Het contrast tussen de nog stille, donkere stad waar ik in alle vroegte vertrek en het levendige bos in Zonhoven waar ik om vijf uur uit de wagen stap, kon niet groter zijn. Gefluit, gekwetter, geritsel en de eerste strepen zonlicht begroeten mij. Ik heb afgesproken met natuurfotograaf Yves Adams (34), die samen met collega's het agentschap Vildaphoto beheert. Ze hebben inmiddels een databank opgebouwd met 70.000 natuurbeelden uit Europa : van bloemen en planten, tot zoogdieren, reptielen, insecten en vogels. Yves is gespecialiseerd in vogels en hij is huisfotograaf van Vogelbescherming Vlaanderen.
...

Het contrast tussen de nog stille, donkere stad waar ik in alle vroegte vertrek en het levendige bos in Zonhoven waar ik om vijf uur uit de wagen stap, kon niet groter zijn. Gefluit, gekwetter, geritsel en de eerste strepen zonlicht begroeten mij. Ik heb afgesproken met natuurfotograaf Yves Adams (34), die samen met collega's het agentschap Vildaphoto beheert. Ze hebben inmiddels een databank opgebouwd met 70.000 natuurbeelden uit Europa : van bloemen en planten, tot zoogdieren, reptielen, insecten en vogels. Yves is gespecialiseerd in vogels en hij is huisfotograaf van Vogelbescherming Vlaanderen. We hebben die ochtend een ambitieus doel : de zeldzame roerdomp zien. Voor de niet-ornithologen onder u : deze reigerachtige vogel, officieel Botaurus stellaris, staat op de rode lijst van met uitsterven bedreigde soorten in Vlaanderen. Hij is erg schuw en verschuilt zich het liefst in het riet. Daarvoor is hij ingenieus uitgerust met een gestreept verenkleed met het patroon van rietstengels. Bij het minste onraad rekt hij nek en bek uit naar boven en beweegt niet meer. Een erg functionele strike a pose ! Maar Yves gelooft dat we succes zullen hebben. Gisteravond stuurde hij nog een sms : "Ik ben er al, ga in mijn busje slapen. Heb al even de omgeving verkend en zonet de eerste roerdomp gespot. Tot morgenvroeg !" Een betere gids dan een vogelfotograaf bestaat er niet. Het is zijn job om ze te kennen : de vogelsoorten, de plekjes waar je ze kunt vinden, zelfs hun persoonlijke routines. Nog belangrijker : hij kent ook de trucs om ze te benaderen en op foto vast te leggen. Yves fotografeerde al tweehonderd verschillende vogels in België. Maar, net als het hoofdpersonage in een van de laatste boeken van de Amerikaanse auteur Jonathan Franzen (zie kader), heeft hij een zwak voor deze gestreepte watervogel. "Vier jaar heb ik er over gedaan om mijn eerste roerdomp te zien, en nog eens vier jaar om de eerste te fotograferen. De soort intrigeert mij enorm. Ze stelt hoge eisen aan haar omgeving : ze wil grote rietkragen, rust en een diversiteit aan voedsel : visjes, kikkers en vooral insecten. Het mannetje heeft een heel speciale territoriumroep die doet denken aan een misthoorn, best wel angstaanjagend als je er vlakbij zit. Hij hapt lucht in een soort balg in zijn keel en blaast die in drie stoten uit. Pas twee jaar geleden is de BBC erin geslaagd om een roepend exemplaar te filmen. Ik hoop dat ik ook ooit de kans te krijgen om dat te fotograferen." Natuurfotografen zijn het liefst alleen op pad. "Ik sta er elke keer versteld van hoeveel lawaai een mens maakt", geeft Yves toe. In een poel vlakbij toont hij hoe hij op zo'n ochtend te werk gaat. Zijn zelfgemaakte vlot van isolatiemateriaal krijgt gevulde pmd-flessen als tegenwicht voor de zware, gecamoufleerde camera vooraan. Tentstokken houden een zelfgenaaid legerzeil omhoog dat bedekt wordt met bladeren en planten. Uitgerust met een neopreenpak en lange laarzen kruipt Yves onder de drijvende tent om er urenlang, tergend traag mee door de vijver te waden, of onbewogen te blijven op één plek, de camera in aanslag. "Het grootste werk zit in de voorbereiding : locaties zoeken, momenten kiezen, het juiste weer afwachten." Maar niet elke vogel zit graag aan het water. Daarom heeft Yves nog andere hulpmiddelen. De dag voordien heeft hij dertien uur in een gecamoufleerde tent in een bos in Duits-België gezeten. Op een krukje. "Een collega had me verteld dat er een zwarte ooievaar aan het broeden is, ik moest ernaartoe. En ik heb hem !" Omdat we moeilijk met zijn tweeën op het vlot of in de tent kunnen, installeren we ons in een houten observatiehut aan de moerasvijver waar Yves gisteren de roerdomp heeft gezien. Stilzitten en wachten is de boodschap. Na een halfuur hoor ik Yves " yes" zeggen. "Daar zit er een." Maar omdat de verrekijker doorgegeven moet worden, maken we te veel lawaai. De vogel duikt weg. "Misschien komt hij terug ?" Een uur blijven we staan. En kijken. Naarmate de tijd voorbijgaat, begin ik meer te zien en te horen : veranderingen in het licht, in de lucht, op het water. We worden getrakteerd op een parade van een kleine zilverreiger, een grote zilverreiger en een blauwe reiger die de rietkraag op hoge poten afschuimen. Als een bruine kiekendief komt foerageren boven de put, bundelen ze hun krachten om hem met veel lawaai weg te jagen. Wat verderop komt een ree met haar spelende kalf drinken. Ook de mezen en waterallen hebben het druk. "Als ik vogels achter mij hoor, ben ik gerust. Ze zijn mijn waakhond", zegt Yves. De roerdomp laat zich niet meer zien of horen. Even is er beweging in het riet, "maar dat kunnen ook jonge eendjes zijn." Yves pakt zijn materiaal in. "In volle dag zal hij zich niet meer laten zien. Laten we maar vertrekken." Het is negen uur. Door Leen Creve - Foto's Yves Adams