Jo Blommaert Illustratie : Sandra Schrevens
...

Jo Blommaert Illustratie : Sandra Schrevens ?IK SCHRIJF JE maar wat gekkenpraat, het heeft geen diepe zin. Maar meisjelief, die mij bemint, jij bent een schone bloem, dus lach maar om mijn gekkenpraat en al mijn onverstand !? Deze woorden worden minder triviaal als je weet dat ze ooit geschreven werden in een taal die enkel vrouwen konden verstaan. Volgens het onlangs verschenen boek Vrouwenschrift heeft een dergelijke vrouwentaal bestaan in het Chinese district Jiangyong, in het zuiden van de centrale provincie Hunan. Het fenomeen is waarschijnlijk uniek in de wereldgeschiedenis. Het oudst bewaarde manuscript dateert vermoedelijk van de tweede helft van de 19de eeuw, de laatste teksten werden afgesloten in de jaren '80 van déze eeuw. Nog maar een paar jaar geleden stierven de twee laatste Chinese vrouwen die het vrouwenschrift volledig beheersten. De weinige jonge vrouwen die er zich vandaag nog voor interesseren, doen dat om te voldoen aan de behoeften van de toeristen die inmiddels het curiosum hebben ontdekt. Het vrouwenschrift van Jiangyong was afgeleid van het Chinese standaardschrift, dat de mannen gebruikten. Het was door de vrouwen zelf ontwikkeld en kon niet door mannen gelezen worden. De tekens waren vervormingen en vereenvoudigingen van de klassieke Chinese karakters. Volgens kenners was het een gracieus geschrift, ?een genot voor het oog?. Maar meer dan de vorm is het de inhoud die intrigeert. Wat schreven die vrouwen ? Je zou vermoeden dat ook de mannen daar razend benieuwd naar waren. Maar vermits vrouwen in de feodale samenleving (tot 1949) niet deelnamen aan het maatschappelijk leven, konden mannen alles-wat-belangrijk-was in hun standaard-Chinees vernemen. Ze waren dan ook niet geneigd om zich te verdiepen in was- en plasverhalen. Na '49 kwam daar verandering in : het gebruik van het vrouwenschrift werd verboden, en talloze teksten werden vernietigd. Ook tijdens de Culturele Revolutie werd er danig huisgehouden in de resterende vrouwenboeken. Als je dan ook nog weet dat heel wat vrouwen zo aan hun teksten gehecht waren dat ze ze letterlijk meenamen in hun graf om er na hun dood in de Onderwereld nog in te kunnen lezen, is het duidelijk dat het resterende materiaal onze nieuwsgierigheid nauwelijks kan bevredigen. De citaten in het Vrouwenschrift zijn niet wereldschokkend. Ze geven wel een zicht op het sociale leven van deze vrouwen. Meestal stortten ze op die manier hun hart eens uit bij hun lotgenotes, zonder pottenkijkerij van man, vader, broer of zoon. Er worden in deze verzen (steeds op rijm) nogal wat tranen geplengd. ?Zodra ik deze brief maar zag, was mij het hart gebroken. Ik peinsde links en peinsde rechts : ik was van steun verstoken.? Het leven van deze plattelandsvrouwen was dan ook bikkelhard, en de spanningen in het Chinese gezin liepen vaak hoog op. Zo doet in Het lied van de Achtste Dochter een vrouw haar beklag over haar onbehouwen en ontrouwe echtgenoot. ?Hij stak zijn tijd in vreten, gokken, in tabak en hoeren. En uit de rosse buurt had hij zich een bijvrouw aangeschaft.? Toen hij voor de rechter zijn gedrag moest verantwoorden, klonk de Chinese versie van een vertrouwd refrein : ?Het bloempje thuis geurt nooit zo sterk als bloemen in het veld.? Over de huiver voor het huwelijk, de ontberingen van het moederschap en ?alle folteringen van de zwangerschap? geraken deze vrouwen niet uitgepraat. Toch was het niet allemaal kommer en kwel. Vrouwenvriendschappen namen in deze samenleving een zeer bijzondere plaats in, ten minste zolang de vrouwen niet gehuwd waren. Vriendinnen schreven dan op een papieren waaier brieven naar elkaar, die enkel door een vrouwelijke postbode aan de geadresseerde mocht worden bezorgd. In deze brieven kwam de eigen ellende ook weer ter sprake, maar vaak werd die voorafgegaan door een ellenlange liefdesverklaring. ?Toen ik destijds, van ganser harte, aankwam in je woning, hebben wij tweeën, blij van zin, genegenheid gewisseld. Het hart zo heet, het hart zo rood, zo sloten we toen vriendschap. En dikwijls kwam ik in mijn dromen op je kamer binnen.? Wie in dit citaat een ontluikende lesbische relatie leest en vol spanning uitkijkt naar de volgende passage, wordt teleurgesteld door de ontknoping : ?Wij tweeën zaten naast elkaar dan bloemen te borduren...? Of deze onschuld authentiek is of het resultaat van een zuiveringscampagne, zullen we nooit te weten komen.