Uitprobeerconsument of trysumer, dat is de term die trendwatchers gebruiken voor de eenentwintigste-eeuwer. Anno 2007 zijn de mensen kritisch. Ze testen graag dingen uit voordat ze iets kopen. Ze proeven, meten en passen. Daarbij worden ze flink geholpen door medeconsumenten én door de hedendaagse technologie. Op eBay bijvoorbeeld, wordt de betrouwbaarheid van handelaars met sterren aangeduid. Op gespecialiseerde websitefora krijgt men pakken informatie over producten, de vrije internetencyclopedie Wikipedia verzamelt de kennis van de massa, handtassen en wagens kun je voor een paar weken huren en op Second Life kun je een volledig virtueel leven uitproberen...
...

Uitprobeerconsument of trysumer, dat is de term die trendwatchers gebruiken voor de eenentwintigste-eeuwer. Anno 2007 zijn de mensen kritisch. Ze testen graag dingen uit voordat ze iets kopen. Ze proeven, meten en passen. Daarbij worden ze flink geholpen door medeconsumenten én door de hedendaagse technologie. Op eBay bijvoorbeeld, wordt de betrouwbaarheid van handelaars met sterren aangeduid. Op gespecialiseerde websitefora krijgt men pakken informatie over producten, de vrije internetencyclopedie Wikipedia verzamelt de kennis van de massa, handtassen en wagens kun je voor een paar weken huren en op Second Life kun je een volledig virtueel leven uitproberen... De afstand tussen de virtuele en de reële wereld wordt hoe langer hoe kleiner. Op de website van het Zweedse modelabel H&M kun je een virtueel model van jezelf samenstellen. Je geeft je maten in, evenals kapsel, huidkleur en leeftijd en op dat model kun je dan de nieuwe zomercollectie uitproberen, afprinten en meenemen op de winkelnamiddag. Volgens Virtual Model, de makers van het H&M-model, zijn virtueel voorbereide kopers geneigd om meer uit te geven. Ze komen ook minder stuks inruilen, wat dan weer uitspaart op tijd en transport. Een verkeerd gekocht paar schoenen inruilen is één zaak, een ingerichte keuken uitbreken of een geïnstalleerd bad terugbrengen, is iets heel anders. Ook in de interieursector duiken dus virtuele uitprobeermogelijkheden op : meubel- en vloermerken, badkamerproducenten bieden op hun website of in hun showrooms de mogelijkheid om hun producten in een virtuele omgeving uit te proberen. Zij laten, zoals Rolf Benz, de geïnteresseerde klant zelf een stoel of zetel samenstellen. Of ze bieden, in samenwerking met een softwareproducent, hun volledige catalogus virtueel aan. De bedoeling is dan dat deze uitgetest kan worden. Daarvoor moet de consument natuurlijk wel eerst zijn eigen woon-, slaap- of badkamer natekenen. Sommige merken als Quick-Step en Berryfloor werken met een snel totaalplaatje : na de keuze van een woonstijl kun je de kleur van muren en meubels veranderen tot het beeld het eigen interieur min of meer benadert. Daarna kan je de voorkeurvloer selecteren. Maar er bestaat ook een volledige generatie 3D-software waar je minder beperkingen hebt. Dat soort programma's vraagt iets meer geduld en een beetje oefening, maar benadert wel meer de persoonlijke stijl van de kamer waarin een meubel moet komen te staan. Je tekent namelijk een volledige kamer, sleept er met de muis meubels, verlichting, behangpapier, vloeren, deuren en ramen in. Dan kan je in 3D rustig de hele kamer rond kijken. Een verslavend spelletje. Het marketingidee is slim : al tekenend droomt de consument zich een zetel of muurvullende boekenkast en met een simpele klik ziet hij/zij onmiddellijk het prijskaartje en het dichtstbijzijnde verkooppunt. Het brengt een product meteen heel dicht bij de eindconsument. Geen wonder dat een aantal merken de software beginnen aan te bieden op hun site of in hun showrooms. Maar levert dit soort virtuele nabootsingen ook iets op ? Het Zweedse Ikea heeft al een kantoorplanner sinds 2001. "Eerst zagen we het als een funtoepassing op het internet. Om consumenten te helpen, om snel een plan van hun kantoor te maken, een 3D-voorstelling te krijgen en zo een kostenschatting te kunnen maken van de meubels", bekent Martin Goldberg, de internationale systeembeheerder van alle Ikea Homeplanners. "En we wilden eens testen of we tijd konden winnen door een consument de mogelijkheid te geven om zich thuis voor te bereiden. Op die manier weet de klant heel duidelijk wat hij wil en moet alleen de eindbeslissing nog genomen worden in de winkel." Het werd een succes. Ikea heeft nu ook een keuken- en een slaapkamerplanner en lanceerde pas een badkamerplanner. De Belgische badkamerspecialist Van Marcke heeft al van begin vorig jaar een planner online staan. Eerder werd het programma in de toonzalen gebruikt. Het voordeel is "dat de consument zich een beter ruimtelijk inzicht kan verschaffen met betrekking tot de beschikbare ruimte." Ook leidt het tot een juistere beslissing van de klant, klinkt het bij Van Marcke. Maar niet elk merk heeft evenveel vertrouwen in de expertise van zijn klanten. Ze laten niet allemaal de virtuele kamerinrichter gebruiken door consumenten alleen. Sommige merken verkiezen professionele begeleiders. Het Nederlandse Leolux bijvoorbeeld, laat alleen in sommige, door het bedrijf zelf gekozen showrooms én in samenspraak met verkopers, met een 3D-programma werken. "De consument verdient een afgewogen advies van een gespecialiseerd adviseur die kennis heeft van onze collectie en kennis van interieurarchitectuur", klinkt het. De hulp van een adviseur lijkt een goede investering. "Bijna 70 procent van de klanten gaat uiteindelijk over tot aankoop van het plan of een gedeelte ervan", zegt René Nieuwendijk van Leolux. Ikea spreekt van 40 procent van de gemaakte plannen (in totaal al voor 40 miljoen), die uiteindelijk in verkoop wordt omgezet. Kiest een consument andere dingen wanneer hij ze meteen in de virtuele eigen kamer kan zien ? Volgens René Nieuwendijk van Leolux is dat inderdaad het geval : "Door de 3D-presentatie zijn ze moediger in hun kleur- en modelkeuze." Maar het laminaatmerk Berryfloor ziet niet echt een verschil tussen wat in de winkel wordt aangekocht en wat via internet wordt gekozen. Voorlopig zijn nog niet veel bedrijven bezig met dit soort toepassingen. Sommige hebben wel een virtuele catalogus, maar ze stellen hem nog niet ter beschikking van de consument, wel van (interieur)architecten en andere professionele relaties. Voorlopig moet de consument het dus nog doen met een beperkt aantal merken. Navigram, een producent van woonplanningsoftware werkt virtuele catalogussen uit voor een vijftiental merken. Daarnaast bieden ze een versie voor het grote publiek aan op hun website. Rutger Beumer, marketingmanager van Navigram maakt er echter geen geheim van dat precies het grote publiek de uiteindelijke doelgroep is : "Wij willen graag marktleider worden in het aanbieden van visuele configuratie met de nadruk op mass customization", zegt hij. Erg lang kan het niet duren voor de trysumer een zo groot mogelijke keuze van merken in zijn virtuele planner zal willen gebruiken. De gebruikers van dit soort planners zijn nog niet goed in kaart gebracht. Alleen Ikea heeft een duidelijke profilering van de gebruikers : "Vrouwelijke klanten tussen 25 en 49 jaar die een eigen huis of appartement gekocht hebben."Wij lieten alvast twee creatievelingen, een man en een vrouw, met het programma Navigram werken (zie kader p. 132). Zij mochten daarmee hun ideale kamer samenstellen. Ter vergelijking lieten we ook een illustrator met potloden aan de slag gaan. Ook zijn droomkamer ziet u hier (p. 130-131). Door Leen Creve