Info : www.girard-perregaux.com en www.chaux-de-fonds.ch
...

Info : www.girard-perregaux.com en www.chaux-de-fonds.ch Met de ruimtelijke ordening in Zwitserland valt het dan wel mee, La Chaux-de-Fonds, in het Jura-gebergte, is wel erg netjes aangelegd. Breed ook, met veel ruimte tussen de huizen. Geen toeval, want toen een grote brand het oord in 1794 in de as legde, werden de thuiswerkende uurwerkmakers bijzonder hard getroffen. Ze waren decennia eerder begonnen als boeren die tijdens het winterseizoen experimenteerden met tijdmeting. Dankzij legendarische figuren als Breguet en Jaquet-Droz werden ze al gauw de pioniers van de Zwitserse horlogerie. Bij de heropbouw van de stad werd dan ook rekening gehouden met hun behoeften. Brede straten vergrootten daarbij de lichtinval in de ateliers. Zodoende werd de sector in de loop van de negentiende eeuw geïndustrialiseerd en vervaardigde La Chaux-de-Fonds honderd jaar geleden, samen met het naburige Le Locle, maar liefst de helft van alle horloges in de wereld. De uurwerkmakers zorgden ervoor dat de stad in recente tijden evolueerde tot een centrum van microtechnologie en -elektronica, en werktuigkunde, maar de kernactiviteit bleef bewaard. Ebel, Tissot, Corum, Montblanc, Cartier, Breitling, Tag Heuer, allemaal hebben ze hier een zetel. Van de 21.000 werknemers in La Chaux-de-Fonds, op twintig minuten rijden van Nuechâtel, zijn er bijna vijfduizend aan de slag in de horlogerie. Vaak werken ze in kleinschalige toeleveringsbedrijven die wijzertjes, wijzerplaten of andere onderdelen maken. Zelfs zonder romantisering is La Chaux-de-Fonds de Walt Disney-versie van de horlogerie. De populairste trekpleister van de stad, met zo'n 35.000 bezoekers per jaar, is het Musée International de l'Horlogerie. Daarmee is echter meteen alles gezegd over de toeristische aantrekkingskracht van de lokale horlogerie. Zelfs de meest prestigieuze namen zijn immers vaak gevestigd in snel opgetrokken en knap bemeten bouwsels, vaak prefab dan nog. De werkruimten stofvrij houden, lijkt hun enige zorg te zijn. "Horlogemakers leven in hun eigen wereld. Huisvesting en architecturale waarde is wel het laatste waar zij zich druk over maken", zegt Gino Macaluso, zelf architect van opleiding en sinds 1991 de bedrijfsleider van Girard-Perregaux. Het horlogehuis dat in 1791 in Genève is opgestart, verhuisde halverwege de negentiende eeuw naar La Chaux-de-Fonds en is er intussen mee vergroeid. "Een nieuw mechanisme ontwikkelen kost ons gemiddeld ruim vier jaar werk en 2,5 miljoen euro", verduidelijkt Macaluso. Op elk ogenblik werken onze ingenieurs, horlogemakers en laboranten aan acht of tien projecten. Bovendien vergt de productie van een horloge een strenge logistieke organisatie, zeker in een manufacture als de onze, die ook zelf alle onderdelen vervaardigt. Voor een horlogehuis is de behuizing dus geen prioriteit." Met een productie van slechts twintigduizend horloges per jaar geldt Girard-Perregaux als een baken van vakmanschap en perfectie. Doorheen zijn geschiedenis perfectioneerde het huis vele haute complications zoals het uurwerk met eeuwige kalender of de tourbillon met drie gouden bruggen, en de research & development-afdeling wordt geprezen over de hele wereld. Met een architect aan het hoofd van het bedrijf, werd de jongste jaren dan ook gezocht het gepaste werkkader te creëren. De kroon op het werk, eerder dit jaar, was de opening van het nieuwe atelier in hartje La Chaux-de-Fonds. Daartoe werd een industrieel pand uit 1904-'05 van de lokale architect Léon Boillot gerenoveerd. Het werd gebouwd in opdracht van de familie Schwob, een horlogemakersgeslacht dat er zijn manufacture vestigde, en in 1918 van een westelijke vleugel voorzien. Nu omvat het complex zowat drieduizend vierkante meter werkruimte, gespreid over vier verdiepingen. Op het hoogtepunt van de Helvetische horlogesector (die slonk onder druk van Japanse concurrenten van 150.000 werknemers in de jaren zestig tot 40.000 nu) herbergde de Schwob-manufacture wel duizend horlogemakers. Nadat het pand begin jaren zeventig leeg kwam te staan, huisvest Girard-Perregaux er nu 120. Dankzij de gedecoreerde façade, monumentale trapzaal in art-nouveaustijl en de met mozaïektegels en gekleurde glasramen getooide inkomzaal is het pand in de rue Numa-Droz het ideale visitekaartje. Door de bewaring van historische details, zoals de monumentale pijlers die door de vier verdiepingen lopen, wordt de link met het roemrijke verleden meteen gelegd. Nochtans was het geen kwestie van prestige, benadrukt Macaluso : "Al enkele jaren is onze strategie die van een onafhankelijk bedrijf dat de zaken strak in handen houdt. Verticale integratie van de productie en onophoudelijke kwaliteitscontrole zijn daarbij essentieel. Het gebouw is daar de sleutel toe." Alle essentiële bedrijfsonderdelen hebben er onderdak : het onderzoekslaboratorium en de testlabs, maar ook de productie en assemblage van de kasten en polsbanden en de ateliers waar de vaklui de mechanismen in elkaar steken. Kleinschaliger, maar al even prestigieus is de compacte Villa Marguerite, op loopafstand van de manufacture. Hier vestigde Girard-Perregaux zijn ruim tweehonderd jaar omvattend archief en het eigen uurwerkmuseum. Gebouwd in 1918 in opdracht van een lokale zakenman, leunt de elegante woning met haar Bourgondische stenen façade aan tegen een uitgestrekte tuin in heuvelvorm. Ook hier waakte Macaluso erover dat aan het oorspronkelijke karakter niets gewijzigd werd. De interieurbekleding en de meubelen werden dan ook in de geest van tijdsgenoten van de architect gekozen. "De speciaal voor ons ontworpen ramen werden geïnspireerd door het werk van Pierre Chareau, terwijl voor het interieur de architecturale stijl van rond de eeuwwisseling van Frank Lloyd Wright en Josef Hoffman de leidraad vormde. Zo werden de eikenhouten bekleding van de eetkamer en de bibliotheek en de gedecoreerde verwarmingselementen niet toevallig gekozen. Ze horen bij een levensstijl waarmee we ons als merk altijd geïdentificeerd hebben." Andere elementen, zoals de trapzaal in granietsteen uit de Zwitserse Alpen of de mozaïekvloer die de hal sieren, werden zorgvuldig gerestaureerd. Wie de privé-verzameling in het Girard-Perregaux-museum bezoekt, begrijpt snel het waarom van een en ander. In afwachting van de nakende tentoonstelling van eeuwenoude houten werktuigen, laat het horlogehuis zijn bezoekers kennismaken met unieke uurwerken die zowel de esthetische als technische geschiedenis van de horlogerie illustreren. Een ultraplat gouden zakhorloge uit de laatste helft van de achttiende eeuw bevat op de sluiting een gravure van een riddertafereel, gecompliceerde mechanische horloges uit begin 1900 of een in drie afzonderlijke delen ontsluitend zakhorloge in kruisvorm. Zelfs leken kunnen de uitzonderlijke creaties alleen met bewondering en ongeloof bekijken. De opmerking dat uurwerken maken La Chaux-de-Fonds in het bloed zit, door alle bewoners unisono verkondigd aan wie het horen wil, is helemaal niet uit de lucht gegrepen. Tekst Wim Denolf l Foto's Michel VaerewijckVoor Girard-Perregaux is architectuur geen kwestie van prestige, maar de sleutel tot een onafhankelijke koers.