Zangers zijn de beste minnaars, het is wetenschappelijk bewezen. Dat melden drie Zweedse onderzoekers in het blad Nature, en dan hebben de geleerden het niet over Caruso's of Pavarotti's, maar over karekieten. Ze wisten al dat vogels zelden monogaam zijn, en dat overspel schering en inslag is, ook bij de zogenaamd monogame soorten. Het patroon dat daarbij gevolgd wordt, komt ook bij de menselijke soort opvallend veel voor. De vrouwtjes kiezen als vaste partner iemand die goed voor het nageslacht zal zorgen : een mannetje met een hoge sociale status, die trouw en zorgzaam is, en in staat om te zorgen voor een niet aflatende stroom van levensnoodzakelijkheden. En die zijn verschillend volgens de soort : geld, regenwormen of visjes, bijvoorbeeld. Die kwaliteiten zijn afleesbaar aan signalen als het bezit van een BMW, een groot territorium, een prachtig nest. Een degelijke kerel die over zulke attributen beschikt, mag mee de zorg dragen voor het kroost, maar voor het leveren van de genen van dat kroost aan de biologische vade...

Zangers zijn de beste minnaars, het is wetenschappelijk bewezen. Dat melden drie Zweedse onderzoekers in het blad Nature, en dan hebben de geleerden het niet over Caruso's of Pavarotti's, maar over karekieten. Ze wisten al dat vogels zelden monogaam zijn, en dat overspel schering en inslag is, ook bij de zogenaamd monogame soorten. Het patroon dat daarbij gevolgd wordt, komt ook bij de menselijke soort opvallend veel voor. De vrouwtjes kiezen als vaste partner iemand die goed voor het nageslacht zal zorgen : een mannetje met een hoge sociale status, die trouw en zorgzaam is, en in staat om te zorgen voor een niet aflatende stroom van levensnoodzakelijkheden. En die zijn verschillend volgens de soort : geld, regenwormen of visjes, bijvoorbeeld. Die kwaliteiten zijn afleesbaar aan signalen als het bezit van een BMW, een groot territorium, een prachtig nest. Een degelijke kerel die over zulke attributen beschikt, mag mee de zorg dragen voor het kroost, maar voor het leveren van de genen van dat kroost aan de biologische vader stellen vrouwtjes met een kinderwens andere eisen : hij moet de beste lichamelijke kwaliteiten hebben. Voor een zwaluwman bijvoorbeeld, telt de lengte van zijn gevorkte staart : hoe langer hoe liever. Ideaal is het natuurlijk als je een man weet te strikken die alle eigenschappen tegelijk heeft : eentje met de gewenste staart, die tevens een trouw thuisbezorger van mugjes is. Indien dat niet het geval is, weten veel slimme vrouwtjes daar een mouw aan te passen. Bij de grote karekiet ( Acrocephalus arundinaceus) kiezen de wijfjes hun vaste levenspartner op basis van twee criteria : de grootte van zijn territorium en dat van zijn liedjesrepertoire, met het eerste als doorslaggevend argument : een machtig mannetje dat kan beschikken over grote voedselvoorraden. Maar voor een slippertje telt dat niet meer mee : daarvoor laten ze hun oog vallen op het mannetje dat het hoogste lied zingt en de meeste deuntjes kent. Dat konden de onderzoekers van de Universiteit van Lund afleiden uit DNA-analyses van karekietjongen en hun mogelijke vaders. Ze volgden vijf jaar lang een kolonie grote karekieten aan het Zweedse Kvismaren-meer. De vorsers onderzochten het terrein iedere dag gedurende het broedseizoen, van mei tot juli. Hun zoektocht leverde 162 broedsels of nesten op, waarvan er tien buitenechtelijk werden verwekt. In alle tien de gevallen was de minnaar een buurman (hij woonde op minder dan 120 meter) met een groter zangrepertorium dan de rechtmatige echtgenoot. Uit het onderzoek bleek ook dat hoe omvangrijker het repertoire van de biologische vader was, hoe langer zijn nageslacht leefde. Dat betekent dus dat de vrouwtjes kiezen voor de minnaar met de beste genetische eigenschappen. Volgens de Zweedse wetenschappers was zo'n plaatselijke Helmut Lotti maar in 18 procent van de gevallen beschikbaar, wat verklaart waarom het aantal buitenechtelijke jongen nog meevalt. ?En er was geen sprake van verkrachting?, verklaren de vorsers plechtig. ?De wijfjes wilden allemaal zelf met hun zanger aan de rol.? Tot zover het rijk der vogelen. Bij ons mensen, is er bij mijn weten nog geen verband gelegd tussen zingen en nageslacht. Tenzij in de uitdrukking en het gebruik : ?Voor het zingen de kerk uit?, om mogelijk nageslacht slimmer af te zijn. Aanvankelijk was dat hét hoofddoel van condoomfabrikanten : ervoor zorgen dat die gewoonte in onbruik kon raken. De laatste jaren hebben die fabrikanten hun prioriteiten gevoelig uitgebreid : niet enkel het voorkomen van zwangerschappen, maar ook van alle mogelijke (andere) seksueel overdraagbare aandoeningen. Condoomfabrikant Durex bracht onlangs de seksueel actieve mens in kaart, en het blijkt dat het, ook daar, hard knokken is aan de top. Tot voor kort stond de Braziliaan op kop, met een record van 115 keer per jaar de liefde bedrijven. Nu is die de plaats op het hoogste schavotje en de gouden medaille kwijt. Volgens het onderzoek van Durex doen de Rus en de Amerikaan het beter. Genuanceerd : vaker, want dat is lang niet hetzelfde. Durex ondervroeg 10.000 seksueel actieve mensen in vijftien landen, waarbij België voor de verandering over het hoofd gekeken werd. Gemiddeld doen die 10.000 jaarlijks 109 keer aan seks, oftewel om de 3,3 dagen. Amerikanen en Russen tronen daar hoog boven. Rusland wint met 135 keer, Amerika volgt met 133, wat neerkomt op ?de daad? om de 2,6 dagen. Ondanks alle mythes, is de Spanjaard het zuinigst op lijfelijke liefde. Op jaarbasis komt die amper tot een schamele 64 keer. Dan doet de Taiwanees het toch beter, met jaarlijks 71 beurten. Tussen haken : het onderzoek bevestigt dat jongeren op steeds vroegere leeftijd seks bedrijven. De groep van 40 tot 49 jaar beweert gemiddeld dat ze op 18,6 jaar een eerste coïtuservaring had. Voor de groep die nu tussen 16 en 18 is, verschuift die leeftijd naar 15,8 jaar. Durex zou Durex niet zijn als het bedrijf enkel peilde naar hoeveel keer men het doet. Eigenlijk wilde Durex weten in welke landen men veiligheid hoog in het vaandel voert, en in welke niet. Met andere woorden : waar men meer moet sensibiliseren, meer promotie voeren, in de hoop op een stijgende verkoop van het eigenste product. Wat veiligheid betreft en dus condoomgebruik scoren Thailand, Frankrijk en Australië het best. Wie er slechtst uitkomt, zijn Polen, Canadezen en Hongkongers : die laten Gods watertje nog steeds zomaar over Gods akkertje lopen. Griet Schrauwen Illustratie : Sandra Schrevens