H Theo Kars, Praktisch verstand, Querido,
...

H Theo Kars, Praktisch verstand, Querido, 192 p., 19,95 euro.Niet dat ik anderen daar graag mee lastigval, maar voor wat het waard is : ik ben een gelukkig mens. Sterker nog : gelukkig zijn is de enige ambitie die ik ooit heb gekoesterd. Dat begon al heel vroeg, toen ik als kind met verbazing vaststelde hoeveel volwassenen tobbend door het leven gingen. Volwassenen die nochtans hun witloof niet hoefden op te eten, net zo laat konden opblijven als het hun beliefde en 's winters niet teruggefloten werden als ze zonder muts en handschoenen het huis uitliepen. En niet te vergeten : zo vaak als ze wilden naar de film gingen. Echt waar, ik kon niet wachten tot ik groot was en precies kon doen waar ik zin in had. Tobben ? Mij niet gezien. En kijk, zo geschiedde. Niet dat dat nu zo'n grote verdienste is. Geluk is voor een groot deel een kwestie van... geluk. Het geluk met goeie genen geboren te zijn, die je behoeden tegen kwaaie ziektes. Het geluk ook op de juiste plek ter wereld gekomen te zijn, waar ze vrouwen niet besnijden of tot hun nek ingraven en met stenen bekogelen als ze een slippertje maken met de buurman. Een plek waar er bovendien à volonté schoon water uit de kraan stroomt. Er zijn mensen, de Hugo Campsen onder ons zeg maar, die beweren dat alleen de simpelen van geest gelukkig kunnen zijn. Immers, het heeft de natuur beschikt het mooie, goede en nuttige in de wereld schaars te maken en het lelijke, slechte en nutteloze alom aanwezig. Daar kun je moeilijk naast kijken, maar dat is het verhaal van het half lege en het half volle glas : in plaats van te somberen over de veelheid van het verkeerde, kun je net zo goed blij zijn met de kwaliteit van het goede. En als een simpele duif zijn daarbij helpt, vooruit dan maar. Sinds ik Praktisch verstand van Theo Kars in handen kreeg, ben ik trouwens helemaal gerustgesteld. Want wat blijkt na lectuur zonneklaar ? Dat ik geen simpele duif ben, maar een gematigd hedonist. Zoals Kars zelf dus, die de mosterd bij Epicurus haalde. Epicurus, ja die kende ik nog wel. Zij het minder uit mijn cursus wijsbegeerte van lang geleden dan van Jostein Gaarders filosofie-voor-beginnelingen bestseller De wereld van Sofie. Epicurus die ervan uitging dat genot uitgangspunt en doel van een gelukkig leven is. Let wel, niet het voze genot van hoeren en boeren, maar 'het streven naar een toestand waarin het lichaam geen pijn heeft en de ziel niet wordt verontrust'. Met andere woorden : Epicurus probeerde zichzelf zoveel mogelijk sores te besparen, en wel door zijn gezond verstand te gebruiken. Laat dat nu in grote trekken ook mijn levensfilosofie zijn. Hobby : epicurist. Geef toe, het heeft iets. Kars gaat overigens nog een stap verder : het niet-lijden van Epicurus is een nulstand. Voor de Nederlander staat geluk gelijk met actief genieten. Makkelijk zat, zou je zeggen. Maar zelfs daar is waakzaamheid en inspanning voor nodig, want in tegenstelling tot wat ik altijd dacht, komt geluk niemand aanwaaien. Nu is die Theo Kars hoe dan ook een beetje een rare snuiter. Is er 63, maar ziet er op de achterflap van zijn boek ongeveer veertig uit. Nu ja, veertig op de planeet Klingon, want zo'n drastisch strakgetrokken kop geeft een mens toch altijd iets van een alien. Heeft een uitstekende reputatie als vertaler van het werk van Anatole France, Balzac en vooral Casanova, een van zijn meest geliefde schrijvers. Wordt door zijn levensstijl en romans als het autobiografische De verleider wel eens met die figuur vereenzelvigd, ook al beweert hij in interviews dat zijn relaties met vrouwen van langere adem zijn. Zijn eerste roman schreef hij in de jaren zestig overigens in de gevangenis, wegens oplichting van de PTT, een akkefietje waarvan hij voor geen cent spijt zou hebben. Het minste dat je van Theo Kars kunt zeggen, is dat hij levenservaring heeft. Bovendien is hij een uitermate belezen man, die al sinds zijn dertiende wijsheden, aforismen en stellingen van beroemde schrijvers verzamelt, waarmee hij nu een soort 'huisapotheek tegen alle kwalen' heeft samengesteld, in de vorm van een smal, elegant boekje dat gemakkelijk in jaszak of handtas past en waarmee de non-conformistische genieter zijn voordeel kan doen. "Want", zo oreert Kars, "een mens wordt net zo gelukkig als hij verstandig is." Verstandig is overigens niet hetzelfde als intelligent. Nee, een verstandig mens leert uit zijn fouten. Mensenkennis en meer in het bijzonder zelfkennis kunnen immers alleen in de school van het leven opgedaan worden. Een school met illustere alumni en het moet gezegd dat Kars de nuchtere raadgevingen en dwarse stellingen van uiteenlopende denkers als Cicero, Seneca,de Montherlant, Multatuli,Chamfort en Somerset Maugham verdraaid aardig weet te formuleren. Dat zet aan tot driftig aanstrepen in de marge, wat nog niet wil zeggen dat je het met alles eens hoeft te zijn. Bij de beweringen over reizen (globetrotten is tijdverspilling) en over overspel (bij mannen : een aangeboren drang, bij vrouwen : een teken van onvrede met hun relatie) schoten mijn wenkbrauwen spontaan de hoogte in. Volgens de auteur zelf kun je zijn vademecum voor slimme genieters "het best lezen met de ogen waarmee u de gereedschapskist van een ander inspecteert. Misschien hebt u wat aan een van mijn schroevendraaiers of ziet u een paar moeren die u goed kunt gebruiken." Een greep uit de spirituele ijzerwaren. De mens is het enige levende wezen dat zich daar het hoofd over breekt. Je doet het trouwens nooit op momenten dat je gelukkig bent, blijkbaar weet je dan het antwoord. Nadenken over de zin van het leven is dan ook volkomen zinloos. Wie zichzelf erop betrapt, dient zich te realiseren dat het een symptoom van geestelijke malaise is, als slapeloosheid of nagelbijten, en zich uitsluitend af te vragen waarom hij ongelukkig is en wat hij daartegen kan doen. Henry de Montherlant windt er geen doekjes om : "Het leven heeft maar één zin : gelukkig te zijn. Als leven niet synoniem is met geluk, kan men net zo goed niet leven."Hoe scandeerden we dat in de vroege jaren zeventig ? "Geen gezeik, iedereen rijk !" Fout, meent Kars. Rijkdom op zich is het niet waard om na te streven. De materialist zal nooit genoeg hebben en er zullen altijd anderen zijn die meer hebben dan hij. Bovendien maakt hij totaal geen indruk op slimme mensen voor wie geld uitsluitend het middel is om onafhankelijk te leven ; hij kan alleen macht uitoefenen over mensen die denken zoals hij. De beste definitie ter zake vond Kars bij de schrijver van Hongaarse afkomst Peter de Polnay : "Geld is uitsluitend het middel om niet aan geld te hoeven denken." "Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt hem wel." Elk nuchter mens weet dat die bewering een leugen is. Een hoop leugens komen nooit uit. Liegen is gangbaar in de strijd om het bestaan ; streven naar absolute eerlijkheid leidt tot zelfvernietiging. Het grote probleem is : wanneer te liegen en tegen wie ? De beste richtlijn is simpelweg zo weinig mogelijk te liegen, en nooit tegen mensen die je vertrouwen. Wie liegt tegen zijn dierbaren, pleegt verraad en verliest zijn zelfrespect. La Rochefoucauld waarschuwt voor mensen die beweren nooit te liegen : "De listigste mensen wenden hun hele leven voor dat zij bedrog afkeuren om zich daar vervolgens van te bedienen op ogenblikken dat er veel op het spel staat." Egoïsme is de ons van nature ingegeven drang zo goed mogelijk voor onszelf te zorgen. Zonder gezonde zelfzucht kunnen wij niet overleven. Waar het om gaat is niet op bekrompen wijze zelfzuchtig te zijn, maar je zelfzucht uit te strekken tot de mensen die om jouw kampvuur zitten, en zo op altruïstische wijze je eigen belangen te dienen. Het laatste woord ter zake krijgt Multatuli : "Klacht over egoïsme is egoïsme."Bepaald pijnlijk, betrapt worden op afgunst. Een schadelijke emotie, die in grote mate verantwoordelijk is voor de verzuring van de maatschappij. Ze werkt verlammend, vreet energie en remt je af in het streven zelf gelukkig te worden. Epicurus wist het al : "Wij moeten op niemand jaloers zijn. Goede mensen verdienen geen afgunst, en slechte mensen brengen zichzelf alleen maar meer schade toe naarmate het hun beter gaat." Van dat laatste ben ik nog niet zo zeker. Veel mensen maken zich zorgen over de zedelijke verloedering van de mensheid. Flauwekul, weet Kars, maar dan in elegantere bewoordingen. In de zesde eeuw vielen in Constantinopel drieduizend doden bij een botsing tussen wagenrenhooligans ( de 'blauwen' en de 'groenen'). Anno 2003 is de wereld nog net zo primitief als aan het begin van de jaartelling : er zijn stammenoorlogen, godsdiensttwisten, genocide... Alle vooruitgang kan slechts technisch zijn doordat kennis wél kan worden overgedragen, maar wijsheid niet. Iedere generatie, elk mens moet volgens hem op wijsgerig gebied als het ware opnieuw het wiel uitvinden. Wil een verstandig individu weten wat anderen over hem/haar zeggen ? Nee, dat wil hij/zij niet. Mensen spreken nu eenmaal liever kwaad dan goed over soortgenoten. En geef toe : zelf laat je je ook niet altijd zo vriendelijk uit over anderen, zelfs als je ze in principe aardig vindt. Als je meent dat een vriend iets doms gedaan heeft, zul je dat in zijn gezicht hoogstens "onverstandig" noemen, maar achter zijn rug "stom" of "idioot". Wat overigens niets hoeft af te doen van je appreciatie voor de persoon in kwestie, maar dat zeg je er meestal niet bij. Wie ergernis en verwarring wil vermijden, sluit zich dan ook maar beter af voor kritiek die niet voor zijn oren bestemd is, meent Kars. Een van Kars' favoriete auteurs is de Spaanse jezuïet Baltasar Gracián, een filosoof en satiricus die het vaak aan de stok kreeg met zijn religieuze oversten. Misschien dat hij daardoor tot de slotsom kwam dat je beter "met zijn allen dwaas kunt zijn dan in je eentje wijs". Uiteenlopende schrandere geesten als La Rochefoucauld, Anatole France en Somerset Maugham waren het trouwens roerend met hem eens : een mens bespaart zich een hoop misère door zich te verbijten en een afwijkende mening voor zichzelf te houden. Met andere woorden : wees een non-conformist, maar hou het stil. Veel mensen hebben een oneindig vermogen om hun eigen uitschuivers goed te praten. Helaas : niet een slechte vriend brengt ons op het slechte pad, maar ons besluit met een slechte vriend op te trekken. Niet de gelegenheid maakt de dief, maar de dief benut de gelegenheid. Trouwens, wie altijd anderen de schuld geeft van zijn falen, leert er niets uit. Geen wonder dat schuldafschuivers altijd geboren verliezers en eeuwige pechvogels zijn. Nee, dan liever Casanova in het voorwoord van zijn memoires : "Aangezien ik mijzelf altijd heb gezien als hoofdoorzaak van al het slechts dat mij is overkomen, deed het mij genoegen les te krijgen van mijzelf en als plichtsgetrouwe leerling mijn leraar lief te hebben." Schuld ontkennen na betrapping is dom : niet zozeer het rampetampen met Monica werd Clinton kwalijk genomen, wél dat hij er meineed over pleegde. De schade die hij daardoor opliep, was oneindig veel groter dan die hij had willen vermijden. Grote geesten hebben net zo goed kleine ergernissen. Bemoeizieke lui die commentaar op hun doen en laten hebben, bijvoorbeeld. Efficiënter dan een filosofisch onderbouwd betoog zijn in dit geval drie simpele woorden, op een ironische toon geuit : "Ja, erg hé." Ik zei toch al dat het om een praktische gidsje ging. Je zou dat niet meteen verwachten van een actief genieter, maar verliefdheid is volgens Kars te mijden als de pest. Wie verliefd is, is immers ten prooi aan een tijdelijke verstandsverbijstering : hij meent een volmaakt wezen ontmoet te hebben dat speciaal voor hem geconcipieerd werd. Een misverstand dat soms op de koop toe aangewakkerd wordt door de ander die "make-up op zijn ziel draagt". Niet liefde maakt dus blind, wél verliefdheid. "Verliefdheid is een emotionele, irrationale steekvlam, liefde een weldoordachte keus voor iemand wiens kwaliteiten, hebbelijkheden en fouten je hebt leren kennen."tegen de stroom in Al bij al moet je er echt wel wat voor over hebben om praktisch gelukkig te worden. De gematigde hedonist heeft bijvoorbeeld geen kinderen, want "kinderen hinderen". Hij is gelovig noch bijgelovig en vindt astrologie flauwekul : "Als de mens van nu namen voor de gesternten zou moeten verzinnen, zou hij de Boogschutter wellicht Doelman en de Kreeft Roomsoes noemen en zouden de mensen onder dit gesternte geboren heel andere kwaliteiten toegeschreven worden." Mystieke vervoering is voor een nuchtere epicurist "niet van een hoger gehalte dan duizeligheid of zeeziekte". Hij negeert officiële feestdagen en grote menigten, alsook luidruchtige mensen en individuen die wegens drukdrukdruk ontoegankelijkheid veinzen en hun conversaties met veel cool Engels larderen. Hij is op zijn hoede voor fantasten, profeten en doemdenkers en als zijn vrijheid hem lief is, streeft hij geen bekendheid na. Hij werkt niet, maar speelt, wapent zich tegen verveling en relativeert tegenslagen. De non-conformist kiest zonderlingen als bondgenoten, apprecieert de eerlijkheid van zeer oude mensen en woont in een grote stad waar zijn onaangepastheid de minste weerstand opwekt. Kortom, om gelukkig te zijn moet een mens geheel volgens zijn eigen levenscode bestaan en weldoordacht zijn hart volgen. "Volg je natuurlijke neigingen, maar met gepast respect voor de politieagent om de hoek", doceert de gelukkige pragmaticus Kars. Maar het laatste woord krijgt van mij Chamfort : "Geniet en bewerk dat anderen genieten, zonder jezelf of hen te schaden." Voorwaar een heel programma. En toen hij uitgenoten was, pleegde hij zelfmoord. Ook dat is epicurisme : de dood verkiezen boven een ongelukkig leven. Linda Asselbergs / Illustratie Tina VandormaelEen mens wordt net zo gelukkig als hij slim is.ô"