Het is precies tachtig jaar geleden dat Rca Victor de eerste zogenaamde jazzplaat opnam, van de Original Dixieland Jazz Band. Misschien daarom dat het bedrijf eindelijk, uit eerlijke schaamte over de chaotische heruitgavepolitiek, een beetje werk begint te maken van de rijkgevulde archieven. Vooral de Franse vestiging van de intussen door Bmg overgenomen catalogus laat zich niet onbetuigd. In een nieuwe reeks zitten de namen van Ornette Coleman, Martial Solal, Johnny Hodges, Gato Barbieri, heel aardig werk van de vijftigers B...

Het is precies tachtig jaar geleden dat Rca Victor de eerste zogenaamde jazzplaat opnam, van de Original Dixieland Jazz Band. Misschien daarom dat het bedrijf eindelijk, uit eerlijke schaamte over de chaotische heruitgavepolitiek, een beetje werk begint te maken van de rijkgevulde archieven. Vooral de Franse vestiging van de intussen door Bmg overgenomen catalogus laat zich niet onbetuigd. In een nieuwe reeks zitten de namen van Ornette Coleman, Martial Solal, Johnny Hodges, Gato Barbieri, heel aardig werk van de vijftigers Bill Perkins en Al Cohn-Zoot Sims, de heerlijk zwijmelende saxofonist Paul Gonsalves, orgelman Lou Bennett met René Thomas. (Alleen de beroemde hond Nipper doet niet mee, die werd ooit door een krankzinnige getransfereerd naar Emi.) Het blijft een wat lukrake keuze, kriskras doorheen tijd en stijlen, zodat er niet echt een labelgevoel ontstaat zoals dat bij independents als Blue Note of Verve wel het geval is. Daar hebben echter alle majors, die hun productie over vele decennia, trends en producers moesten uitsmeren, mee te kampen. De twee uitschieters in deze nieuwe reeks zijn ?The Total J.J. Johnson? en ?The Newest Sound Around? van Ran Blake en Jeanne Lee. Johnson geeft zelf wel vaker te kennen dat hij zijn album uit 1966 zijn allermooiste vond. Hoewel het vandaag wat gedateerd klinkt, begrijp ik waarom : ?The Total? is volledig gewijd aan zijn eigen composities en zijn feilloze trombone wordt luxueus omkaderd door een weelderige studio big band en uitgekiende arrangementen. Fans horen hem misschien liever in een wat lossere omgeving maar deze state of the art-productie moet voor een perfectionist, want dat is Johnson, het summum betekenen. Wie hoog oploopt met bepaalde big bands van nu, radio-orkesten en zo, moet overigens dringend het oor te luisteren leggen en het verschil ontdekken tussen the real thing en een verdienstelijke poging. Van 1961 dateren de dromerige duetten van Ran Blake en Jeanne Lee, een wat sombere, kale piano en een dromerige, warme stem. De twee ontdoen elke song van de laatste overbodige krul en goedkoop sentiment, maken elk lied, elk woord tot het hunne. Zelfs ?Summertime? verliest zijn huppelende showallures en wordt een donkere story vol dreiging, drama en echte emotie. Verbazend is hoe Jeanne Lee toen al helemaal haar aparte stijl en stem had gevonden. Sindsdien heeft ze die intelligente, haast literaire voordracht en dat zachte ronde geluid alleen nog maar verder moeten uitdiepen. Wijlen Laurent Goddet, hoofdredacteur van Jazz Hot, vermeldde deze plaat steevast bovenaan zijn lijstje voor het bekende verlaten eiland zet ?The Newest Sound Around? op en je bent er al een beetje. J.J. Johnson ?The Total...? (Rca Victor/Bmg). Ran Blake-Jeanne Lee ?The Newest Sound Around? (Rca Victor/Bmg). Geestige miniaturen, maar een tikje wisselvallig.