Ik heb Duits geleerd van de gebroeders Grimm. Dat zat zo. Zoals zoveel mensen van die generatie hebben mijn ouders in hun jeugd nogal afgezien van den Duits. Veertien was mijn pa toen hij bij het begin van de Tweede Wereldoorlog met een familie van vijf volwassenen en twee kinderen in een Oakland uit 1927 op de vlucht ging naar Frankrijk. Geweldige verhalen kan hij daarover vertellen : onderweg werden ze gebombardeerd en gemitrailleerd en de Duitsers waren rapper in Cherbourg dan zij. Maar goed, een mens kan daar niet eeuwig kwaad om blijven en beg...

Ik heb Duits geleerd van de gebroeders Grimm. Dat zat zo. Zoals zoveel mensen van die generatie hebben mijn ouders in hun jeugd nogal afgezien van den Duits. Veertien was mijn pa toen hij bij het begin van de Tweede Wereldoorlog met een familie van vijf volwassenen en twee kinderen in een Oakland uit 1927 op de vlucht ging naar Frankrijk. Geweldige verhalen kan hij daarover vertellen : onderweg werden ze gebombardeerd en gemitrailleerd en de Duitsers waren rapper in Cherbourg dan zij. Maar goed, een mens kan daar niet eeuwig kwaad om blijven en begin jaren zeventig achtten mijn ouders de tijd rijp voor een generale pardon voor de oosterburen. Aangezien de dochter haar talen moest spreken werd ik in de zomer van '72 voor een maand naar het Zwarte Woud gedeporteerd. Mijn gastvrouw was Frau Hartung, een oorlogsweduwe met sneeuwwit haar, die zich op zon- en feestdagen wel eens in een dirndl wilde storten. Nu ja, oorlogsweduwe : Doktor Hartung was na de Krieg aan het Oostfront blijven plakken, eerst in een gevangenenkamp en daarna bij een Russin. Sneu voor Frau Doktor die voor de kost taalles aan inwonende pubers gaf en verder als sprookjesvertelster weeshuizen en hersteloorden aandeed. Nee, het was bepaald geen hippe zomer ter hoogte van Freiburg in Breisgau. Op nummer 1 in de hitparade stonden Roy Black en Anita met Schön ist es auf der Welt zu sein ( sagt die Biene zu dem Stachelschwein). Als ik mijn collega's op de redactie horendol wil maken, hoef ik het eerste couplet maar aan te heffen. Verder heb ik zuurzoete herinneringen aan bergwandelingen met Frau Hartung en haar vriendinnen die dan stoere wandelschoenen droegen en een hoedje met een kekke veer. Gelukkig was er Schwarzwälder Kirschtorte na. Het ergste waren de keren dat ik mijn onthaalmoeder naar zo'n weeshuis of sanatorium moest vergezellen en ter plekke - grausam, grausam - in hetzelfde bed slapen. Er was niets sprookjesachtigs aan haar gesnurk. Maar ik heb er wel Duits geleerd. Op eenvoudig verzoek kan ik vrijwel accentloos en met alle naamvallen intact Vom klugen Schneiderlein declameren of Rapunzel, Der eiserne Heinrich of Rumpelstilzchen. Daarmee kom je een heel eind in het leven. Maar u begrijpt dat ik sinds die zomer in het Zwarte Woud met gemengde gevoelens tegen Duitsland aankijk. Nu, ik ben niet de enige, zoals in dit nummer blijkt uit Denk ich an Deutschland, het schitterende stuk van Mark Gielen, zoals zovele kinderen uit een BSD-gezin geboren en getogen in 'de tiende provincie'. Collega Piet Swimberghe liet zich door architectuurgids Lieve Pillen rondleiden in Berlijn : twintig jaar na de val van de Muur is het de trendy en kosmopolitische biotoop van de groene bourgeois bohémien. Zelf trok ik met fotografe Diane Hendrikx naar het Naheland : lekker gegeten, heerlijke wijntjes geproefd en in een luxe wellness hotel gemarineerd in druivenpitolie. Als Wiedergutmachung kon het tellen. linda.asselbergs@knack.be Linda Asselbergs