Onlangs keek ik op televisie nog eens naar Vincent, François, Paul et les autres, de film van Claude Sautet uit 1974 over lelijke oude venten die in de knoop liggen. In het beste geval met mooie jonge vrouwen, maar toch voornamelijk met zichzelf. Er wordt veel gekookt in die film, en nog meer gerookt. Typisch is de scène waarin Yves Montand een gigot staat te versnijden met een sigaret in de mondhoek. Nu ik eraan denk : in zowat elke scène bengelt er een sigaret in iemands mondhoek, de hel...

Onlangs keek ik op televisie nog eens naar Vincent, François, Paul et les autres, de film van Claude Sautet uit 1974 over lelijke oude venten die in de knoop liggen. In het beste geval met mooie jonge vrouwen, maar toch voornamelijk met zichzelf. Er wordt veel gekookt in die film, en nog meer gerookt. Typisch is de scène waarin Yves Montand een gigot staat te versnijden met een sigaret in de mondhoek. Nu ik eraan denk : in zowat elke scène bengelt er een sigaret in iemands mondhoek, de hele film baadt in rook. Zo was het toen ook in het echt. Zelf heb ik nooit gerookt. Toen ik vijftien was, heb ik het wel eens geprobeerd. Maar bij de eerste poging om met een lucifer een sigaret aan te steken, verschroeide ik de wimpers van mijn rechteroog. Meteen wist ik dat het geen goed idee was om iets in je mond te stoppen dat in brand stond. Niet zo de rest van de mensheid. Op één na rookten al mijn opeenvolgende vriendjes. Het kwam niet in me op om daartegen te protesteren. Integendeel, ik vond het wel cool, zo'n man die met half dichtgeknepen ogen rook naar binnen zoog. Overal werd er toen gerookt, tot in vliegtuigen en wachtkamers van dokters toe. De dokter rookte godbetert zelf. Geen mens die dat raar vond. Na een avondje stappen stonken je kleren uren in de wind, en niet zelden hield je er een brandgaatje in je nieuwe trui aan over, wegens op café te dicht bij een wild gesticulerende roker gestaan. Het kan verkeren. Na de helft van mijn leven zonder verpinken in de domp doorgebracht te hebben, reageer ik nu al geprikkeld als er iemand binnen een straal van honderd meter een sigaret opsteekt, in de openlucht nota bene. Een rokende partner ? Een absolute no no. De zeldzame rokende vriend geldt als suïcidaal, op restaurant schud ik meewarig het hoofd als de nicotineverslaafde in kwestie tussen de verschillende gerechten buiten de kou trotseert. Maar zelfs ik moet toegeven dat rookpreventiecampagnes soms absurde vormen aannemen. Zo stelde ik vast dat in Turkije, waar de bevolking overigens rookt als euh Turken, sigaretten met terugwerkende kracht uit films geweerd worden. Ik wist niet wat ik zag toen er op televisie Scorseses New York, New York vertoond werd. Telkens Robert De Niro een sigaret opstak, werd die aan het zicht onttrokken door een cartoonbloem. Toen Liza Minelli een sigarettenpijpje hanteerde, kwam er zelfs een hele ruiker aan te pas om dat te maskeren. Van de weeromstuit kreeg flowerpower een heel nieuwe dimensie. LINDA ASSELBERGS