Juweelantiquair
...

Juweelantiquair De juweelantiquairs zijn een kleine familie. Wereldwijd zijn er een tiental, meer niet. We zijn elkaars buren op beurzen, we gaan met elkaar om als broers en zussen, niet als concurrenten. Onze expertise delen we. Kennis afschermen is het domste wat je kunt doen in de eenentwintigste eeuw. Tienduizenden euro's standgeld betaal ik op een belangrijke antiekbeurs. Voor mij is die investering rendabel, anders zou ik ze niet maken. Al ken ik antiquairs die ook zoveel geld ophoesten en geen enkel stuk verkopen. Ze willen er zijn voor het prestige. Of omdat hun grootste concurrent er ook staat. Unieke stukken, daar ben ik op uit. Ik heb een groot netwerk van chineurs die voor mij de wereld afspeuren naar exceptionele juwelen. En als er van eenzelfde prachtstuk maar twee exemplaren bestaan, dan wil ik ze allebei hebben. Koste wat het kost. Beleggers of musea zijn niet mijn favoriete klanten. De stukken belanden dan in een kluis of in een vitrinekast en sterven daar roemloos. Een antiek juweel verdient een tweede leven, dicht tegen het lichaam van een vrouw die er perfect mee staat. Ik verkoop niet zomaar een juweel aan iemand die er toevallig veel geld voor overheeft. Smaken zijn voorspelbaar. Amerikanen pronken graag. Grote ringen, juwelen met kanjers van edelstenen, opzichtige parelsnoeren : ze kopen klassieke stukken waaraan je duidelijk kunt zien dat ze duur zijn. Belgen zoeken naar verfijnde, onopvallende juwelen, waar een verhaal aan vasthangt. Ze kopen niet met hun portemonnee, maar met hun hart. Ik reis de wereld rond, maar ik blijf zeker in België wonen. Belgen cultiveren een soort eenvoud die uniek is in de wereld. De mensen zijn authentiek en de levensstandaard ligt uitzonderlijk hoog. Vertrekken uit België is nooit lastig, want in het buitenland wachten altijd nieuwe ervaringen. Maar onze joie de vivre mis ik wel als ik lang weg ben. Gelukkig reist mijn man meestal mee. Hij is diamantair en staat op quasi dezelfde beurzen als ik. Door zijn job hoefde ik niet te werken tot mijn dertigste. Maar ik leerde via hem zoveel bij, dat ik eigenlijk vanzelf in de stiel rolde. Van hem kreeg ik trouwens mijn eerste échte juweel. En nee, die verlovingsring verkoop ik nooit. Drie jaar ben ik juweelontwerpster geweest. De ideeën zaten in mijn hoofd, maar ik kreeg ze niet omgezet in creatieve juwelen. Talent had ik niet, oog voor waardevolle antieke objecten wel. En vooral : een enorme passie voor geschiedenis. In de tijd reizen zie ik niet zitten. Ik kan me wel helemaal inleven in het tijdperk van pakweg Hendrik III, Napoleon I of Lodewijk XIV in Versailles. Maar van nostalgie heb ik geen last. Onze eeuw is stukken boeiender om in te leven. Alles komt terug, als je maar lang genoeg wacht. Mode interesseert me niet, want trends zijn toch pure recyclage. De enige die ooit iets origineels heeft voortgebracht, was die anonieme oermens die de rotsen beschilderde in Lascaux. Mijn vader was antiquair. Ik moest als kind dik tegen mijn zin mee naar musea en brocantezaken. Die geur alleen al. Later heb ik daar de waarde van ingezien. Kinderen die van jongs af in kunst ondergedompeld zijn, worden later de grootste cultuurveelvraten. Mijn zoon Benjamin hielp een tijdje in mijn galerie. Hij had wel een oog voor unieke stukken, maar hij was een slechte verkoper. En zijn hart lag elders. Hij is nu setdesigner in Hollywood en draait videoclips met de grootste muzieksterren. Uit pure nieuwsgierigheid heb ik hem eens een halve dag gevolgd. Hij heeft een prachtjob, maar ik zou nooit willen ruilen. Ik ben een intercontinentale cyberoma. Ik zie mijn kleindochter enkel via de webcam, want mijn dochter woont in Amerika. Ze is bevallen, net toen ik wat vrije tijd had tussen twee internationale beurzen door. Zo'n perfecte timing, dat kan toch geen toeval zijn ? Véronique Bamps (51) is juweelantiquair. Ze staat nog tot 18 maart op TEFAF (The European Fine Art Fair) in Maastricht, een van de belangrijkste kunst- en antiekbeurzen ter wereld. Haar galerie ligt in de Waterloolaan 28 in Brussel. www.tefaf.comDoor Thijs Demeulemeester / Foto Charlie De Keersmaecker