Het archetype van een loft roept de sfeer van een grootstad op. Het idee om een industriële ruimte te bewonen komt uit grote centra als Londen en New York. De eerste bewoners waren kunstenaars en krakers die in zulke ruimtes goedkope woningen vonden. Maar de loft was ook een reactie op een burgerlijke levenswijze, wonen in een loft was antibourgeois.
...

Het archetype van een loft roept de sfeer van een grootstad op. Het idee om een industriële ruimte te bewonen komt uit grote centra als Londen en New York. De eerste bewoners waren kunstenaars en krakers die in zulke ruimtes goedkope woningen vonden. Maar de loft was ook een reactie op een burgerlijke levenswijze, wonen in een loft was antibourgeois. Voor sommige bewoners blijft die betekenis gelden. Wonen in een loft geeft je een kosmopolitisch gevoel. Met wat sfeervolle jazzmuziek op de achtergrond waan je je zelfs in een Gentse of Leuvense loft moeiteloos in New York. Zo bijzonder is dat ook weer niet, want dat effect speelde altijd al een rol in de architectuur. De bewoners van middeleeuwse trapgevels met torentjes dachten destijds een heus kasteel te betrekken. De fermette roept dan weer de sfeer op van een boerderij. Bij elke architectuur hoort er ook een bepaalde interieurstijl. Traditioneel wordt een loft ingericht met design, vintage of industrieel meubilair. Je krijgt zelden of nooit een 'landelijke loft' te zien. Voor Pieter Vandenhout is dat echter vrij vanzelfsprekend. Hij heeft jarenlang in oude huizen gewoond op schitterende locaties. Zijn eerste woning was een imposante flat op de markt van Leuven. Daar woonde hij tussen de zuilen van een historisch gebouw. Zijn vorige woning was een riant herenhuis uit de zeventiende eeuw. We herinneren eraan dat hij na zijn studie een tijdje actief was bij antiekkenner Axel Vervoordt, waar hij veel ervaring opdeed met oude gebouwen. De som van al deze ervaringen resulteert in het ontwikkelen van een eigen stijl met landelijke accenten. Met landelijk bedoelt Pieter een stijl die ontsnapt aan trends. Wie een tijdje een oud huis bewoont en openstaat voor de sfeer en lichtinval, beseft dat een hyperfunctionele woning, opgevat als een woonmachine, eigenlijk saai is. Want voor Pieter is architectuur "zien en beleven". In deze loft staat de koelkast bijvoorbeeld vijftien meter van de keuken. De frigo zit verstopt in de brede kastenwand tegenover de keuken. "Telkens moet ik dus van de ene kant naar de andere stappen", legt Pieter uit. "Dat lijkt een beetje gek, ik geef dat toe. Maar ondertussen zie je van alles, geniet ik van de perspectieven en kan ik zelfs door het raam naar het landschap kijken. Is dat geen rijke ervaring ?" Hij reist graag de wereld rond en voelt zich aangetrokken tot ruwe, ongerepte landschappen. Daar steek je volgens hem veel nuttigs van op voor het inrichten van een woning. "Want dan neem je zo weinig mogelijk mee, je beperkt de balast : je wordt minimalistisch. Ook door de reis, door wat je ziet, word je minder materialistisch. Een reis naar Azië scherpt je zin voor eenvoud. Daardoor staan hier amper meubelen of objecten." De loft meet vijftien bij vijftien meter. De keuken, slaapkamer en badkamer zitten compact naast elkaar, bijna verborgen. Het grootste deel van de ruimte is vrij. Normaal wordt zo'n ruimte helder geschilderd. Wit is de kleur van het modernisme, een warm palet wordt geassocieerd met oude woningen. "Hier heb ik bewust geen rekening mee gehouden," stelt Pieter, "warme donkere tinten zorgen voor een clair-obscureffect. Dat is schilderachtig. Bovendien gebruikten we natuurlijke kalkverf. Op die manier komt er een symbiose tot stand tussen oud en nieuw, hedendaags en traditie. Beide hoeven niet met elkaar te contrasteren." Voor info : www.pietervandenhout.be Door Piet Swimberghe I Foto's Jan Verlinde