:: Reacties : jp.mulders@skynet.be
...

:: Reacties : jp.mulders@skynet.beM inistère, ministère... Wat is dat, ministère ?" Mijn moeder herinnert het zich alsof het gisteren was : hoe ik als kleuter stond te stampvoeten als Nana Mouskouri dat rare liedje zong. Dat er woorden bestonden waarvan ik de betekenis niet vatte, toen al kon ik er slecht tegen. Tot vandaag heb ik dat eigenaardige trekje bewaard. Het heeft te maken met mijn fascinatie voor het wonderlijke vehikel dat zowel woede kan dragen als weemoed, en weleens taal wordt genoemd. Dat curieuze samenspel van altijd weer diezelfde letters, waaruit zowel Holden Caufield, Humbert Humbert als de onvolprezen Gollum opgetrokken zijn. Van in mijn vroegste jeugd probeer ik het te doorgronden, met twijfelachtig resultaat. Nog steeds schrijf ik in mijn dromen zinnen die mij bij dageraad ontglippen als spinrag in een schemerige tuin. Nog zo'n oude droom van mij is een nieuw woord te bedenken dat bij de goegemeente ingang vindt en over driehonderd jaar nog circuleert. Dat alleen al zou ik een rechtvaardiging vinden van mijn onbenullig bestaan. Mijn eerste poging in die richting was de constructie van een woord dat de atmosfeer moest vatten van roestige buizen en industrie, van raffinaderijen en vulkaniseerbedrijven die het nachtelijke wolkendek verlichten met hun oranje gloed. De sfeer van melkwit licht dat wegsijpelt vanachter groezelige fabrieksruitjes. Geheimzinnig, intrigerend, angstaanjagend, somber. Dat alles probeerde ik te vatten met het enkele woordje chucidaal. Tot op heden niet in van Dale te vinden. Mijn tweede poging is van recentere datum. Ze dateert van toen ik de eerste keer het wonderlijke kutneef hoorde. Deze plastische aanduiding voor mannen die met dezelfde vrouw geslapen hebben, maakte mij meteen enthousiast. Ik lanceerde een oproep om kutneef in het woordenboek te krijgen en bedacht in één moeite door een vrouwelijk equivalent : piknicht, generieke term voor meisjes die het - niet noodzakelijk tegelijkertijd - met dezelfde man hebben gedaan. Het duo schopte het tot op internet maar stootte helaas alweer niet door tot de kolommen van de Dikke. Met die drang tot nieuwspraak zou je je al vlug erfelijk belast voelen. Gelukkig botste ik onlangs op een zootje ongeregeld dat het nog erger zitten heeft dan ik. Beurtbalkje is het woord dat deze Nederlanders bedachten, en om het te promoten was geen moeite hen te veel. Een heuse actiegroep zette zich daarvoor in. Er werd zelfs een - niet om aan te horen - beurtbalkjeslied geschreven. Een hoop moeite voor een woord dat gewoon het plastic latje benoemt dat in de supermarkt dienst doet om op de lopende band de boodschappen van elkaar te scheiden. De redactie van de regionale televisiezender TV Gelderland kwam er op een blauwe maandag achter dat voor dat fenomeen nog geen benaming bestond. De binnengelopen suggesties varieerden van shop-stop tot boodschappenbumper. Een commissie, bestaande uit onder meer de hoofdredacteur van de van Dale en een kassajuffrouw, koos uiteindelijk voor het onnavolgbare beurtbalkje. Blijkt over een jaar dat dat kneuterige woord een begrip is geworden, dan wordt het opgenomen in het woordenboek. Gelukkig worden er ook inspirerender neologismen bedacht. Op de site www.woordvanhetjaar.nl kan al wie daar zin in heeft, stemmen voor het mooiste nieuwe woord. Naast beurtbalkje haalde vorig jaar onder meer Googelen de topdrie : informatie opsnorkelen met de gelijknamige zoekmachine. Liegtieten voor silliconenborsten vond ik anders ook wel to the point. Minder hartverheffend was nieuwkomer SARS. Uit dezelfde ziekelijke sector komt verklikkip : een kip die wordt losgelaten op een geruimd pluimveebedrijf om te zien of de vogelpest er definitief verdwenen is. Wie zijn buik vol heeft van die toestanden, kan misschien overwegen vleesverlater te worden. Voor 2004 staat fijnemans! in de voorlopige tussenstand op één. Deze oer-Hollandse, wat debiele uitroep wordt gebezigd om aan te geven dat alles... fijn gaat. Dat haalt het voor mij niet bij het duo kutneef/piknicht, waar mensen van hier tot in Tokio zich iets bij kunnen voorstellen. Dus heb ik de gelegenheid dankbaar aangegrepen om die twee suggesties toe te voegen aan de webstek. Misschien worden ze straks alsnog in het woordenboek gestemd. Dat zou een kleine stap zijn voor de mensheid, maar voor mij de vervulling van een oeroude wens. Kan ik daar later bij mijn tienerkleinzonen mee pronken. Zolang ze mij maar niet vragen wat dat rare ministère in dat liedje van Nana Mouskouri deed. Want daar ben ik, meer dan dertig jaar na datum, nog altijd niet achter gekomen. JEAN-PAUL MULDERS