Als ik op restaurant de wijn kan kiezen, opteer ik bij voorkeur voor een natuurlijke wijn. Helaas staat er niet altijd een biolabel op de wijnkaart en moet je er de ober of sommelier bij halen. Die vervolgens aarzelend de kaart afspeurt of spoorslags de wijnkelder induikt. Het is opvallend hoe vaak restaura...

Als ik op restaurant de wijn kan kiezen, opteer ik bij voorkeur voor een natuurlijke wijn. Helaas staat er niet altijd een biolabel op de wijnkaart en moet je er de ober of sommelier bij halen. Die vervolgens aarzelend de kaart afspeurt of spoorslags de wijnkelder induikt. Het is opvallend hoe vaak restaurants met een soms erg uitgebreid wijnassortiment maar één of twee flessen natuur- of biodynamische wijn in de aanbieding hebben. En het gebeurt geregeld dat er helemaal geen op de kaart staat. Dat maakt me bij voorbaat een beetje argwanend over de kwaliteit van de keuken. Want waarom zou iemand die de filosofie predikt van eerlijke en pure producten op het bord die visie niet doortrekken in het glas? Ik ben al jaren geleden overgeschakeld op natuurwijnen. Uit milieuoverwegingen, maar toch ook om de hoofdpijn te vermijden die ik vaak al na enkele slokken klassieke wijn kreeg. De lagere sulfietgehaltes in biodynamische of natuurlijke wijnen zouden dit kunnen verklaren. En naast het vermijden van fysieke ongemakken is het inmiddels vooral de smaak van natuurlijke wijnen die me bekoort. Al oogt de wijn in het glas soms een beetje troebel en neemt de geur je al eens mee naar de stal, tegen het expressieve karakter van natuurwijnen kan geen klassieke wijn op. Sommelier Isabelle Legeron gaat nog een stapje verder en deponeerde het kwaliteitslabel raw wine, voor de natuurlijkste wijnen onder de natuurwijnen, (zie p. 50). Ik kijk ernaar uit zo'n raw wine op de wijnkaart aan te treffen. Het water loopt me nu al in de mond.