Toen de buren op een avond de politie belden omdat ze dachten dat mijn moeder en ik elkaar naar het leven stonden, besloot mijn vader dat een van ons maar beter het pand kon verlaten. Begin jaren '70 was dat. Hennahaar, jassen in stinkend Afghaans schapenvel en de generatiekloof waren geweldig in. Omdat mijn moeder er het eerst was en bovendien veel beter kon koken, lag het voor de hand dat ík het huis uit zou gaan. Ook al omdat ik het graag wilde. En zo kwam het dat ik een paar dagen later mijn hele hebben en houden in twee grote boodschappentassen aan mijn fietsstuur hing, met links een wekker en rechts een theeketeltje bovenop, en met bonzend hart de wijde wereld in peddelde. Helemaal van Deurne-Zuid tot in de Antwerpse ...