Ooit zin gehad om een musette te dansen ? Of wil je in een ouderwetse bruine kroeg liever genieten van een picon ? Dan wordt het moeilijk kiezen, want de Westhoek en het aangrenzende deel van Frans-Vlaanderen stikt van de authentieke tapperijen. Een duidelijk geïllustreerde folder helpt je op weg om minstens een tachtigtal volkscafés te ontdekken, waar je ook terechtkunt voor volkssporten, een danspartijtje, of een optreden van de lokale smartlapzanger. En hier en daar kun je bovendien wat lekkers eten. Dit is een originele manier om deze stemmige en mooie streek achter het front te verkennen.
...

Ooit zin gehad om een musette te dansen ? Of wil je in een ouderwetse bruine kroeg liever genieten van een picon ? Dan wordt het moeilijk kiezen, want de Westhoek en het aangrenzende deel van Frans-Vlaanderen stikt van de authentieke tapperijen. Een duidelijk geïllustreerde folder helpt je op weg om minstens een tachtigtal volkscafés te ontdekken, waar je ook terechtkunt voor volkssporten, een danspartijtje, of een optreden van de lokale smartlapzanger. En hier en daar kun je bovendien wat lekkers eten. Dit is een originele manier om deze stemmige en mooie streek achter het front te verkennen. We doen het rustig aan en beginnen in het Heuvelland met een echt dorpscafé, A la Basse Ville, rechtover de kerk van Wulvergem. Het huis wordt sinds 1871 uitgebaat door de familie Alley. Hoe de kroeg aan zijn naam komt ? Het was gewoon het laagste café van het dorp, dat ooit zeven drankhuizen telde. Tijdens het weekend komen de Fransen van net over de grens, amper op drie kilometer, hier een picon drinken, een bittere aperitief met witte wijn of Rodenbach. Maar wij houden het bij een simpele filterkoffie. Vervolgens rijden we richting Bailleul of Belle, en stoppen even in Het Hazekasteel in Nieuwkerke (Steenwerkstraat 23). Hier wordt nog op straat 'gebold', en schenkt de cafébazin het bier uit de fles. Nieuwkerke telt wel meer volkscafés. Het dorp ligt trouwens op een hoogte, van waar je tot diep in Frankrijk kunt kijken, tot aan de terrils van Lens. Je kunt ook nog even een ommetje maken via Dranouter voor café De Zon (Planciusplein), waar het festival werd gesticht. We steken even de grens over naar het dorp Godewaersvelde, waar we op een kruispunt (van de rue d'Eecke en de route de Steenvoorde) drie beeldige cafés binnenstappen, net decors uit Bienvenue chez les Ch'tis. Eerst drinken we een aperitiefje bij Béatrice, die het vroegere Estaminet du Centre in zijn oude glorie heeft hersteld en zowel drank als eten serveert. Je eet er het traditionele potjevleesch, stoverij of flamiche, een soort groentetaart. Béatrice kreeg een vermelding in de Michelin Bib Gourmand. Rechtover de deur stap je binnen in Het Blauwershof, waar vroeger uiteraard smokkelaars afspraken. Het is een echt Vlaamse tent vol leeuwenvlaggen die ze hier overal graag laten wapperen. Hier moet je zijn voor volksmuziek. Nu en dan kun je hier de polka, mazurka of een walsje dansen. Of genieten van de typische poulet au maroille, kip met een pittige streekkaas. Na het eten verschijnen de caféspelen op tafel. Wie tuk is op vintage uit de Expotijd en bruine kroegen toch wat oubollig vindt, steekt gewoon de straat over en stapt binnen in Au Repos du Guerrier, waar Yvonne Dupont sinds 1960 achter de toog staat. Het hele decor, met inbegrip van de formicatap en -tafeltjes, stammen uit deze glorietijd. Hier luister je niet naar Moustaki, maar naar de lokale Halliday, Raoul de Godewaersvelde. Aan de deur hangt een groot bord met 'hier spreekt men Vlaams' op. De bazin komt immers uit 'onze' Westhoek. Dit is het ideale decor voor een picon. Maar ook in Cassel, Bollezeele, Steenwerck, Terdeghem en Bambecque ontdek je schitterende bierpaleisjes met muzikale ambiance. Dat de streek van Watou, Poperinge en Abele heel wat landelijke volkscafés telt, weten de bezoekers van het Kunstenfestival wel al. De tapperijen en eethuizen op het mooie marktplein van Watou doen in de zomer gouden zaken. Wij dronken een glas in café 't Oud Gemeentehuis bij Dirk Blomme. Het ouderwetse decor uit grootmoeders tijd heeft hij wat opgefrist door overal oude langspeelplaten op te hangen, waardoor er een rock-'n-rollsfeertje hangt. Het is geen danszaal, maar nu en dan staat Dirk wel achter de microfoon voor het kwelen van een schlager. Dan mag je even een schuifelend pasje wagen tussen de tafels door. Vooraleer de IJzer over te steken, houden we nog even halt in Het Postje (Veurnestraat 2) in Vleteren, dat zeker niet het enige ouderwetse café is van het dorp. Het decor bulkt van de brocante met Heiligenbeelden, emailborden en vogelkooien. Vleteren is trouwens de thuishaven van De Struise Brouwers, een artisanale brouwerij met internationale naam en faam. Dus zijn er verschillende taphuizen waar je hun gerstenat kunt proeven. Alleen al de benamingen van hun bieren zijn schitterend, zoals Pannepot, Roste Jeanne of Black Albert. Op weg naar Lo rijden we langs een van de meest pittoreske oevers van de IJzer, nabij Fintele, een gehuchtje aan een sas in Pollinkhove, bij de samenvloeiing van de Lovaart en de IJzer. Daar houden we even halt in De Hooipiete en café Bij de Witten. Het is een ideale afstapplaats voor fietsers die dit vlakke land doorkruisen langs de waterwegen. Maar we rijden al snel weer door naar Reninge voor café De Pollepel. Dit is niet wat de naam doet vermoeden, een eethuis, maar een traditioneel estaminet met kapperszaak. Vroeger werden cafés dikwijls gecombineerd met een kruidenierszaak of een fietsenhandel, en een enkele keer met een coiffeurssalon. Hier laat je je haren knippen terwijl je een pintje bestelt : het leven kan simpel zijn. Gezeten aan de tap bij Jenny zie je coiffeur André aan het werk. Idyllisch gewoon. In Reninge lopen we ook even langs bij Chris Vandewalle, bekend als brouwerijhistoricus. Zijn voorouders maakten al bier in de achttiende eeuw. Hij startte de nering van zijn voorouders weer op en gebruikt ook hun receptenboek. Hij heeft zijn brouwerij gewoon thuis en laat zijn kriek rijpen in zijn woonkamer. Dat is wellicht een droom voor de bierfreak : naast de zitbank staan er wel duizend flesjes op de grond. Vervolgens rijden we langs de Lovaart naar het gehucht Fortem, waar het Mout- en Brouwhuis De Snoek de blikvanger is. Dit riante gebouw uit de negentiende eeuw herbergt een intacte vooroorlogse brouwinstallatie, die niet meer wordt gebruikt maar wel bezocht kan worden. Dit café met terras ligt op een idyllische plek. Op 17 augustus vinden er de Fortemse Feesten plaats, met een reuzenstoet naar aanleiding van het huwelijk van Gusta en Omer. Ook dit is een ideale halte voor fietsers. Vanuit Fortem rij je dan door naar Alveringem, Beveren, Leisele, Veurne en Houtem, waar je voor een natje en een droogje weer andere drankhuizen kunt bezoeken. Info : de brochure over de volkscafés vind je op de site www.toerismewesthoek.be, je kunt ze aanvragen via toerismewesthoek@westtoer.be. DOOR PIET SWIMBERGHE / FOTO'S WOUTER VAN VAERENBERGH