Ian Callum is een pusher. De Schot die de designafdeling van Jaguar runt, gaf het Britse merk par excellence een duw richting toekomst met de XF. Met de nieuwste generatie van de XJ, sinds jaar en dag het meest traditionele model, waagt hij zich aan een tweede revolutie. Enkele weken voor de lancering laat hij op het Engelse landgoed van Herdon House de nieuwe XJ aanrijden - geruisloos, met een onmiskenbare coupélijn, een achterruit die in de zijkanten lijkt door te lopen, verticale achterlichten, een wat stoere grille.
...

Ian Callum is een pusher. De Schot die de designafdeling van Jaguar runt, gaf het Britse merk par excellence een duw richting toekomst met de XF. Met de nieuwste generatie van de XJ, sinds jaar en dag het meest traditionele model, waagt hij zich aan een tweede revolutie. Enkele weken voor de lancering laat hij op het Engelse landgoed van Herdon House de nieuwe XJ aanrijden - geruisloos, met een onmiskenbare coupélijn, een achterruit die in de zijkanten lijkt door te lopen, verticale achterlichten, een wat stoere grille. In het luxueuze interieur verrassen drie virtuele wijzerplaten op het dashboard. "De XJ was dringend aan verjonging toe. Doordat de styling zo lang ongemoeid was gelaten, zag hij er wat ouderwets uit. De vorige generatie kreeg een indrukwekkende hoeveelheid techniek mee, maar daar viel aan de buitenzijde niets van te merken. Daarom was het dringend nodig om die moderniteit ook in het design te tonen. Vooral als ik aan de allereerste XJ terugdenk, een heel speciale auto waarvan mijn vaders vrienden in 1968 zegden dat het geen Jaguar was, wegens te modern. Diezelfde XJ zou qua design de quintessential Jaguar worden, hét klassieke voorbeeld dat generaties lang nagenoeg onveranderd bleef. We hadden geen evolutie nodig maar een revolutie. Die gedachte op iedereen overbrengen, was het moeilijkste deel van mijn taak." Ian Callum : Té modern is nooit een probleem. Too modern is fine. Ik hou van de idee van té modern, omdat wat ooit als te modern is beschouwd uiteindelijk normaal wordt. Ik overtuigde mijn team ervan dat we zowel op designvlak als op het niveau van de techniek tien procent voorbij onze eigen comfortabel aanvoelende verwachtingen moesten geraken. Omdat ik uit ervaring weet dat als je jezelf niet zo ver pusht, je heel snel in het alledaagse belandt. De coupélijn verrast. Zeker, omdat men in dit segment drie volumes verwacht. De coupélijn is een statement, we wilden geen auto tekenen met hetzelfde profiel als een Mercedes, een BMW of een Audi. We wilden met die coupélijn ook extra in de verf zetten dat Jaguar een sportscarcompany is. Dat onze auto's uitblinken door hun prestaties, hun handling, hun rijstijl. En de meest voor de hand liggende designingreep is een coupélijn te introduceren die voor een sportwagenlook zorgt. Want ga er maar van uit dat de XJ uitzonderlijk goed rijdt. Zijn gewicht ligt niet hoger dan dat van de kleinere XF en de gewichtsverdeling is zelfs beter. En vergeet toch niet dat onze klanten in de jaren zestig sporty drivers waren, zelfs bad boys. Onze reputatie was die van een sportwagenbouwer. We willen vooral nieuwe klanten verleiden en dat kan het best met een auto die niet te veel verwijst naar het vorige model. Het is belangrijk mensen over de vloer te krijgen die jong van geest zijn. Dat mogen gerust vijftigers en zestigers zijn, maar dan wel van het soort dat nog de rock-'n-roll voelt. Want die willen een jonger uitziende auto en van hun tienerkinderen horen : " What a cool car !"Ook dat is een bewuste en interessante keuze. Verticale lichten hebben iets traditioneel Brits. De XJ's hadden ze in het verleden altijd en daarom wilde ik ze behouden, maar ik wilde ze dan wel even heruitvinden. Ze geven de auto iets more stately met een toets van very Englishness, op een wat robuuste manier. Ze maken de auto ook visueel compleet verschillend van de XF. De gelijkenissen aan de voorkant waren nodig om een familiegevoel te creëren maar achteraan wilde ik een duidelijk onderscheid. Een groot deel van onze klanten en potentiële klanten zijn selfmade mensen, die niet weinig fier zijn op wat ze verwezenlijkt hebben. Dat willen ze ook een beetje showen. Ze willen niet dezelfde auto als hun managers, ze willen something distinctly different. Een Engelse ondernemer raadde ons nadrukkelijk aan om de verschillen te cultiveren. Ooit bezat hij een XJ maar hij wisselde die om voor een Maserati Quattroporte en wilde nu graag terugkomen. Op voorwaarde dat de nieuwe XJ zich zou weten te onderscheiden. Om die reden hebben we ook een tikkeltje Hollywood ingebouwd, iets extraverts omdat we aanvoelden dat mensen schoon genoeg hebben van al dat minimalisme. Ze willen wat uitbundigers, wat meer extravert, zoals bij vrouwentassen : customers want the jewelry. Vandaar het pianozwart, het gebruik van chroom, de ronde verluchtingsopeningen, de glamour. En waarschijnlijk de beste audio-installatie ter wereld, een 1200-watts van Bowers & Wilkinson. Natuurlijk, en de zeer pure oppervlaktes van het koetswerk dragen daartoe bij. We wilden geen overbodige lijnen. In het interieur zie je heel wat hout, maar niet zomaar als decoratie. De gebogen lijn die om het dashboard loopt is ook functioneel. De XJ krijgt de laagste uitstoot in zijn klasse mee, daar kan geen twijfel over bestaan. Maar we kijken natuurlijk al verder, ook naar andere technologieën. In de toekomst komt er een hybride Jaguar met een elektrische motor in serie, omdat we ervan overtuigd zijn dat een hybride-in-serie de meest efficiënte oplossing is. Maar laten we eerlijk zijn : in de toekomst zullen zich een reeks oplossingen aandienen. Een V8 voor prestaties en een plug-in elektrische auto voor in de stad. Omdat de mirakeloplossing niet bestaat, en omdat je de wetten van de fysica niet kan veranderen. Door Pierre Darge