Het Klein Begijnhof in de Lange Violettestraat is het meest authentieke en landelijke begijnhof van Gent. Het is van op straat amper zichtbaar en wordt omsloten door een muur. 's Avonds gaat de toegangspoort zelfs nog dicht. Eenmaal binnen zie je een grote weide met ernaast de kerk, omgeven door tientallen roodgeschilderde huizen uit de zeventiende en de achttiende eeuw. Een deel ervan dient voor sociale huisvesting, maar er zijn ook enkele ateliers van kunstenaars.
...

Het Klein Begijnhof in de Lange Violettestraat is het meest authentieke en landelijke begijnhof van Gent. Het is van op straat amper zichtbaar en wordt omsloten door een muur. 's Avonds gaat de toegangspoort zelfs nog dicht. Eenmaal binnen zie je een grote weide met ernaast de kerk, omgeven door tientallen roodgeschilderde huizen uit de zeventiende en de achttiende eeuw. Een deel ervan dient voor sociale huisvesting, maar er zijn ook enkele ateliers van kunstenaars. De bewoners van dit pand reizen veel en hebben, als gevolg van een functie als diplomaat, op veel plaatsen gewoond : van New York, over Jakarta tot in het Australische Canberra. Telkens hebben ze zich ook in hun verblijfplaats ingeleefd, verdiept in de cultuur en vele vriendschappen gesloten met de lokale bewoners. Ook nu nog reizen ze heel veel, maar niet zoals een gewone toerist. Ze doen, wat ze zelf noemen, aan 'diepreizen'. Bij hun terugkeer naar België zochten ze een rustige pleisterplek. Ze keken overal rond, ook in andere steden dan Gent, en bezochten zowel huizen als lofts. Uiteindelijk vielen ze voor deze unieke plek, een dorp in de stad. Beiden worden geboeid door hedendaagse kunst en architectuur, waarvoor Gent ongetwijfeld de ideale stad is. Ze hechten meer dan vroeger belang aan een historische omgeving. Als je wat ouder wordt, menen ze, ga je je wortels opzoeken en keer je terug naar het essentiële. Dit begijnhof heeft uiteraard een eerbiedwaardige leeftijd. De instelling werd in de dertiende eeuw gesticht. Hier geniet je van wat de Japanners een 'geleend landschap' noemen. Overal heb je prachtige uitzichten, op muren, daken en groen. Soms lijken deze composities wel op de schilderijen van Piet Mondriaan, met vlakken van wit, grijs en ossenbloed. Het geheel is bovendien spontaan gegroeid, bijna zoals de natuur, zonder de tussenkomst van een ontwerper. De bewoners verbleven lange tijd in het Verre Oosten en kwamen daar onder de indruk van het boeddhistische denken, wat meteen het meditatieve karakter van de woning en hun liefde voor deze plek verklaart. Het interieur getuigt van de talrijke reizen die ze maken en van de vriendschappen met kunstenaars. Ook al wonen ze hier nog niet lang, toch krijg je de indruk dat het decor gegroeid is in de loop van vele jaren. Dat komt natuurlijk doordat de meeste objecten al lang in hun bezit waren en hier nu een intieme plaats hebben gevonden. Beschouw ze dus niet als gewone reissouvenirs. Beneden is het interieur vrij strak en is er wat modern design en hedendaagse kunst te zien. Maar het bijzonderst is het rariteitenkabinet op eenhoog, opgevat als een kunstkamer uit de Gouden Eeuw. Op zich is het al een gezellige ruimte met een krakende plankenvloer en eeuwenoude balken. De wanden werden voorzien van een grote bibliotheekkast waarin niet alleen boeken en etnische kunstwerken worden geëxposeerd, maar ook enkele laboratoriumtoestellen. Wat meteen de honger van de bewoners weerspiegelt naar culturele én wetenschappelijke kennis. Tussen de voorwerpen ligt er zelfs een opgegraven beentje van een monnik, en een vloertegel uit een kerk op Malta. Al deze tot de verbeelding sprekende kleinoden zijn in een soort installatie bij elkaar gebracht. Net zoals in de historische kunstkamers uit de Verlichting vind je hier zowel naturalia, bijvoorbeeld mineralen of schelpen, als artificialia : wetenschappelijke instrumenten, kaarten, wiskundige beeldhouwwerken en moderne kunst. Kortom, het interieur op zich is een reis door de tijd en de geschiedenis. De bewoner beschouwt zijn collectie als een stuk levend patrimonium. Hij heeft de verzameling trouwens ooit als een installatie geëxposeerd in het museum van Canberra. Lang niet alles heeft een hoge waarde en daar gaat het ook niet om : het zijn allemaal stukken die een verhaal vertellen en daardoor ook een mysterieuze uitstraling hebben. Volgens de bewoners vatten twee begrippen de essentie van dit huis samen : palimpsest en anamorfose. Het eerste slaat op een perkament waarvan de tekst werd afgeschraapt om opnieuw te kunnen beschrijven. Met de anamorfose bedoelen ze dat je dit huis vanuit een bepaalde hoek moet bekijken. Na veel omzwervingen hebben deze nomades eindelijk rust gevonden op een ingetogen plek. Door Piet Swimberghe I Foto's Jan Verlinde