We leven in een spannende wereld, waarin je vandaag op zoek moet gaan naar de oplossing voor een first world problem waarvan je gisteren nog nooit gehoord had.
...

We leven in een spannende wereld, waarin je vandaag op zoek moet gaan naar de oplossing voor een first world problem waarvan je gisteren nog nooit gehoord had. Rouwmuggen, bijvoorbeeld: kleine tweevleugeligen die uit de potgrond van kamerplanten opstuiven. Hun naam staat mij niet aan zodra ik die op het internet aantref. Zoals de meeste mensen, ben ik geen fan van rouw of alles wat daarvan afgeleid is. Droefheid over zaken die men verloren heeft, omschrijft het woordenboek dat trefzeker. Blijkbaar gaat er in de wereld nogal wat verloren, met als gevolg een hele industrie van verliescounselors en rouwbegeleiders. Op hun website lees je wijsheden als: 'Het is de schaduw van de dood die reliëf geeft aan het leven', waar je op het moment van de rouw meestal geen boodschap aan hebt. Ik ben een rouwer van de lange adem; zelfs woorden zou ik eeuwig bewaren, tot het handschrift verbleekt en alleen nog de indruk in het papier te zien is. Op zoek naar een oplossing voor alvast de rouwvliegjes, bezoek ik een winkel die belooft tuin-, dier- en bakplezier te bieden. "Wat jij nodig hebt, zijn nematoden", zegt het meisje dat zaaigranen ophangt in de rekken. "Nema-wat?", vraag ik. "Nematoden", herhaalt zij onverstoorbaar. "Dat zijn aaltjes die in de grond op zoek gaan naar de larven van de rouwmug. Ze houden niet op voor die allemaal verdelgd zijn." Een soort biologische oorlogsvoering, dus. Erg boeiend, maar niet meteen geschikt als smalltalk om poppemiekes aan de haak te slaan. Poppemiekes zeggen 'Ieuw!' bij alles wat ruikt naar rouw of larven. Dit meisje in de winkel is echter geen poppemieke, daarvoor kijkt zij te ernstig. Ter hoogte van het slakkenbestrijdingsmiddel vertelt ze mij over haar kat, die met zulke korrels is vergiftigd. "Heeft ze daar dan van gegeten?" Het meisje fronst, alsof ik niet de snuggerste thuis ben. "Katten zijn wel slimmer," zegt zij geheimzinnig, "dan dat ze iets zouden eten dat dient om slakken te vergiftigen. Het moet per ongeluk gebeurd zijn. Waarschijnlijk heeft zij zich in die korrels gerold en dan haar vacht schoongelikt." Ze beschrijft hoe het beest zich naar binnen sleepte, klaaglijk mauwend, met achterpoten die door het gif al verlamd waren. "Het legt de spieren stil, tot uiteindelijk het hart het opgeeft." Ze zegt het zonder een spier te vertrekken, ook al heeft het haar getroffen. Dat neemt mij voor haar in. Ik heb het wel voor vrouwen die, in deze glimmende wereld, niet voor kots, tranen, pijn of de dood terugdeinzen. Je komt ze slechts af en toe tegen. Het lijkt alsof ze volwassen zijn geboren. Nematoden blijken echter voorlopig niet leverbaar; daarvoor is het nog te koud buiten. Ik laat mij paaien met gele kleefplaten, waartoe tweevleugeligen zich onweerstaanbaar voelen aangetrokken. Ik vraag mij af of, met de ernaar vernoemde muggen, ook de rouw zelf zich zal laten vastkleven. Als dat lukt, ga ik die in een gele zak deponeren en met het restafval meegeven, op een maandagochtend waarop je de zoete geur van de lente kunt opsnuiven.