De tentoonstelling 'Eileen Gray' loopt van 17 september tot 8 januari in het Londense Design Museum. Voor meer informatie : www.designmuseum.org.
...

De tentoonstelling 'Eileen Gray' loopt van 17 september tot 8 januari in het Londense Design Museum. Voor meer informatie : www.designmuseum.org.Met haar garçonnekapsel had Eileen Gray (1878-1976) best een rolletje kunnen krijgen als secretaresse van Hercule Poirot in de gelijknamige tv-serie. Al had ze er net zo goed de moderne interieurs voor kunnen bedenken : Gray ontwierp in de dolle jaren twintig immers strakke interieurs en meubilair voor de jetset die zich distantieerde van de traditionele bour- geoisie. De meeste avant-gardedesigners en -architecten kwamen toen uit de betere kringen en werkten voor puissant rijke opdrachtgevers. Al hielden ze er zelf vaak socialistische ideeën op na, dat stond chic. In Nederland en bij ons was dit milieu minder snobistisch, in tegenstelling tot Frankrijk of Engeland, waar elegante Eileen vandaan kwam. Deze rijke Schots-Ierse dame, geboren in Ierland maar grootgebracht in Londen, studeerde schilderkunst aan de Slade School, een merkwaardige kunstschool die in 1871 werd opgericht en nog steeds bestaat. Het was toen al een liberale, antiracistische school van humane inspiratie. In 1900 trok ze naar Parijs om zich verder te bekwamen, en kwam er terecht in de Académie Julian en de Ecole Colarossi. De Académie was een privé-school waar je je vervolmaakte in de schilderkunst en waar al in 1880 vrouwen werden toegelaten. Gray werd dus gevormd te midden van creatieve vrouwen. Binnen het avant-gardemilieu van Londen en Parijs groeide er een collegialiteit onder de kunstenaressen. En hoewel die een minderheid vormden, kwam je ze wel overal tegen en wordt hun rol onderschat. Ook al een reden waarom Gray pas laat werd herontdekt, door nota bene een andere designdiva, Andrée Putman. Begin twintigste eeuw pendelde Gray tussen Londen en Parijs. Ze vond schilderen minder leuk en ontdekte bij toeval het lakatelier van mijnheer Charles in Deanstreet, Soho, dat vol stond met Chinese en Japanse kamerschermen in lakwerk. Ze leerde er de knepen van de oosterse techniek en keerde vervolgens terug naar Parijs om er de jonge Japanner Sugawara te ontmoeten, die haar verder opleidde. Toen ze haar werk voor het eerst tentoonstelde in 1913, viel het meteen in de smaak van de vermaarde couturier Jacques Doucet, die haar de opdracht gaf voor de herinrichting van zijn flat. Deze ontmoeting was een keerpunt : Doucet was immers een hooggeschatte dandy. Al in 1913 zag zijn appartement er heel art deco uit, een stijl die elders pas na de Eerste Wereldoorlog furore maakte. Gray geraakte bekend, verdiende geen duit, maar kon rekenen op haar familiefortuin. Ze bewoonde wel een mooie flat en werd door haar komaf meteen in het gefortuneerde milieu geïntroduceerd. In 1917 creëerde ze haar eerste meesterwerk : een dagbed in de vorm van een prauw, bekleed met lakwerk en bladzilver. In 1922 startte ze een kleine galerie in de rue du Faubourg Saint-Honoré. Een schot in de roos, de artistieke jetset kwam meteen over de vloer. Naast de surrealistische modeontwerpster Elsa Schiaparelli stapte ook de burggraaf de Noailles binnen : gereputeerde mecenassen die goed in de slappe was zaten en over een gedroomd netwerk van contacten beschikten. Via Charles en vooral Marie-Laure de Noailles belandde ze in het hart van creatief Europa. Ze ontmoette onder meer Jean Cocteau, Jean-Michel Frank, Man Ray, Mies van der Rohe, Le Cobusier en Robert Mallet-Stevens, die voor de burggraven de ondertussen beroemde en als museum te bezoeken Villa Noailles in Hyères ontwierp. Hij deed daarvoor een beroep op veel bekende ontwerpers, en ook Eileen mocht haar steentje bijdragen. Ondertussen bouwde ze haar carrière verder uit en ging samenwerken met een andere kunstenares : tapijtontwerpster Evelyn Wyld. De combinatie van lakwerk en textiel met geometrische patronen paste perfect bij de rijke art-decostijl. Na haar veelvuldige ontmoetingen met Le Corbusier, Mallet-Stevens en de Roemeense architect Jean Badovici in 1923, groeide haar belangstelling voor de architectuur. In '24 ontwierp ze samen met de Roemeen een vrij revolutionaire woning, het huis E-1027, op een klif aan de Middellandse Zee nabij Roquebrune : een flashy geheel met een spiraalvormige trap, ontworpen voor rijkelui die graag op bed ontbeten. Voor hen bedacht ze een bijzettafeltje van glas en chroom, ondertussen een designicoon. Voor dit huis tekende ze de ook al even vermaarde Bibendum Chair, een knipoog naar het Michelin-icoon. Daarna bouwde ze voor zichzelf een compacte woning met bijbehorend meubilair, zoals een plooibare fauteuil en een ladenkast waarop Joe Colombo zich in 1970 inspireerde voor de Boby Trolley. Eileen Gray werd ook betrokken bij de activiteiten van de in 1929 in Parijs opgerichte UAM : l'Union des Artistes Modernes, een vereniging van hedendaagse ontwerpers waarin we naast de stichter Robert Mallet-Stevens ook Jean Prouvé, René Herbst, Charlotte Perriand en zelfs Fernand Leger terugvinden. De Villa Noailles was hun experimentele labo. De UAM was min of meer naar het voorbeeld van het Bauhaus opgericht. Gray nam deel aan enkele van hun tentoonstellingen. In 1937 mocht ze van Le Corbusier meewerken aan het paviljoen dat hij voor de Wereldtentoonstelling bouwde. Maar stilaan trok ze zich terug uit het openbare leven en was zelfs niet aanwezig op de opening van dit paviljoen. Na de oorlog ontwierp ze nu en dan nog wat, maar de diva geraakte in de vergetelheid. Ze had dan wel veel betekend voor haar tijdgenoten, haar meubelontwerpen werden in het interbellum nooit op grote schaal geproduceerd en bleven dus onbekend bij het grote publiek. Tot er in 1968 in Domus een artikel verscheen over haar carrière. Na de veiling in 1972 van de inboedel van de flat van Jacques Doucet kwam ze weer in de belangstelling. Als gevolg daarvan vatte de Londense designfirma Aram het plan op om onder meer de Bibendum Chair uit 1929 en de E-1027 Table weer in productie te brengen. Ook producent ClassiCon ging zich in haar oeuvre verdiepen en brengt nu nog haar meubilair en tapijten uit. En vanaf 1980 begon Andrée Putman haar interieurs met meubels van Gray te stofferen. Samen met Jean-Michel Frank werd ze een cultfiguur voor de verfijnde estheten van de jaren tachtig en negentig. Zo blijft ze voor eeuwig een ontwerpster van de upperclass. Piet Swimberghe