Kun je iemand ooit kennen ? Adriaan Van Dis zegt in een interview in Opzij van deze maand dat wie hij is voor zichzelf helemaal niet klopt met zijn imago. "Mijn zelfbeeld is dat van een mier", zegt de knappe, welbespraakte schrijver die in zijn eentje een kamer of een televisiescherm kan vullen. "Ik heb gaandeweg moeten leren dat ik door mijn lengte en uiterlijke verschijning indruk maak, met mij komt echt Iemand binnen. Geen mier, maar een olifant. En dat is lastig wennen voor een mier." Hij zegt van zichzelf dat hij een achterhouder is, dat hij zelfs met zijn beste vrienden niet het achterste van zijn tong laat zien. Misschien is dat extreem. Maar toch. Hebben we niet allemaal ons geheime tuintje ? Zijn degenen die om het hards...

Kun je iemand ooit kennen ? Adriaan Van Dis zegt in een interview in Opzij van deze maand dat wie hij is voor zichzelf helemaal niet klopt met zijn imago. "Mijn zelfbeeld is dat van een mier", zegt de knappe, welbespraakte schrijver die in zijn eentje een kamer of een televisiescherm kan vullen. "Ik heb gaandeweg moeten leren dat ik door mijn lengte en uiterlijke verschijning indruk maak, met mij komt echt Iemand binnen. Geen mier, maar een olifant. En dat is lastig wennen voor een mier." Hij zegt van zichzelf dat hij een achterhouder is, dat hij zelfs met zijn beste vrienden niet het achterste van zijn tong laat zien. Misschien is dat extreem. Maar toch. Hebben we niet allemaal ons geheime tuintje ? Zijn degenen die om het hardst roepen, niet precies de mensen die niet willen dat je hen echt kent ? Bang voor zichzelf en daardoor meer gesteld op hun publieke imago dan op de doolhof van hun eigen geheime gangen. Openhartigheid is ook niet altijd de makkelijkste weg. Mensen kunnen behoorlijk uit hun lood geslagen worden, wanneer de werkelijkheid niet blijkt te kloppen met het beeld dat ze zich van iets of iemand gevormd hebben. Ze moeten dan de uitgezette koers wijzigen. Hun pro's en contra's opnieuw in de weegschaal leggen. Hun positie herbekijken. Omdat mensen over het algemeen conservatief en vasthoudend zijn, is dat niet altijd een simpele opgave. Alleen groothartigen of avontuurlijke zielen kunnen dat opbrengen. Dubbellevens zijn niets uitzonderlijks. Soms komt aan het eind van een leven de waarheid naar boven. Ik denk aan het ontroerende boekje Mijn beter ik van de Nederlandse Renate Rubinstein waarin ze een monumentje bouwde voor haar jaren durende verhouding met Simon Carmiggelt. Aan de biografie van Simone de Beauvoir, waarin haar slaafse passie voor Nelson Algren uit de doeken werd gedaan, wat een heel ander licht wierp op de schaduw van Sartre. De postume, geautoriseerde biografie van Christine Ockrent over de journaliste en schrijfster Françoise Giroud toont ook meedogenloos de wanhopige kant én het manipulatieve karakter van dit Franse monument van kritiek en zelfverzekerdheid. Dubbellevens worden graag en vaak door ingewijden met de mantel der liefde bedekt. Koningen en presidenten hebben al eeuwen hun discrete affaires en buitenechtelijke kinderen voor het grote publiek verborgen weten te houden, met medewerking van hun brede entourage. Met groot respect worden soms zelfs postuum nog sluiers van geheimzinnigheid gedrapeerd over dérapages van beroemdheden. Zo kon het dat nu pas, bijna zestig jaar na zijn dood, aan de officiële door zijn echtgenote en familie gecontroleerde biografie van de Franse dichter en filosoof Paul Valéry, door een meticuleus speurende bewonderaar François-Bernard Michel de namen van zijn maîtresses en muzen werden toegevoegd. Geen mens die dat nu nog heiligschennis vindt. Bij zijn leven zou niemand het ook maar hebben overwogen om zijn literaire waardigheid te schaden door dit soort onthullingen. Valéry zelf leverde in zijn Cahiers slecht cryptische en zeer summiere aanwijzingen over de golven van passie die zijn leven bewogen. In deze tijden is heiligschennis tegen de privacy al lang geen doodzonde meer. Alles moet open en bloot, alles moet meteen op het tapijt. Over alles wordt geoordeeld. Merkwaardig is dat vooral eenvoudige mensen er zeer op uit zijn elk detail van hun leven toe te vertrouwen aan televisiecamera's en krantenreporters. Ik kwek, dus ik besta. De honger naar dit soort weten is mateloos geworden. Elke maandagmorgen op de radio geeft Betty Marchal haar procesindrukken tegen de achtergrond van een rustgevend muziekje. Recreatief rouwen noemt een Britse krant deze vorm van non-communicatie, die toch een vorm van verbondenheid schept. Het doet deugd, al brengt het niets bij. Daarom allicht dat ook serieuze media hun kolommen hiermee vullen. TESSA VERMEIREN