Volwassenen die minderjarigen online benaderen: het is de nachtmerrie van alle ouders. Een vrees waar het nieuwe, door Clive Owen gedragen Hollywooddrama Trust efficiënt op inspeelt. Misbruik deed bedrijven als Microsoft jaren geleden al beslissen om hun chatrooms te sluiten, maar experts zijn blij met de aandacht voor het thema. Ook sociale netwerken en instant messaging lokken immers malafide gebruikers. MySpace verwijderde in 2009 maar liefst 90.000 profielen van pedofielen en verkrachters.
...

Volwassenen die minderjarigen online benaderen: het is de nachtmerrie van alle ouders. Een vrees waar het nieuwe, door Clive Owen gedragen Hollywooddrama Trust efficiënt op inspeelt. Misbruik deed bedrijven als Microsoft jaren geleden al beslissen om hun chatrooms te sluiten, maar experts zijn blij met de aandacht voor het thema. Ook sociale netwerken en instant messaging lokken immers malafide gebruikers. MySpace verwijderde in 2009 maar liefst 90.000 profielen van pedofielen en verkrachters. Ook bij ons is het fenomeen bekend, en niet alleen dankzij veroordelingen die de krant halen. Een op de zeven pedofielen legt zijn contacten via het internet, waarschuwde Child Focus begin deze zomer nog. Kinderen en jongeren bevestigen dat zelf. In een onderzoek bij twaalf- tot achttienjarigen door de Universiteit Antwerpen in 2008 had een op de vijf al gechat met een volwassene die zich jonger voordeed. Zestien procent was door een volwassene met seksuele vragen geconfronteerd, tien procent werd tot seksuele handelingen aangezet. Bovendien vertonen veel jonge gebruikers online risicogedrag: ruim een kwart van de tien- tot zeventienjarigen chat met onbekenden, meldde het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties (OIVO) vorig jaar. De instelling wees daarbij op een nieuwe digitale kloof tussen gebruikers die verantwoord omgaan met de risico's en zij die dat niet of onvoldoende kunnen. Komt daarbij dat om en bij de helft van de ouders zijn kinderen niet op internetgevaren wijst, terwijl de grote meerderheid evenmin surf- of chatregels oplegt. Experts trekken dan ook aan de alarmbel : een goede internetopvoeding is onmisbaar en begint thuis. Hoe u daaraan begint, vroegen we aan Nel Broothaerts, pedagoge en projectverantwoordelijke e-safety bij Child Focus, en aan Peter De Waele, hoofdinspecteur van de cel Seksuele uitbuiting van minderjarigen van de federale gerechtelijke politie van Brussel. "De eerste stap is zelf aan de slag gaan", zegt De Waele. Vaak kennen kinderen meer van het internet dan hun ouders, soms zelfs voor ze goed en wel kunnen schrijven. "Ik ontmoet vaak internetanalfabeten voor wie defrienden niets betekent. Dan kun je moeilijk preventie geven." Maak dus een profiel aan op een sociaal netwerk, zoek uit wat het internet te bieden heeft en hoe chatten in zijn werk gaat. Vraag uw kinderen eventueel om u op weg te zetten. Zolang u maar een idee hebt van de technologie die uw kinderen gebruiken. "Er zal altijd wel een kloof blijven", waarschuwt Broothaerts. "Jonge gebruikers doen nu eenmaal andere dingen online. Hoeveel volwassenen checken meermaals per dag hun Facebookprofiel ?" Toon interesse voor het virtuele leven van uw kroost: laat hen vertellen over wat ze graag doen online, vraag hen naar hun favoriete websites, maak het internet bespreekbaar. Pik desnoods in op een krantenartikel of een reportage, raadt Broot-haerts aan. "Het is belangrijk om de zaak positief en open te benaderen, zonder waarschuwende vinger. Daar knappen jongeren op af. Vergeet niet dat het internet een centrale plaats in hun leven speelt. Hoe zouden ze je spontaan over negatieve online ervaringen vertellen als ze je klaarstaat om 'zie je wel' en 'je was gewaarschuwd' te zeggen ?" Ook volgens De Waele zijn ouders zelden het eerste aanspreekpunt voor kinderen als het fout gaat. "Ze willen niet de indruk geven zelf iets mispeuterd te hebben. Dan trekken de ouders misschien de internetstekker uit en snijden ze hun kinderen af van hun sociale contacten. Dus zeggen de kinderen maar niets over de onkuise berichten die ze misschien ontvangen." Ook de gezinscommunicatie rond seksualiteit in het algemeen telt, benadrukt de speurder : "Kinderen kunnen moeilijk over onaangename prikkels praten als zelfs aangename seksualiteit niet bespreekbaar is." Hoe dan ook blijft internetgebruik - althans in kinderogen - vaak privématerie, zegt Broothaerts. "Wek een sfeer waarin ze weten dat ze altijd bij je terechtkunnen, maar gun hun ook privacy. Je hoeft niet de inhoud van elk gesprek te kennen." In een onderzoek van de Universiteit Gent in 2005 bleek ruim de helft van de kinderen tussen negen en veertien in een aparte ruimte of zijn eigen slaapkamer te surfen en chatten. Nochtans verkleint toezicht door de ouders de kans op risicogedrag : de kinderen kennen vaker de mensen met wie ze chatten, geven minder foto's en persoonlijke gegevens door en vertellen hun familie vaker over hun ervaringen online. Direct toezicht is niet eens nodig, benadrukt De Waele, zet de computer gewoon in de living of eetkamer. "Het internet zet de deur open voor de hele wereld, ook voor volslagen onbekenden. De pc in een gemeenschappelijke ruimte plaatsen maakt kinderen voorzichtiger en kritischer." Hou wel rekening met hun leeftijd : "Bij tieners ligt zoiets gevoeliger dan bij een zesjarige." Blijf ook realistisch : behalve thuis surfen de meeste jongeren ook onder meer op school, bij vrienden en via hun smartphone. Om diezelfde reden is een internetverbod zinloos. "Zo'n drastische maatregel bevordert evenmin de verantwoordelijkheidszin en weerbaarheid van je kind", meent De Waele. Ook internetfilters en spyware benadert u best behoedzaam. "Filters kunnen nuttig zijn voor jonge kinderen die nog niet zo hard willen exploreren", zegt Broothaerts. "Maar filters zijn niet waterdicht : ze sluiten niet uit dat kinderen toch op ongewenste inhoud stuiten, en ze controleren niet waarover kinderen chatten of wat ze op hun profiel zetten. Spyware die de ouders dagelijks een volledig rapport van het internetgebruik bezorgt, nieuwe contacten en gesprekken inbegrepen, komt neer op het bespioneren van de kinderen. Daarmee ondermijn je de open en positieve sfeer die risicogedrag bespreekbaar maakt." De pedagoge ziet dan ook meer heil in goede afspraken: "Stel een overeenkomst op met eenvou-dige surf- en chatregels of bespreek de netiquette met de kinderen. Hanteren ze dezelfde regels op het internet als op school bijvoorbeeld ?" Baken ook de internettijd af, desnoods met een keukenwekker : "Zo gaan kinderen hun internetgebruik evalueren en doseren en stelt u als ouder grenzen aan de speeltijd. Laat dat niet aan een programma over." Volgens de Universiteit Gent speelt bijna één op de zes kinderen persoonlijke gegevens door aan wildvreemde internetcontacten, gaande van naam, leeftijd en adresgegevens tot telefoonnummers en foto's. Het magazine Clickx deed de test in chatboxen in 2007 en sprak zelfs over zeven op de tien. Begrijpelijk, maar ook gevaarlijk, zegt De Waele : "Kinderen kunnen de draagkracht van hun daden niet inschatten. Ze zien bijvoorbeeld niet welke risico's verbonden zijn aan het doorsturen van een pikante foto of een flirterige camsessie. Bespreek dat dus met hen, ook de informatie die ze stoppen in nicknames en e-mailadressen. Een suggestieve omschrijving als Sweetpussy11 is sneller bedacht dan ouders graag denken. Hebben we niet allemaal stommiteiten begaan die we thuis verzwegen?" Ook de informatie die de kinderen weggeven op sociale netwerken verdient aandacht. "Voor pedofielen zijn dat online albums waaruit ze hun eerste selectie maken", verduidelijkt De Waele. "Vandaar dat we ouders aanraden om jonge kinderen een avatar te laten gebruiken op hun profiel in plaats van een foto: een tekening, een stripfiguur of een paard." Ook adres- en schoolgegevens blijven beter achterwege, net als de werkuren van de ouders. Minder voor de hand liggend zijn de persoonlijke voorkeuren die netwerkgebruikers prijsgeven en die malafide gebruikers handige aanknopingspunten voor een gesprek bieden. "Kinderen vertellen op Facebook van welke dieren ze houden, naar welke muziek ze luisteren en wat hen boeit", zegt De Waele. "Voor pedofielen is dat al heel wat gesprekken gewonnen." Wijs uw kind ook op de mogelijkheid om privacyinstellingen aan te passen, desnoods onder begeleiding. Ouders tonen zelden interesse voor de online vrienden van hun kinderen, laat staan dat ze samen hun online contactpersonen overlopen. "Terwijl ze diezelfde interesse wel hebben voor schoolkameraden", zegt De Waele. Nochtans zijn jonge gebruikers weinig selectief in hun internetcontacten. "Tijdens een verhoor van een elfjarig meisje bekeken we eens haar Facebookvrienden. Uiteindelijk kende ze er tien echt, op 110." De redenen zijn velerlei: kinderen en jongeren drukken online hun identiteit uit, vergaren er sociaal kapitaal - het nieuwe statussymbool - en experimenteren met seksualiteit, gesterkt door een vals gevoel van anonimiteit en intimiteit. Er is immers geen sociale controle, waardoor ze meer durven en gemakkelijker praten over wat hen bezighoudt. Broothaerts maakt graag de vergelijking met het schoolplein of een cafébezoek. "Jongeren begrijpen dat je mensen niet kent na één gesprek, net zoals ze niet zouden poseren voor een wild vreemde. Waarom vertonen ze online risicogedrag dat ze elders niet eens zouden overwegen? Die vergelijking mogen ouders best maken." Sociale netwerken en instant messaging werken bovendien met vriendenlijsten: gebruikers hebben enkel contact met erkende vrienden. Facebook en zijn concurrenten prikkelen echter de nieuwsgierigheid, en pedofielen pakken het slim aan, zegt De Waele : "Ze leggen soms eerst contact met iemand uit de vriendenkring van het slachtoffer. Zo ontstaat een gemeenschappelijk contact dat de drempel verlaagt." Sociale netwerken verkorten het grooming-proces: de vaak intensieve hofmakerij die internetpedofielen kenmerkt. "Ze leggen voorzichtig contact met het kind en proberen in eerste instantie vertrouwen te wekken en een emotionele band te kweken", zegt Broothaerts. Daartoe maken daders hun slachtoffers complimenten, veinzen ze gemeenschappelijke interesses, maken ze zich de leefwereld van het kind eigen en stellen ze zich op als vertrouwenspersoon. Ze spelen behendig in op hun onzekerheden en drang naar aandacht en maken intiemere zaken als foto's en seksualiteit of een afspraak pas geleidelijk aan bespreekbaar. Ook cadeaus, al dan niet in het kader van virtuele prostitutie, behoren tot de mogelijkheden. "Sommige daders zijn eerlijk over hun leeftijd, net om vertrouwen te wekken", verduidelijkt De Waele. "Anderen doen zich voor als minderjarige, jongerentaal en spelfouten inbegrepen." Jongeren die goed in hun vel zitten, herkennen zulk bedrog intuïtief en reageren gepast, zegt Broothaerts. "Tieners kennen genoeg van het internet om grooming te begrijpen. Maar je hoeft niet tot dan te wachten om duidelijk te maken dat chatten risico's inhoudt en dat online contacten erop los kunnen fantaseren. Kinderen die al vroeg die kritische zin ontwikkeld hebben, spreken minder snel af met onbekenden." "Bederf van de jeugd", "aanzetten tot ontucht" of "aanranding van de eerbaarheid": het zijn enkele begrippen waarop rechters zich kunnen beroepen bij de bestraffing van pedofielen. Ook indien geen enkel lichamelijk contact met het slachtoffer heeft plaatsgevonden. Zeker indien daders seksuele opmerkingen maken tegenover minderjarigen, hen vragen om uit de kleren te gaan of naaktfoto's of -beelden uitwisselen, contacteert u best de politie, die op haar beurt Computer Crime Unit (FCCU) van de federale politie inschakelt. "Een verhoor of een huiszoeking bij de verdachte heeft niet alleen een preventieve functie," zegt De Waele, "vaak leidt de computer van de betrokkene ook naar kinderporno, of naar andere slachtoffers." Verzamel bewijsmateriaal zoals uitgewisselde berichten en ontvangen bestanden en leer uw kind de print screen-knop op het toetsenbord te gebruiken, om aanstootgevende inhoud op het computerscherm meteen af te drukken. Trust draait vanaf 7 september in de Belgische zalen. DOOR WIM DENOLFIN ÉÉN JAAR VERWIJDERDE MYSPACE MAAR LIEFST 90.000 PROFIELEN VAN PEDOFIELEN EN VERKRACHTERS. "SOMMIGE DADERS DOEN ZICH VOOR ALS MINDERJARIGE, JONGERENTAAL EN SPELFOUTEN INBEGREPEN."