De ploeg, die vier jaar geleden tekende voor "In the Name of the Father" - regisseur Jim Sheridan, scenarist Terry George, hoofdrolspeler Daniel Day-Lewis - maakte opnieuw een film over de strijd in Noord-Ierland. Toch is "The Boxer" geen déjà vu.

In hun vorige samenwerking ging het om een reconstructie van de zogeheten Guildford Four-zaak, een van de grootste gerechtelijke dwalingen uit de geschiedenis van de Britse justitie: de onterechte veroordeling en jarenlange opsluiting van vier jonge Ieren voor bomaanslagen op Londense pubs in 1975. De toon van de prent was opruiend, de toeschouwer zat woedend te kijken naar het aangedane onrecht. De toon van "The Boxer" daarentegen is niet bitter, maar verzoenend; er is zelfs een - wat geforceerd - happy end voor de betrokkenen. De schurken zijn hier niet de perfide Engelsen, maar de extremistische fanatiekelingen van de IRA die er alles voor over hebben om de vuurhaard van geweld niet te laten uitdoven. De held is een kersverse pacifist, een gewezen IRA-lid. Na 14 jaar gevangenschap heeft hij alle geweld afgezworen, maar zeer tegen zijn zin wordt hij meegesleept in de afrekeningen tussen splintergroepen binnen de organisatie. Danny (Day-Lewis) keert terug naar Belfast en probeert er de draad van zijn afgebroken carrière als beroepsbokser weer op te nemen. Samen met zijn vroegere trainer opent hij een boksschooltje voor zowel protestantse als katholieke jongens, wat hem door zijn voormalige strijdmakkers niet in dank wordt afgenomen. De verbroedering in de ring is een sterk ironische metafoor: uitgerekend in deze brutale arena waar ze elkaar afranselen, vinden protestanten en katholieken het heiligdom waar ze even hun vijandschap en religieuze geschillen van zich kunnen afzetten.

Ook in de privé-sfeer probeert Danny de stukken te lijmen. De liefde voor zijn jeugdvriendin Maggie (met grote tederheid vertolkt door Emily Watson, van "Breaking the Waves") laait weer in alle hevigheid op, maar vindt vele hinderpalen op de weg: Maggie is inmiddels getrouwd met een politieke gevangene en haar zoontje verzet zich met klem tegen het idee van een nieuwe man - en vaderfiguur - in het gezin. De zaken worden nog gecompliceerder omdat Maggie de dochter is van een lokale IRA-baas. Deze man onderhandelt nu net over een bestand, dat de meer radicale leden op alle mogelijke manieren pogen te ondermijnen. Mocht zijn dochter - die zich als echtgenote van een IRA-martelaar moreel onberispelijk moet gedragen - in opspraak komen, dan zou dit zijn vredesplannen kunnen kelderen. De love story is zeker niet de sterkste kant van de prent: de melodramatische ontwikkelingen lijken het verhaal opgedrongen en komen nogal gekunsteld over, zeker binnen de realistische context van de film.

Daniel Day-Lewis is echter perfect als de taaie held, die tussen twee vuren komt te zitten. De intense Day-Lewis is geknipt voor de rol van een man van weinig woorden, die zijn lot stoïcijns ondergaat en zijn emoties zo veel mogelijk onderdrukt: zowel zijn walging voor zijn IRA-verleden als zijn hartstocht voor zijn oude vlam. Alleen tijdens het boksen is hij in staat zijn pijn te uiten. De film is dan ook het verhaal van zijn emotioneel herontwaken.

De hoge graad van autenticiteit is voor een flink stuk toe te schrijven aan de briljante fotografie van Chris Menges. De straten van Belfast herschapen in een oorlogszone: dit is hier geen cliché-journaalbeeld, maar een harde realiteit waarin je als toeschouwer wordt gedropt. Menges filmde eerder al de genocide in de padie-velden door de Rode Khmer ("The Killing Fields"), de emotionele verwoesting aangericht door de Zuid-Afrikaanse apartheid (zijn regiedebuut "A World Apart") en de roerige ontstaansgeschiedenis van de Ierse republiek ("Michael Collins"). Als geen ander weet hij geënsceneerd geweld, straatrellen en politieke chaos voor de lens te toveren alsof de gebeurtenissen zich echt aan het voltrekken zijn en we geen idee hebben hoe noodlottig en verwoestend de afloop nu weer zal zijn.

"The Boxer" van Jim Sheridan, met Daniel Day-Lewis, Emily Watson, Brian Cox, Ken Scott, Ciaran Fitzgerald.

Patrick Duynslaegher