Voortaan schrijf ik mijn stukjes niet meer onderuitgezakt, maar vanuit een houding die nog het meest aan een waterskiër doet denken. Ik heb mij namelijk een ergonomische bureaustoel aangeschaft. Die zou mij het nekzeer moeten besparen waarvan ik al maanden last heb. Benieuwd of het werkt. Mij komt het een beetje geforceerd over, maar de man van de winkel heeft mij verzekerd dat dit de beste zithouding is. Ze maken ons wat wijs, de mannen van de winkels.
...

Voortaan schrijf ik mijn stukjes niet meer onderuitgezakt, maar vanuit een houding die nog het meest aan een waterskiër doet denken. Ik heb mij namelijk een ergonomische bureaustoel aangeschaft. Die zou mij het nekzeer moeten besparen waarvan ik al maanden last heb. Benieuwd of het werkt. Mij komt het een beetje geforceerd over, maar de man van de winkel heeft mij verzekerd dat dit de beste zithouding is. Ze maken ons wat wijs, de mannen van de winkels. Voordeel is dat ik makkelijker aan mijn bureau zal blijven, want met die houten ski's onder mijn stoel is het geen sinecure meer om mijn werkpost te verlaten. Dat dient nu omzichtig te gebeuren, als een gymnastische oefening bijna. Het doet me denken aan wat Salman Rushdie over schrijven zei : het moeilijkste is te leren op een stoel te blijven zitten. Mijn stoel zat in een grote, gezellige doos en was verpakt in vellen cellofaan met van die nopjes die je tussen duim en wijsvinger kapot kan duwen en die dan zo'n heerlijk geluidje maken. Vroeger zag ik het mijn grootmoeder doen, en de liefhebberij heeft via onduidelijke wegen ook van mij bezit genomen. Er hoeft maar zo'n vel bubbeltjesplastic binnen duimbereik te komen of ik ken geen rust voor alle blaasjes leeg gedrukt zijn. Het plezier dat daarbij komt kijken : soms denk ik dat het met onze voorhistorische staat te maken heeft, toen we nog in bomen woonden en elkaar moesten ontvlooien. Terwijl ik dit schrijf, wordt er aan de deur gebeld. Dat kille gerinkel maakt mij altijd onrustig. Doe dan toch gewoon niet open, zou u kunnen opmerken. Gelukkig ben ik altijd net iets nieuwsgieriger dan mensenschuw. Het mocht eens het tovermeisje zijn, denk ik dan, of een engel die mij het recept komt verklappen van de eeuwige jeugd. In werkelijkheid staat er maar zelden iets interessants voor je deur. Vandaag is het een jongen met een druipneus en rode wangen, die pannenkoeken slijt. "Waar gaat de opbrengst naartoe ?" wil ik weten, want dat vindt hij blijkbaar het vermelden niet waard. "Naar de minivoetbal", luidt het antwoord. Ik verbijt de aandrang de taalfout te corrigeren. De minivoetbal, o horror. Van alle goede doelen die hij genoemd kon hebben, begeestert dit mij wel het minst. Dan liggen de kreupele katten van Bagdad mij nauwer aan het hart. Maar je bent een Lamme Goedzak of je bent het niet. Dus vraag ik wat zo'n zakje kost. "2,50 euro", zegt druipneusje. "Maar we hebben liever dat u ze per twee pakjes koopt." "Dat gaat niet", zeg ik, blij dat ik ook eens assertief uit de hoek kan komen. "Twee van die pakjes krijg ik nooit op tijd op." "Oké", zegt hij. "Eén pakje dan." Op weg naar de koelkast zie ik dat het Diksmuidse pannenkoeken zijn, met 'verse' hoevemelk en eieren. Dezelfde die je in de supermarkt kan kopen. Zo wordt nu de minivoetbalclub gespijsd : je slaat een voorraad in en verkoopt die gewoon een euro per stuk duurder. Waar is de tijd dat moeders met behaarde kuiten zelf pannenkoeken bakten in hun achterkeuken, met gist en beslag dat onder een geruite handdoek stond te rijzen ? Als ik de ski's terug aanbind en achter mijn computer ga zitten, is er een mail binnengerold. In de nabijgelegen stad loopt een zelfverklaarde dubbelganger van mij rond. "Het is bevreemdend zo vaak stukjes uit je eigen leven door iemand anders geschreven te zien", schrijft deze man die ik van haar noch pluim ken. "Telkens opnieuw verbaast het mij hoe gelijkend wij zijn. Ook ik ben niet wars van een zekere melancholie, taalvaardigheid en liefde voor het mooiste meisje. Telkens ik uw column lees, zit ik bij mezelf zelfs te denken dat het jammer is dat uzélf niet de wondermooie vrouw bent naar wie we beiden blijkbaar op zoek zijn. Ik zou dan in u wellicht mijn verloren helft menen te zien."Soms staat een mens met zijn mond vol tanden. Naast de knuppel in het hoenderhok en dat van die zachte heelmeesters, vind ik dat een van de betere spreuken van het Nederlands. Mijn dubbelganger is married with children, staat ook nog in de mail te lezen. "Dat maakt het pad van de liefde wellicht ietsje lastiger," bekent hij ootmoedig, "maar aan de andere kant misschien des te spannender. Momenteel heb ik negen buitenechtelijke relaties achter de rug, en zijn er nog twee aan de gang." Reacties : jp.mulders@skynet.be Jean-Paul Mulders