Niet alleen op Batibouw 2001 krijgt de renovatie ruime aandacht, je merkt het ook aan onze bouwspecials waarin vaker - boeiende - verbouwingen verschijnen. Die trend is niet nieuw, maar breidt zich uit tot alle lagen van de bevolking.

Zelfs rijkelui kopen herenhuizen in de binnenstad en de middenklasse gooit zich op klassieke rijtjeshuizen. Ook veel arbeiderswoningen ondergaan een facelift. Architecten en producenten van nieuwe bouwmaterialen vinden steeds vernuftiger oplossingen voor de problemen van vroeger. Ooit namen architecten maar nu en dan een verbouwing, als tussendoortje, tegenwoordig realiseren velen zelfs geen nieuwbouw meer. Dat geldt ook voor veel aannemers.

Hoe dat komt? Vooreerst kreeg het begrip renovatie een andere weerklank. Zoals de persman van Batibouw, Frédéric François, terecht opmerkt, werd er niet eens zo lang geleden neergekeken op wie zijn "huisje wat opkalefaterde". De bouwer van een nieuw pand genoot meer aanzien. Nu staat het net zo goed om een oud huis nieuw leven in te blazen: die mentaliteitsverandering hertekende de bouwmarkt.

Vroeger hoorde je wel eens dat renoveren uiteindelijk duurder uitvalt dan nieuwbouw. Wie een oud huis opknapt, weet waar hij begint maar niet waar hij eindigt, altijd duiken er onaangename en dure verrassingen op, werd steevast beweerd. Daar zit een kern van waarheid in, een budget wordt inderdaad vaak overschreden. Maar intussen werd de nieuwbouw veel duurder en is renoveren financieel aantrekkelijker.

Waarom de nieuwbouwprijzen de pan uit rijzen, ligt voor de hand: overal wordt de bouwgrond duurder. Veel percelen zijn in het bezit van projectontwikkelaars die kopers verplichten om met hun aannemer en architect in zee te gaan. Bovendien drijven ze de prijs van de grond hoog op. In sommige regio's is die in drie jaar tijd verdriedubbeld. Voor kleine percelen hoest je gemakkelijk 5 tot 6 miljoen op. Daarop beginnen te bouwen drijft de afrekening onvermijdelijk naar 10 miljoen of meer, voor een doorsnee woning.

Een ruimere woning in de rij koop je voor minder. Vooral mensen met kleine en middelgrote inkomens geven de zoektocht naar betaalbare grond op. Die evolutie is overigens niet negatief: België is al zo goed als volgebouwd. We moeten inbreiden in plaats van uitbreiden, renoveren wat beschikbaar is.

In de binnenstad zijn de prijzen vaak aantrekkelijker dan aan de rand. Wellicht is dat maar een tijdelijke situatie: de mobiliteitsproblemen dwingen bij wijze van spreken de actieve bevolking naar de stad. Reken daarbij de veroudering van de bevolking en je kunt voorspellen dat gezinswoningen in een centrum snel prijzig zullen worden.

Voor de interieurs mikt Batibouw 2001 op een andere trend: de werkkeuken. Goed vijf jaar geleden kroop een groot deel van het budget in de luxueuze badkamer. De natte cel blijft in trek, maar daarnaast neemt de keuken een belangrijker plaats in. We evolueren naar een "ouderwetse" woonkeuken, maar dan wel vol hightech snufjes. De keuken is meer dan een kooklab, er wordt een werkruimte aan gekoppeld: thuiswerkers zien hun bureau het liefst vlakbij de keuken. Zo kunnen verschillende activiteiten gelijktijdig gebeuren: koken, huishoudelijke klussen, de kinderen gadeslaan en werken.

Bovendien wordt de keuken weer een gezellige ruimte, als het even kan met een aparte eet- en werktafel en een zithoekje. Voor zo'n creatieve woonkeuken is er soms meer plaats beschikbaar in een oud huis dan in een nieuwe woning. Door een berging of achterkeuken te schrappen, komen er algauw enkele nuttige vierkante meters bij.

Los van de vele nieuwigheden die elk jaar op Batibouw worden getoond, merken we op dat steeds meer fabrikanten ecologisch produceren. Bouwmaterialen blijken makkelijker te recycleren of zijn van bouwafval gemaakt.

Het 42ste Internationaal Salon voor Bouw, Renovatie en Inrichting vindt plaats in Brussels Expo, van zaterdag 3 tot zondag 11 maart, elke dag van 10 tot 18.30 uur, vrijdag 9 maart nocturne tot 21 uur.

Info: 02-663 14 00 en www.batibouw.com

Piet Swimberghe / Foto Jan Verlinde