P lume, wat een prachtige naam voor een tuin. Licht als een vogelveertje dat dwarrelt in de wind. Tuinliefhebbers denken bij 'veer' of 'pluim' meteen aan de donzige halmen van eenvoudige inheemse grassoorten als de gestreepte witbol ( Holcus lanatus) of hun meer exotische neefjes uit het Verre Oosten, zoals de inmiddels alomtegenwoordige Miscanthus.
...

P lume, wat een prachtige naam voor een tuin. Licht als een vogelveertje dat dwarrelt in de wind. Tuinliefhebbers denken bij 'veer' of 'pluim' meteen aan de donzige halmen van eenvoudige inheemse grassoorten als de gestreepte witbol ( Holcus lanatus) of hun meer exotische neefjes uit het Verre Oosten, zoals de inmiddels alomtegenwoordige Miscanthus. Een gevoel van lichtheid is precies wat Le Jardin Plume in je losmaakt. Zeker op een mooie dag in de late zomer verlaat je deze tuin met dromerige herinneringen aan de betoverende grassen en weelderige vaste planten. De Herfsttuin is een onderdeel van de groene sprookjeswereld die Sylvie en Patrick Quibel twaalf jaar geleden voor ogen stond, toen ze besloten om de drie hectare weiland rond hun pas gekochte boerderij in Normandië te beplanten. Afgezien van de lucht, de natuur en de bouwstijl doet verder niets in de omgeving denken aan het Normandië dat ons zo vertrouwd is. We bevinden ons ver van het golvende wallenlandschap waar het land van de calvados zo bekend om staat. Net als de Engelse tuiniers uit de twintigste eeuw hebben Sylvie en Patrick voor een vrij logische indeling in kamers gekozen, met hun boerderij als middelpunt. De weilanden werden omgetoverd tot een droom van een wandeltuin met zelfs een eigen kwekerij, zodat je nooit met lege handen naar huis hoeft. Verspreid in de tuin staan zorgvuldig onderhouden fruitbomen. Na het begin van het groeiseizoen wordt er alleen langs de paden gesnoeid, zodat het rechthoekige patroon van deze hoogstammen des te sterker in het oog springt. De paden sluiten aan op brede lanen in het verlengde van de boerderij. Inheemse grassoorten, zoals beemd- en struisgras, krijgen gezelschap van wilde bloemen en vaste weideplanten als de camassia, inula, geranium en eupatorium. De boomgaard wordt op een ingenieuze manier door een vierkante vijver met de boerderij verbonden. De appelboom ernaast lijkt zo geboeid door zijn evenbeeld in het spiegelende water dat hij bijna vergeet om vruchten te dragen. Vanuit de boerderij zie je hoe de boomgaard zich herhaalt in het wateroppervlak, dat vanaf de andere kant bekeken ook de woning een trouwe dubbelganger geeft. Een paar stappen verder, tegenover de oude vakwerkschuur, zijn Sylvie en Patrick hun tuinavontuur ooit begonnen. Geïnspireerd door de luchtige sfeer van die eerste beplanting kwamen ze op de naam Le Jardin Plume, die ze vervolgens ook aan het hele domein hebben geschonken. Tussen de ongeveer één meter hoge hagen groeit en bloeit nu een weelde van groen. "In Le Jardin Plume zet de hooggehalmde Calamagrostis acutiflora'Karl Foerster' de toon", aldus het echtpaar. Deze basis wordt aangevuld door grote planten die zich elk jaar in het naseizoen van hun mooiste kant laten zien, zoals de roze bloeiende Thalictrum delavayi'Hewitt's Double' en de witgebloemde Thalictrum delavayi'Album'. Voor roze, maar ook paarse tinten zorgen eveneens de Sanguisorba obtusa en de Verbena hastata 'Rosea', terwijl de Veronicastrum virginianum'Album' de tuin een extra scheut wit geeft. Hoe dichter je bij het huis komt, hoe meer structuur de tuin krijgt. Op traditionele wijze zijn hier twaalf vierkante bloemperken met buxushaagjes aangelegd. Samen vormen ze de 'Zomertuin'. In september barst hier een feest los van gele, felrode en roodbruine bloemen. In de perken wordt het bonte enthousiasme van de Oost-Indische kers, de dahlia's en de Kniphofia uvaria 'Nobilis' in toom gehouden door de bedaard wiegende halmen van de Stipa arundinacea. Deze overweldigende kleurenpracht wordt door Sylvie en Patrick kracht bijgezet door de bezoeker na dit hoogtepunt een adempauze te gunnen. Tegelijk stellen ze alvast een volgende verrassing in het vooruitzicht. In het verlengde van de westelijke gevel biedt een opening in de hoge bladhaag (beuk, haagbeuk) namelijk een doorkijkje op wat je vervolgens te wachten staat. Eerst kun je je ogen haast niet geloven. Dankbaar neem je dan ook even plaats in het met wingerd overgroeide prieeltje. Bij het genot van een vroeg aperitiefje laat je dit nieuwe uitzicht rustig op je inwerken. Reusachtige planten en grassen, broederlijk dooreen, reiken ruim twee meter de lucht in. Ze zijn de gangmakers op een uitbundig kleurenfestijn waar de Persicaria orientalis, de Helianthus 'Monarch', de Helianthus giganteus'Sheila's Sunshine', de Aster x'Monch', de Aster'Little Carlow', de Cimicifuga ramosa'Brunette', de Calamagrostis brachytricha, aangevuld met de Miscanthus en de Achnatherum calamagrostis, zich om het luidst vermaken. Op de achtergrond houdt een golvende beukenhaag een oogje in het zeil, met erachter de hoogstammige bomen in de tuin van de buren. Eigenlijk zou je je bezoek hier moeten beëindigen, om nog enigszins verdoofd van alle indrukken weer huiswaarts te keren. Toch doe je er waarschijnlijk verstandiger aan om eerst even op adem te komen in de moestuin en een paar minuten rust te zoeken bij de Miscanthus-vijver. Dit vierkante bekken wordt omringd door een terras van brede beukenplanken met daar weer een omwalling van Miscanthus sinensis omheen. Verschillende Miscanthus-variëteiten maken hier hun opwachting, zoals de ' Silberfeder', de ' Grosse Fontäne' en de kleine Miscanthus yakushimensis. "Deze plek bewijst dat hoge grassen evenveel bescherming kunnen bieden als een haag of een muur", besluiten Sylvie en Patrick. Voor hun schitterende tuin verdienen ze alvast een dikke ... pluim. Le Jardin Plume, 76116 Auzouville-sur-Ry, +33 2 35 23 00 01, www.lejardinplume.com. Open van half mei tot eind oktober, van woensdag t/m zondag, 14-18 uur. De tuin ligt 20 km ten noordoosten van Rouen en is te bereiken via de RN 31. Sylvie en Patrick Quibel hebben dit jaar een boekje over hun tuin uitgebracht. 'Le jardin plume', foto's van Joëlle en Gilles Le Scanff-Mayer, uitg. Ulmer, ISBN 978-2-84138-339-9.Tekst en foto's Jean-Pierre Gabriel