Directeur Max Borka vergelijkt de 17de editie van de Internationale Biënnale voor wooncreativiteit, Interieur 2000, nog het liefst met een stad. New York, vermoedelijk, of anders een stad die nog gebouwd moet worden, een hybride van beton en cyberspace, een stad voor de toekomst.
...

Directeur Max Borka vergelijkt de 17de editie van de Internationale Biënnale voor wooncreativiteit, Interieur 2000, nog het liefst met een stad. New York, vermoedelijk, of anders een stad die nog gebouwd moet worden, een hybride van beton en cyberspace, een stad voor de toekomst. "In het verleden heeft architect Christian Kieckens van een gang in de tentoonstellingshallen een Rambla gemaakt, naar de gelijknamige promenade in Barcelona," zegt Borka, "en dat is een manier om van je gebouw een stad te maken. Die Rambla is verdwenen. Of beter: hij is verveelvoudigd. We hebben dit keer vijf rambla's. We zijn als het ware overgeschakeld van Barcelona naar de nieuwe stad zonder centrum, het internet van steen." "We hebben het plan geïnterpreteerd als een kleinschalig stedenbouwkundig project", zegt architect Anne Mie Depuydt, die met Erik Van Daele het bureau uapS leidt. "Het was van meet af aan duidelijk dat we nauwelijks vat zouden hebben op het eindresultaat. De beschikbare oppervlakte, 38.000 m², wordt grotendeels ingenomen door de stands van de exposanten, die zelf verantwoordelijk zijn voor de inrichting van hun stands. Je zit dus met honderden decision makers die de vrijheid krijgen om een set van vaste regels zo goed mogelijk te interpreteren, net zoals bij een stadsuitbreiding." "Je bouwt een stad", zegt Borka nog. "Je zit met een plan, je zit met exposanten, je zit met tentoonstellingen. Er is zoveel volk mee gemoeid dat je niet kan voorspellen hoe alles eruit zal zien." Hij noemt het, niet zonder drama: "Een sprong in het duister." Het plan van uapS voor Interieur 2000 heeft het dambordpatroon van Amerikaanse steden als uitgangspunt. Een logische structuur voor een handelsbeurs die is onderverdeeld in tientallen identieke modules. In de Xpo-hallen van Kortrijk was zo'n structuur echter niet evident. De verschillende hallen zijn mettertijd gewoon naast elkaar gebouwd, zonder dat er veel rekening is gehouden met bijvoorbeeld circulatie. "We hebben een oplossing bedacht in de vorm van een aantal strategische assen", zegt Depuydt. "Die lanen zijn als links tussen de hallen, en ze vangen ook de verkeersstroom op." Elke laan kreeg een andere kleur, weerspiegeld in de tapis-plain, maar ook in de muren. En die zijn elk meer dan honderd meter lang. De plattegrond van Interieur 2000 kreeg de vorm van een metroplan. Elke laan is als het ware een lijn, en de tentoonstellingen kunnen worden beschouwd als stations. Voor de inkleding van de tentoonstellingen werd geput uit het visuele vocabularium van Times Square in New York: een overdosis billboards en lichtreclames. Een aanpak die dynamiek en snelheid suggereert (één tentoonstelling is overigens gewijd aan de plannen van wijlen grafisch ontwerper Tibor Kalman voor een renouveau van 42nd Street). Zegt Borka: "Je kan niet verwachten dat de mensen drie uur lang naar zeven meter hoge muren gaan staren." Interieur 2000 is er zowel voor een ruim publiek als voor kenners. De programmatie, waarvan hieronder de hoogtepunten volgen, is eigenzinnig en juist. De nadruk ligt op talent van nu en morgen, terwijl het wellicht veel makkelijker zou zijn geweest een handvol beroemde dinosaurussen uit te nodigen. "Interieur 2000 geeft een beeld van de toekomst", zegt Borka. "De bezoeker krijgt een algemene visie voorgeschoteld. Maar ook het bed of de fauteuil die hij zo snel mogelijk in huis wil."de eregastNa Jean Nouvel in 1996, een architect, en Rolf Fehlbaum in 1998, een bedrijfsleider, werd dit jaar nog eens een echte designer gevraagd als eregast. En dan nog wel een designer van wie niemand op kordate wijze de naam durft uit te spuwen (Gr, gr, eeuuhhh, tchik?). Konstantin Grcic, jaargang 1965 (zie ook het interview op pag. 16) begon negen jaar geleden zijn eigen studio in München, zijn geboortestad. Hij heeft sindsdien meubilair, accessoires en verlichting ontworpen, voor particuliere klanten en voor een waslijst belangrijke fabrikanten, waaronder Authentics, Cappellini, ClassiCon, Driade, Flos, Iittala, SCP en Whirlpool. Zijn werk werd beloond met verschillende prijzen, maar zijn naam laat nog velen achter met de mond vol tanden. Wat Interieur 2000 wellicht verandert, althans in België. Grcic gebruikt gewone materialen, zoals plastic, en schrapt tot hij alleen de essentie overhoudt: het naakte voorwerp. Voor zijn tentoonstelling tijdens Interieur heeft hij een van de drukste plekken in de tentoonstellingshallen gekozen, de oorspronkelijke Rambla, tegenover een bar. Hij brengt een variant van de muren die ook elders op Interieur zijn te zien. De andere muren gebruiken reclametechnieken om hun boodschap over te brengen, terwijl Grcic zijn installatie heeft verbeeld als een implosie. Bezoekers moeten eerst voorbij een roze gordijn, en daarachter ligt de muur. Het oeuvre zelf zit verborgen in een smalle passage. Daar kan het op intieme wijze worden bekeken, als ware het een peepshow. goed ideeOp 13 oktober wordt de Interieur Design Academy boven de doopvont gehouden, I/De/A in het kort. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, wordt het geen school, maar een open en internationaal platform voor iedereen die van ver of dichtbij iets te maken heeft met design en productontwikkeling: fabrikanten, designers, consumenten, verdelers en verkopers, academici, musea, overheden, media. I/De/A wil graag debatten stimuleren waarbij design wordt besproken in een brede sociale context. De leuze van de academie is verwant aan de beginselen van de Stichting Interieur, anno 1967: het helpen promoten en ontwikkelen van nieuwe leefstijlen, en op die manier werken aan een betere wereld. Tijdens de Biënnale worden twee tentoonstellingen georganiseerd rond mobiliteit en nomadisch leven, de thema's van I/De/A's eerste werkjaar. Een ervan is gewijd aan Avantime, het nieuwe model van Renault. De andere is een door Lowie Vermeersch opgesteld manifesto over mobiliteit. Vermeersch is ontwerper bij het in auto's gespecialiseerde designbureau Pininfarina in Turijn, en ontwierp vorig jaar een aantal zitmeubelen voor fabrikant Durlet op initiatief van Weekend Knack. vijf glazen huizenDe Belgische designer Casimir ontwierp in opdracht van de Stichting Interieur een glazen paviljoen, Glass Flat, gerealiseerd door het bedrijf Mini-Flat in samenwerking met Glaverbel. Het huis kan worden beschouwd als een heruitvinding van de serre, met een bijna onzichtbare structuur. Met de traditionele serre, in platgedrukte Eiffeltoren-stijl, heeft Glass Flat niets te maken. Zelfs van schroeven is geen spoor. "Ik heb dezelfde methode gebruikt als voor mijn meubilair", zegt Casimir. "Ik heb een stoel gereduceerd tot zijn meest elementaire vorm: twee blokken, een rug en een zit." Zijn uitgangspunt: het eindresultaat moest zo dicht mogelijk een glazen huis benaderen, letterlijk dan. "Enerzijds heb ik gekozen voor de basisvorm van een huis, met een puntdak, zoals elk kind het tekent. Anderzijds was het voor mij een absolute prioriteit om met glas te werken, en dus alle andere materialen zoveel mogelijk te elimineren. Ik wou van het glazen huis een transparant huis maken." Vijf exemplaren van Glass Flat zijn verspreid over de tentoonstellingshallen, als een soort bakens van rust in de drukte. De Hothouses werden ingericht door Ilkka Suppanen (zie ook pag. 26), Karim Rashid (zie ook pag. 132) , Matali Crasset, Alfredo Häberli en Casimir zelf. De Limburger stelt zonder veel gedoe zijn eigen meubilair tentoon: elementaire, vaak massieve producten die hij in de handel brengt via zijn eigen, onafhankelijke bedrijf. Voor Casimir moet meubilair in eerste instantie gebruikt worden. Maar een stoel is nooit gewoon een stoel, en een bed nooit gewoon een bed. Zijn Max le Belge-stoel bijvoorbeeld kan middels een schuiflade ook worden gebruikt als nachttafel, en in zijn tweepersoonsbed slaap je niet naast elkaar, maar achter elkaar. De Finse designer Ilkka Suppanen stelt dat leven in een glazen huis, nochtans een droomgegeven sinds het begin van de 20ste eeuw, niet voor de hand ligt. Zijn 'urgentie-oplossing' maakt elke lege ruimte leefbaar, van een loft tot een serre of een traditionele woning. Hij gebruikt daartoe een soort zachte muren van zeildoek waarin licht, elektriciteit en netwerkconnecties zijn aangebracht. In dat zeil zitten zakken die kunnen worden beschouwd als een update van de kleerkast. De constructie heeft iets van een binnenhuistent, en Suppanen beschrijft zijn constructie als de moderne versie van de nomadentent: mobiel, praktisch, en toch sensueel. Weekend Knack sponsort het Hothouse van Suppannen. (Daarover uitgebreider nieuws op pagina 26.) De vanuit Zwitserland opererende Alfredo Häberli noemt zijn Hothouse How High is the Sky. In zijn begeleidende tekst heeft de Argentijnse designer het over: "Een droom, een vreedzaam huis waarin de muren alleen van lucht zijn gemaakt, een huis waar je met je open ogen kan dromen." Hij ontwierp meubilair dat niet meer weegt "dan een vinger die lijnen trekt door de lucht". Karim Rashid ontwierp een zetel, of beter gezegd, "een tweedimensionale oppervlakte over verschillende hoogtes die een complex forum creëert voor zitten, entertainen, ontmoeten, relaxen en slapen." Op de MOMO, die iets heeft van een roller coaster, is er plaats voor honderd personen: "een eindeloze loop die refereert aan de noties van het digitale tijdperk: flexibiliteit, temporaliteit, personalisering, privacy, openbare ruimte en interactiviteit." In de toekomst moet het roze materiaal van de MOMO thermogeleid zijn en digitale interfaces integreren "zodat je kan audio-video-telecommuniceren, via de draadloze connectie van de Smart wear-bekleding naar je kledij". Nieuwe materialen, zoals zonne-energieweefsels, flexibel polymeer LCD en highperformance materiaal moeten in een later stadium worden geïntegreerd. De versie die op Interieur wordt getoond, is een prototype. Matali Crasset heeft haar Hothouse de naam Flat Flat gegeven. Miniaturisatie maakt de typologie van onze voorwerpen verouderd. Hoe kunnen we voorwerpen bedenken, vertrekkend van hun veelzijdigheid, en hoe kunnen we ze opnieuw materialiseren, zodat ze onze ruimtes van intimiteit, gastvrijheid en verbeelding kunnen blijven voorzien? Haar glazen huis is in drie niveaus onderverdeeld. Het eerste heeft vier vlakke techno corners: een vlak haardvuur (gemaakt van reflectoren, gedrukte schakelingen die warmte uitdragen en elektroluminiscente lampen), een vlakke lamp en memory corner ("de lamp aanschakelen is als een venster openen"), een vlakke chlorophyldispenser, die het idee van natuur en pure lucht naar binnenbrengt (met artificiële planten waarvan de bloemen openen als je het apparaat aanschakelt), en ten slotte een corner met vlakke display (plasmascherm) en geluidscomponenten. Op het tweede niveau stelt Crasset nieuwe meubelideeën voor; bijvoorbeeld een decompressiestoel, of een combinatie van opbergruimte en tafel. Het derde en laatste niveau is gewijd aan twee bestaande voorwerpen, Next to me (een stoel met magazinehouder) en Digestion no. 1: zitkussens die aan een staaf in het plafond worden opgehangen als ze niet worden gebruikt (in productie bij Edra). twaalf dozenMassimo Morozzi, legendarisch designer en creatief directeur van de Italiaanse meubelfabrikant Edra, bedacht voor Interieur het project Twaalf Dozen voor Kortrijk. Zijn eigen werk is, zoals bij Grcic, gebaseerd op archetypes, op primaire vormen, gespaard van esthetische ornamenten of stilistische trends. Voor Edra ontwikkelde hij het opbergsysteem Paesaggi Italiani, dat ook de basisstructuur vormt voor zijn installatie in de inkomhal van de Xpo. Naast zijn eigen werk worden ook voorwerpen getoond van de designers die Morozzi voor Edra heeft binnengehaald. En hij heeft ook aandacht voor Bab Anmil, een merk op het kruispunt van twee culturen. Morozzi heeft er een deur in gordijnmateriaal voor ontworpen, maar beperkte zich met opzet tot het basisontwerp. Marokkaanse vrouwen kregen carte blanche om de stof met gerecycleerd materiaal te versieren, volgens hun eigen ideeën van wat al dan niet toepasselijk zou zijn. Bezoekers aan Interieur moeten door die tentoonstelling, met gebogen hoofd notabene, voordat ze de Biënnale in kunnen. bloemenweeldeL'Anverre is een designcoöperatief uit, waar anders, Antwerpen, dat werd gesticht in 1986 door de Française Myriam Garouche, de Duitser Armin Homolka en de Belgen Marc Melis en Sem Schanzer. Ze zijn gespecialiseerd in glaswerk. Hun stijl is niet te vatten, nu eens puur en bijna minimaal (zoals de vazen voor Zanotta), dan weer barok. L'Anverre verwijst ook naar l'envers: het tegenovergestelde, de schaduwkant. De groep heeft een aantal monumentale installaties gemaakt voor onder meer het Musée Château d'Annecy, de Zoo van Antwerpen en de designbeurs Abitare del Tempo in Verona. Naar aanleiding van Interieur 2000 bedenkt L'Anverre een feestelijke straat in samenwerking met het Hollands Bloemenburo. een in memoriamTibor Kalman was amper 50, toen hij in 1999 door kanker werd geveld. Hij emigreerde op zijn zevende met zijn famile van Boedapest naar de Verenigde Staten. Begin de jaren '70 werd hij in New York creatief directeur van Barnes&Noble, intussen uitgegroeid tot een van de belangrijkste ketens ter wereld. In 1979 begon hij zijn eigen studio, M&Co, genoemd naar zijn echtgenote, Maira. Kalman en zijn discipelen ontwierpen onder meer platenhoezen voor Defunkt en de popgroep Talking Heads, en de man was enige tijd creatief directeur van het tijdschrift Interview. Kalman had geen enkele opleiding op het vlak van ontwerpen, maar zijn invloed op de designwereld valt vandaag nog nauwelijks in te schatten. Hij was in zekere zin een moderne Robin Hood, erg begaan met serieuze problemen, het leed van de wereld. Het geld dat hij met grote mainstreamopdrachten verdiende, werd dikwijls geïnvesteerd in verlieslatende, alternatieve projecten. Daarnaast liet hij zijn ethisch gedachtegoed ook in commerciële opdrachten doorsijpelen. Hoogtepunt van die aanpak, zeker wat belangstelling van buitenaf betreft, was het door Benetton gesponsorde tijdschrift Colors, waarvan Kalman stichtend hoofdredacteur was. Voor het project ging hij drie jaar lang in Rome wonen. Een van zijn laatste projecten was Chairman Rolf Fehlbaum, een beeldroman over het leven van de directeur van Vitra: een klein rood boekje nieuwe stijl. De installatie op Interieur 2000 is een hommage aan een van zijn belangrijkste projecten: de renovatie van 42nd Street en Times Square in New York.een hoop goed werkDe laatste trends inzake ceramiek zijn te zien in een tentoonstelling die werd opgezet door Tania De Bruycker van het Centrum Goed Werk in Zulte. In haar selectie, werk van onder anderen en onder meer Katarina Anderson, Arabia, Cor Unum, Vincent de Rijk en MVRDV-Rotterdam, JKN, Kahla, Koninklijke Tichelaar, Karin Nielsen, Boda Nova, Darsjana Raja, Rosenthal, Rörstrand, Barbara Schmidt, Piet Stockmans, en Tonfisk.ingebeelde manufactuurIn de beschutte werkplaats van het Berlin Blindenanstalt, een instituut voor blinden, werden 120 jaar lang (min of meer) dezelfde borstels, mandjes en kokosmatten gemaakt. Ze werden verkocht in een stoffig lokaal van het instituut in de Oranienstrasse in Kreuzberg, thans zowat de meest trendy wijk van Berlijn. Enige tijd geleden hadden designers Oliver Vogt en Herman Weizenegger het idee om een nieuwe collectie spullen te laten maken door en voor blinden. Ze haalden er enkele andere designers bij, en installeerden hun hoofdkwartier in het gebouw. Twee jaar later waren er vijftig nieuwe voorwerpen ontwikkeld, met een erg beperkt gamma materialen en technieken. De voorwerpen werden enthousiast onthaald door de designwereld, maar ook door consumenten. Sindsdien reizen Vogt + Weizenegger met de producten van Die Imaginäre Manufaktur. DIM werd onder meer op Interieur uitgenodigd "omdat de collectie bijna als emblematisch mag worden beschouwd voor de groep jonge designers die ook elders op de Biënnale voor het voetlicht worden gebracht". En het zal wel geen toeval zijn dat designers als Matali Crasset en Konstantin Grcic voorwerpen hebben ontworpen voor DIM. een handvol prijzenOp 19 oktober worden de winnaars bekend gemaakt van de Belgian Fashion Advertising Awards, een initiatief van Weekend Knack en Weekend Le Vif/L'Express. Tijdens de twee vorige afleveringen werden alleen prijzen uitgereikt voor Belgische reclamecampagnes ( Delvaux, Dirk Bikkembergs, Cortina, Kyuso, en twee keer Raf Simons). Deze keer komen ook internationale campagnes in aanmerking. Vanaf 2002 komt er ook een Belgian Design Advertising Awards voor de beste campagnes op het gebied van interieurdesign. De winnaars van de vorige edities zijn te zien op een van de tentoonstellingsmuren, gecreëerd door vormgevers Tim Oeyen en Sanny Winters, vormgevers verbonden aan Weekend Knack. doodlopend straatjeSinds 1997 maakt Hans De Pelsmacker sculpturen waarin hij licht gebruikt als een essentieel element. Aanvankelijk werkte hij met natuurlijk licht, later schakelde hij over op kunstlicht. De sculpturen van De Pelsmacker zijn geen gewone lampen, veeleer aanleidingen om te experimenteren met projectie, reflectie en valse perspectieven. Tijdens Interieur 2000 krijgt De Pelsmacker, die gefascineerd is door New York, een doodlopend straatje als platform. Daar bedacht hij een antwoord op het metroplan dat de basislay-out van Interieur vormt: een installatie die de subway evoceert, met zijn eindeloze stroom verkeer en lichten. en verderMo Becha en David Neirings bouwen in een van de drie ingangen van Interieur 2000 een geluidsinstallatie, beschreven als een cityscape en soundfield. Becha en Neirings modereren ook DeDeDe op 14 oktober: de Designers' Deejaying Debate, een feest waarop de door Interieur 2000 uitgenodigde designers tot een muzikale clash worden uitgedaagd... Belgitudes geeft een panorama van het Belgische design door een Japanse blik... De Frame lounge is op vraag van het toonaangevende Nederlandse designblad Frame ingericht door Dumoffice.... 2001 Space Oddities: Things That Moved Us Into The 21st Century, wordt een overzichtstentoonstelling met belangrijk design van de voorbije 100 jaar, waaronder La jamais contente: de eerste auto die 100 km per uur kon rijden, van Belgische makelij... Van geurenkunstenaar Peter De Cupere wordt een installatie in odorama aangekondigd... Ettore Sottsass exposeert zijn foto's... James Dyson onthult zijn nieuwe stofzuiger, de DC06, een hybride van stofzuiger en robot, die zestien beslissingen per seconde kan nemen, drie computers aan boord heeft en vijftig sensors. Het toestel wordt aangekondigd als de eerste automatische huisrobot die gewoon in de supermarkt wordt verkocht... Tijdens de openingsceremonie van Interieur krijgt Walter Van Beirendonck de tweejaarlijkse Prijs voor Vormgeving van de Vlaamse Gemeenschap. Van Beirendonck ontwerpt ook de uniformen voor het personeel van Interieur 2000. Het Nederlandse bedrijf Hidden trekt voor zijn installatie naar de vijver voor de Kortrijk Xpo, omgedoopt tot The Hidden Lake... De zelfnavigerende student toont werk van Sint-Lukas in Brussel en het Provinciaal Technisch Instituut in Kortrijk... Het beste uit de wedstrijd Design For Europe... Branding Belgium is een tentoonstelling van Foreign Office Architects... Er komt een modeshow georganiseerd door Sonja Noël van Stijl en Modo Bruxellae... Christophe Marchand stelde een tentoonstelling samen over de nieuwe richting van de beroemde meubelfabrikant Thonet, die op Interieur een nieuwe stoel van Erik Magnusen lanceert... En voor jonge ouders en hun kroost: Babybloom, een kleine tentoonstelling met prototypes van objecten voor peuters van nul tot drie, met werk van onder anderen de gebroeders Bouroullec, Massimo Morozzi, Vogt + Weizenegger, Denis Santachiara, Konstantin Grcic en Matali Crasset, commissaris van de tentoonstelling... Oef! Interieur 2000, de 17de Internationale Biënnale voor hedendaagse wooncreativiteit, loopt van 13 tot 22 oktober in Kortrijk Xpo, Doorniksesteenweg 216, 1500 Kortrijk. Op 13 oktober is de Biënnale enkel voor professionelen toegankelijk. Alle dagen van 10 tot 19 uur, op 19 oktober tot 20 uur. Toegangsprijs: 400 fr. De catalogus kost 800 fr., een combiticket entree + catalogus kost 1000 fr. Meer inlichtingen: www.interieur.beJesse Brouns