van Jimi Hendrix op het strand van Diabat op zoek gingen naar de ultieme vrijheid. Younes wil een publiek aanspreken dat in de intieme Auberge op zoek gaat naar karakter en authenticiteit. De Franse militairen die hier in de eerste helft van de twintigste eeuw verbleven, maakten grote sier, en toverden de Auberge de Tangaro om tot een guinguette of danscafé, later zelfs tot een maison de joie waar de piano mécanique uitnodigde tot de dans en de betaalde exotische liefde. De sporen van de ronde openluchtdansvloer zijn nog zichtbaar. In mijn verbeelding dwaal ik af naar Les Années Folles en zie ik de militairen tijdens een feest buiten door het lint gaan. Younes kennende, met het respect dat hij voor tradities opbrengt, zou het zou me niet verbazen als de dansvloer ooit weer tot leven gewekt wordt. "De Auberge bestaat sedert 1920, maar de geschiedenis van Tangaro gaat 2000 jaar terug", zegt Younes, wanneer de sterren het terras verlichten en de gesprekken loskomen. "Sporen van de Romeinse oorsprong zijn te vinden op het strand in de vorm van de stenen visvallen, waarin de vis achterblijft wanneer het zeewater wegebt. Een professor uit Agadir heeft ontdekt dat het woord tangaro teruggaat tot het Latijnse garum, dat staat voor de bijzondere vissaus waar de Romeinen gek op waren. De vis werd met veel zout en kruiden in grote vaten gestopt en in de volle zon gefermenteerd. Het heldere vocht dat bij dat proces vrijkomt, heeft een specifieke en krachtige geur en smaak. Garum wordt vandaag nog veel gebruikt in de Zuidoost-Aziatische keuken. Maar ook in de mediterrane gastronomie wordt er weer volop geëxperimenteerd met oude recepturen van dit extract. De Romeinen richtten in al hun havensteden manufacturen op om op grote schaal garum te vervaardigen en te verschepen naar Rome. Zo geschiedde het ook op de heuvel van Tangaro. De fundamenten van die manufactuur zijn naar alle waarschijnlijkheid onder de vloeren van de Auberge terug te vinden." Essaouira is Marokko niet. Door het eeuwenlang samenleven van Joden en moslims ontwikkelde de stad een eigenzinnig karakter. Kunst speelt daarbij een belangrijke rol. Overal zijn er galeries te vinden die kunstenaars van de School van Essaouira aanprijzen. Belangrijk zijn onder andere de galerie van de Deense verzamelaar Frederic Damgaard, die in jaren 1980 in de havenstad neerstreek, en de Alliance Franco-Marocaine d'Essaouira, die de artistieke kruisbestuiving tussen Frankrijk en Marokko stimuleert. Deze bilaterale Alliances vind je ook in andere Afrikaanse landen. Het opzet draagt in aanzienlijke mate bij tot een betere culturele verstandhouding tussen de ex-kolonies en het gewezen moederland. Een trein die België gemist heeft in zijn postkoloniale geschiedenis. Fransman Mickaël Faure was tot voor kort directeur van de Alliance Franco-Marocaine in Essaouira. Hij brengt ons naar de wijk Jutiya, een gigantische schroothoop aan de rand van de stad, waar een aantal kunstenaars in barakken aan de slag gaan met lokale tradities en kunstvormen uit de buik van Afrika, op zoek naar een eigen moderniteit. Ze noemen zich les artistes singuliers en hebben onder die naam al geëxposeerd in belangrijke musea in Europa. "De kunstbedrijvigheid in Jutiya is bijzonder interessant", zegt Mickaël Faure. "Tot in de jaren 1960 was er hier een belangrijke industrie. Toen in 1967 het Israëlisch-Arabisch conflict losbrak, vluchtten echter de meeste Joodse fabriekseigenaars. De hele site is in een industriële ruïne veranderd, waar vandaag de dag schoothandelaars en kunstenaars van allerlei slag onderdak hebben gevonden." Het beeld is hallucinant. Te midden van de grootste chaos hebben kunstenaars die tot buiten de grenzen naam en faam hebben verworven, met planken en golfplaten een atelier ingericht. "De meeste van hen zijn boeren die in kunst een betere broodwinning hebben gevonden", zegt Mickaël. "Ze verkopen hun werk hier rechtstreeks in hun atelier, of via de galeries in de stad. Sommigen vind je ook op de buitenlandse markt." Ondanks hun verscheidenheid, zit er ook een zekere eenheid in hun werk : art brut, cobra, voodoo zijn niet veraf. Het pointillisme is een veel gebruikte techniek. Vele kunstenaars kiezen voor felle kleuren in hun schilderijen en installaties, de kleuren van Essaouira. In de jaren 1960 schrok Essaouira op toen horden hippies met motoren en gitaren neerstreken om zich op het strand van Diabat, aan de baai van Mogador, te goed te doen aan het vrije leven. Eén van hen was Jimi Hendrix, die volgens sommigen hooguit één dag, volgens anderen enkele maanden hier vertoefde. Diabat is nu een verlaten dorp waar de geiten en de koeien op straat lopen. Graffiti, foto's en opschriften herinneren nog aan het verblijf van de rocker in 1968, een jaar voor zijn weergaloos optreden in Woodstock dus. We houden halt in het café-restaurant Hendrix bij Achmed El Houssine. Overal hangen foto's en posters van de legendarische gitarist, sommige met handtekening. "Jimi Hendrix heeft drie weken in het hotel van mijn vader gelogeerd", getuigt Achmed zonder enige aarzeling of twijfel. "Ik was toen kind, maar herinner me nog heel goed dat hij 's avonds zijn gitaar nam en tot laat in de nacht muziek maakte. Akoestisch weliswaar." Historisch feit, hardnekkige legende, of gewoon een goedkope reclametruc ? Feit is dat heel wat artiesten in Essaouira werden gesignaleerd : Mick Jagger, Cat Stevens, Robert Plant en Jimmy Page. De helden van Led Zeppelin musiceerden er zelfs met Gnawa-artiesten, en vonden in de traditionele muziek gelijkenissen met de donkere deltablues. Schreef Jimi Hendrix ook Castles Made of Sand tijdens een van zijn trips naar Essaouira ? Dat het nummer al in 1967 op de elpee Axis : Bold as Love verscheen, lijkt voor niemand in Essaouira een vermeldenswaardig detail. "Against the door he leans and starts a scene - And his tears fall and burn the garden green - And so castles made of sand, fall in the sea, eventually." Hendrix hád het hier kunnen schrijven. "Wat vaststaat, is dat hij met zijn Lincoln in Tangaro arriveerde en in kamer 4 geslapen heeft", zegt Younes van de Auberge de Tangaro. "De vroegere kok heeft dat bevestigd. Ik ben trouwens op zoek naar oude foto's en getuigenissen uit de hippieperiode. Naar het schijnt kwamen er toen ook veel Belgen over de vloer. Sommigen komen nog altijd naar de Auberge. Hun lange haren zijn ze kwijt, maar hun open geest niet." Waar begint de geschiedenis, en waar eindigt de mythe ? Wat is de bijzondere aantrekkingskracht van Essaouira ? Voor sommigen is dat de muziek. Anderen worden aangetrokken door het licht. Orson Welles draaide hier een van zijn meesterwerken, Othello. Hij logeerde een jaar lang in de stad en kwam geregeld in de Auberge de Tangaro dineren. Omar Shariff was er ook een trouwe klant. En in 2010 kwam Richard Branson onaangekondigd op bezoek. De eenvoud van de Auberge sprak hem bijzonder aan. "This is pure luxury", zei hij. Essaouira is een prachtige stad. De kleuren van de haven spatten op het netvlies, de meeuwen klieven krijsend door de blauwe lucht, scheren in duikvlucht langs je heen, slaan hun vleugels in je gezicht. Zou Hitchcock hier ook gepasseerd zijn ? Of de Britse schrijfster Daphne du Maurier die The Birds schreef ? Binnen de poorten van de medina gonst het van de bedrijvigheid. Het straatbeeld oogt multicultureel. Vele zwarten uit Senegal en Ivoorkust zijn in de havenstad gestrand. Traditionele gewaden wisselen af met trendy street fashion. Overal word je bedwelmd door de geuren van stoofpotten, van kruiden, en door de muziek, nu eens nostalgisch, dan weer opzwepend. Essaouira is de stad van de Gnawa, dat zijn de afstammelingen van West-Afrikaanse slaven die hier gedurende eeuwen werden verzameld om te worden gedeporteerd naar Amerika of Europa. Ze hebben hun eigen religie, die nauw aanleunt bij de Haïtiaanse voodoo, de Cubaanse santeria en de Braziliaanse candomblé. Maar de Gnawa zijn vooral bekend voor hun muziek, hun stomende ritmes, hun instrumentale improvisatiespel, de dialoog tussen de klagende stemmen en de snaarinstrumenten die de muzikanten uiteindelijk in trance brengt. De verwantschap met de blues die zich ontwikkeld heeft bij de zwarte slaven in de katoenvelden van Amerika, is voor de hand liggend. Dat verklaart ook de bedevaarten van de uit de blues ontstane rockscene naar Essaouira eind jaren 1960. Is New Orleans de stad van de jazz, dan is Essaouira de stad van de Afrikaanse blues. Het jaarlijkse Gnawafestival in de maand juni lokt een klein half miljoen muziekliefhebbers uit de Arabische landen, uit zwart Afrika, uit de westerse landen naar Essaouira, dat is ongeveer evenveel als het legendarische Woodstock met Jimi Hendrix. De cirkel is rond. TEKST & FOTO'S HENK VAN NIEUWENHOVE