De mens is een dataproducerende eenmansfabriek geworden. Die evolutie is logisch, we leven immers steeds meer online en slaan zo veel mogelijk dingen (onbewust) op. Vakantiekiekjes worden geüpload op een photosharingwebsite, onze boeken trekken we binnen via een e-reader, en voor onze dagelijkse babbel kunnen we terecht bij verschillende sociale netwerken. Aangename tools die ons leven een stuk gemakkelijker maken. Maar wat als je er niet meer bent ? Laat je je Twitterpagina open en bloot voor iedereen ? En wat met je uitgebreide onlinemuziekbibliotheek, is het niet nuttig om die in een testament op te nemen ? Of om op zijn minst je wachtwoorden ergens veilig te stellen ?
...

De mens is een dataproducerende eenmansfabriek geworden. Die evolutie is logisch, we leven immers steeds meer online en slaan zo veel mogelijk dingen (onbewust) op. Vakantiekiekjes worden geüpload op een photosharingwebsite, onze boeken trekken we binnen via een e-reader, en voor onze dagelijkse babbel kunnen we terecht bij verschillende sociale netwerken. Aangename tools die ons leven een stuk gemakkelijker maken. Maar wat als je er niet meer bent ? Laat je je Twitterpagina open en bloot voor iedereen ? En wat met je uitgebreide onlinemuziekbibliotheek, is het niet nuttig om die in een testament op te nemen ? Of om op zijn minst je wachtwoorden ergens veilig te stellen ? "Er zijn nog maar weinig mensen naar me toe gekomen met de vraag om hun logins op te nemen in hun testament", zegt notaris Jelle Van Hove. "Misschien wat kort door de bocht, maar dat komt allicht omdat jonge mensen, die in het algemeen toch digitaal actiever zijn, minder bezig zijn met hun testament, terwijl oudere mensen dan weer minder actief zijn online." Bovendien is het behoorlijk ingewikkeld om die gegevens aan een notarieel testament toe te voegen. Een wachtwoord moet je immers om de zoveel tijd aanpassen, en als je dan ook telkens een aanpassing in je notarieel testament moet doorvoeren, waarop je dan allerhande vaste kosten moet betalen, zoals recht op geschriften, registratie in het Centraal Register voor Testamenten enzovoorts, dan ben je op het einde van de rit behoorlijk wat geld kwijt. Notaris Van Hove raadt aan om zelf een document bij te houden waarin je al je logins noteert en optekent welke onlineservices er bijvoorbeeld verbonden zijn aan een creditcard en welke socialemediaprofielen er opgezegd moeten worden. Een soort digitale laatste wens als het ware. In je testament kun je vervolgens een legataris voor je onlinemedia aanduiden. Die persoon heeft weet van de bewaarplaats van dit document (of dit wordt in het testament aangeduid, of is reeds door een testamentuitvoerder bekend) en is gewettigd om de eisen die erin opgetekend staan door te voeren. Een behoorlijk omslachtig proces voor het verwijderen van informatie die je destijds in enkele seconden bij elkaar hebt geklikt. Is het dan werkelijk nodig om je nabestaanden zo veel mogelijk informatie te doen verwijderen of beschermen ? "Je zult sowieso nooit al je digitale sporen kunnen uitwissen", zegt Sofie Verhalle, managing partner bij social media agency Talking Heads. "Maar is dat ook echt noodzakelijk ? We slaan iedere dag ontzettend veel data op, maar weten eigenlijk niet welk percentage daarvan (in de toekomst) nuttig kan zijn. Het is nu nog onmogelijk om in te schatten of het belangrijk is dat we deze informatie bijhouden of net zo snel mogelijk laten verwijderen", aldus Verhalle. "Uiteindelijk is dat een keuze die je zelf moet maken en die volledig afhangt van waar je zelf waarde aan hecht, er is momenteel geen juiste of foute strategie. Ik denk dat het belangrijker is dat er een wettelijk kader komt over wie de rechtmatige eigenaar van al die data is en wat daarmee gedaan mag worden, zodat het eenvoudiger wordt om die keuze te kunnen maken", besluit ze. Een eerste stap in de richting van dat wettelijke kader werd genomen in mei 2014, toen het Europees Hof van Justitie een arrest velde dat een zogenaamd 'recht om vergeten te worden' erkent. Elke Europese burger kan volgens dat arrest vragen dat persoonlijke gegevens die incorrect of irrelevant zijn, niet meer in de lijst van resultaten van onlinezoekmachines verschijnen. Je moet echter wel kunnen aantonen dat je persoonlijk nadeel ondervindt van deze zoekresultaten, en hoewel we allemaal de verwoestende effecten kennen van een weinig flatterende foto, is het niet waarschijnlijk dat Google rekening zal houden met je ego. Maar wat als je postuum per se nog een plek wilt opeisen in de wereld, zij het in die van bits en bytes ? Als je net een beroep wilt doen op het recht om herinnerd te worden ? Dan is de moderne technologie er om dat voor jou mogelijk te maken. Althans, dat is toch de premisse van Eterni.me, een Amerikaanse start-up die met de intrigerende baseline What if you could be remembered forever ? heel wat controverse veroorzaakt. Het bedrijf biedt niet minder dan virtuele onvergankelijkheid aan, en hoewel Eterni.me pas zeven maanden geleden het levenslicht zag, kan het al op meer dan twintigduizend abonnees rekenen. Die geven Eterni.me de toestemming om via hun social media- en mailaccounts, foto's, muziek, getagde locaties, Google Glass en zelfs via hun digitale stappenteller persoonlijke data te verzamelen. Als gebruiker heb je de mogelijkheid om deze data aan te passen, te verwijderen of om extra materiaal toe te voegen. Al deze informatie wordt gebruikt om via complexe algoritmes een digitale versie van jezelf te creëren, compleet met gedragingen, herinneringen en zelfs een eigen bewegende avatar, gebaseerd op één van je foto's. Om die avatar zo realistisch mogelijk te maken worden gebruikers aangeraden om zo vaak mogelijk met hun digitale zelf te communiceren, zodat deze je manier van converseren kan overnemen. Wanneer je sterft, zal Eterni.me een vooraf opgestelde lijst met nabestaanden de toegang geven tot die avatar, die dan tot in de eeuwigheid als jouw virtuele versie (of geanimeerd schrijn, afhankelijk van hoe open-minded je erfgenamen zijn) kan dienstdoen. Het is logisch dat, nu een groot deel van ons leven zich online afspeelt, de dood ook haar plek online moet krijgen. Het is de reden waarom Facebook in 2009 met de memorial service begon, waarom heel wat grafstenen tegenwoordig een QR-code naar een digitaal rouwregister bevatten, en waarom er Digital Death Days worden georganiseerd, die professionelen informatie moeten verschaffen over on- linerouwprocessen. Toch gaat Eterni.me veel verder. Het bedrijf staat momenteel nog maar in de startblokken - ze hopen in 2016 voldoende fondsen en technologische knowhow te hebben om volledig operationeel te zijn - maar hun grootste struikelblok lijkt nu al het ethische aspect te zijn. Wie zijn nabestaanden immers opzadelt met zo'n Eterni.you, vervaagt de grenzen tussen leven en dood. Hebben nakomelingen dan niet het recht om de overleden persoon te vergeten ? Of alleszins : om er niet de hele tijd aan herinnerd te worden ? "We proberen de persoon die sterft zeker niet te vervangen", aldus Eterni.me-oprichter Marius Ursache aan The New Yorker. "Er wordt te veel aandacht geschonken aan die avatar, eigenlijk willen we gewoon een soort digitale archiefkast samenstellen van iemands leven." Want plotse conversaties als "weet je nog die ene keer dat we samen gingen kamperen" en "kijk hier zijn de foto's van dat weekend" voeren we natuurlijk ook met wijlen grootvaders dressoir. Toch is het niet onwaarschijnlijk dat diensten als Eterni.me binnen afzienbare tijd realiteit worden én dat ze succesvol zullen zijn. Ze spelen immers rechtstreeks in op één van de meest fundamentele drives van de mensheid : zelfbehoud. We hebben technologie altijd al gebruikt om onze levens te verbeteren en te verlengen, waarom dan niet om onszelf onsterfelijk te maken ? DOOR KATRIN SWARTENBROUX & ILLUSTRATIE PIETER VAN EENOGEVia Eterni.me kun je een avatar creëren die tot in de eeuwigheid als jouw digitale versie kan dienstdoen