Er even tussenuit geknepen, en de nachten nuttig gebruikt om een nieuwe bewoner op deze aarde welkom te heten. 2,940 kilo en 47 centimeter, niet zo reusachtig als haar vader maar gezond van lijf & leden & voorzien van alles wat een mens kan bezigen, zoals één neusje en tien tenen. Ter wereld gebracht op de manier die de natuur zelf heeft bedacht, lang geleden, en waarbij een mens al eens moet denken dat een luikje toch praktischer geweest zou zijn. Jade, zal dochterlief heten, zoals die melkachtig groene halfedelstenen die als vlinders haar doopsuiker versieren.
...

Er even tussenuit geknepen, en de nachten nuttig gebruikt om een nieuwe bewoner op deze aarde welkom te heten. 2,940 kilo en 47 centimeter, niet zo reusachtig als haar vader maar gezond van lijf & leden & voorzien van alles wat een mens kan bezigen, zoals één neusje en tien tenen. Ter wereld gebracht op de manier die de natuur zelf heeft bedacht, lang geleden, en waarbij een mens al eens moet denken dat een luikje toch praktischer geweest zou zijn. Jade, zal dochterlief heten, zoals die melkachtig groene halfedelstenen die als vlinders haar doopsuiker versieren. De doopsuiker zit in emmertjes verpakt, in kistjes als van zeerovers, en in proefbuisjes waarop bloemen geprikt zijn. De woorden voor op haar geboortekaart kwamen mij onder de douche met een zekere vanzelfsprekendheid aangewaaid : Giraffes, kindje met van die gekke hoorntjes kikkers en caleidoscopen die zullen wij je tonen en met je schommelen in het licht van oude notenbomen en als het moet de monsters langs je pad met blote handen vloeren. Dat van die monsters, hoewel in mijn ogen nodig om de zoete geur van warme melk te counteren, vonden enkele bestemmelingen eigenaardig. Het past niet, vonden zij, om in de aanwezigheid van zo'n onschuldig wezentje reeds van onheil te gewagen. Hebt gij al eens goed rond u gekeken ? wilde ik dan vragen. Gebogen over dat wiegje, als een Nostradamus van de Aldi, laat ik mijn blik al vooruitgalopperen over wat deze slordig aangebroken eeuw nog zoal in petto zal hebben voor de mensheid. Ik zie dan scheurtjes in kerncentrales, pandemieën en smeltende polen, onbeantwoorde liefdes, schoften allerwegen en voedselprijzen die de pan uit rijzen. Het lijkt wel alsof Jade dat ook al ziet, want zij kan opvallend kwaad kijken, al van bij de geboorte toen ze mij in het vizier kreeg, met een blik die leek te willen zeggen : wat is dat hier voor een zootje ? Vanwaar haalt gij de assumptie dat het hier joliger zou zijn dan waar ik vandaan kom ? Assumptie ja, dat woord gebruikte zij geloof ik, vanuit haar ingebakerde, rimpelige roze. Gelukkig beschikken wij over de talrijke middelen om haar te pamperen en te troosten, zoals fopspenen, knuffeldoekjes en een pluchen beer die zich toelegt op het uiten van baarmoederlijke geluiden. Daar mag ik zelf ook graag naar luisteren, omdat het mij terugvoert naar meer geborgen tijden, zoals ook het zoemen van de stofzuiger en het jubelen van de warmwaterboiler. Daarbuiten schijnt de zon, en het pad dat zich voor onze voeten uitstrekt leidt naar badeentjes en Jip en Janneke, naar het zand tussen boterhammen op de eerste schoolreis, naar glitterstiften van prinses Lilifee, fietsen zonder steunwieltjes en de zekerheid van de aangereikte handdoek als er zeep prikt in je oogjes. Misschien, denk ik soms, is het tijd om het gedachtegoed achter mij te laten dat mijn eigen vader als een klam tentzeil over mij heeft gegooid, met de beste bedoelingen ongetwijfeld, en waarin altijd wel ergens een atoompaddenstoel om de hoek loerde. Wat voor zin heeft het op dat soort dingen bedacht te zijn ? Dan lijkt het mij prettiger je door het leven gedragen te voelen, zoals de schrijver die ik onlangs heb ontmoet en die gelooft dat er voor hem wordt gezorgd, op onzichtbare en subtiele manieren. Datzelfde gevoel had ik, kortelings voor Jades geboorte. We hadden haar naam allang gekozen toen ik een tekening terugvond die ik op mijn vijfde had ingekleurd in het bewaarschooltje. De tekening stelde een teddybeer voor, en toen ik zijn linkerpoot van meer nabij bekeek, bleken er vier letters in te zijn geschreven. JADE, kon ik duidelijk onderscheiden. Toeval, ongetwijfeld, het merk misschien van het kleurboek. Maar toch zo verbluffend en onwaarschijnlijk dat het je even van de spraak berooft, en je enkele momenten lang doet geloven in een hogere aanwezigheid, overtuigender dan wat je aangesmeerd krijgt van een priester, imam of lama. Waarop je jezelf in de arm knijpt, als in stripverhalen, en met het oog op het avondmaal vastkokende aardappelen van hun dunne huid gaat beroven in de al snel verduisterende keuken. jp.mulders@skynet.be Jean-Paul MuldersGebogen over dat wiegje, als een Nostradamus van de Aldi, laat ik mijn blik al vooruitgalopperen