Bij het begin van haar carrière kreeg ex-radiovrouw Kathy Lindekens van minister van staat Paula D'Hondt de raad om in de politiek haar emoties niet te tonen, omdat dat door de mannen als zwakheid ervaren wordt. Maar in haar pas verschenen dagboek Een steen in de rivier ( Icarus) doet Vlaams SP-parlementslid Kathy Lindekens bijna niets anders. Ze heeft het zelfs over een klotejob, als het haar allemaal te veel wordt.
...

Bij het begin van haar carrière kreeg ex-radiovrouw Kathy Lindekens van minister van staat Paula D'Hondt de raad om in de politiek haar emoties niet te tonen, omdat dat door de mannen als zwakheid ervaren wordt. Maar in haar pas verschenen dagboek Een steen in de rivier ( Icarus) doet Vlaams SP-parlementslid Kathy Lindekens bijna niets anders. Ze heeft het zelfs over een klotejob, als het haar allemaal te veel wordt. Eigenlijk is dit verslag van drie jaar parlementair werk van een neofiet een soort handleiding voor al die andere BV's die gecharterd werden als stemmenaanbrengers. "Ik heb er geen idee van hoe een politieke partij werkt en in wat voor apparaat ik zal terechtkomen," schrijft Kathy Lindekens op 13 februari 1995, nog voor de verkiezingen en in volle Agusta-crisis, die haar diep doet twijfelen over haar beslissing. Ze vertelt zonder schroom dat haar collega's Van Wallendael en Voorhamme haar tijdens een lange autorit op 1 mei De Internationale aanleren, opdat ze geen mal figuur zou slaan op de officiële viering in Antwerpen. Noodgedwongen leert ze het klappen van de zweep. Ze loopt zichzelf voorbij van de ene commissievergadering naar de andere partij-activiteit. Ze worstelt met niet zo betrouwbare medewerkers. Haar voorstel van decreet over een kinderombudsdienst wordt aanvankelijk gerecupereerd door de betrokken minister, maar komt later toch nog op zijn pootjes terecht wanneer een Kinderrechtencommissaris wordt benoemd. Dezelfde mevrouw die zich beijvert voor het tot stand komen van een Fonds voor de Letteren, zoals in Nederland, en zich daar letterlijk het vuur voor uit de sloffen loopt, schrijft zonder schroom op hoe ze de begrafenis van prinses Diana, haar grote idool, op het televisiescherm volgt met een grote doos Kleenex op schoot. Ze heeft er ook geen moeite mee om toe te geven dat het haar vaak allemaal te veel wordt, haar parlementaire werk, haar kleuterzoon en haar voor zijn werk vaak uithuizige man. Eén maand door de dokter voorgeschreven rust en later weer angstwekkend hyperventileren. Met een smak tegen de keien gaan in een poging om de bel van de kleuterschool en de agenda van vergaderingen en stemmingen te combineren. Het hoort er allemaal bij. Ze kan het niet laten haar ontgoocheling te uiten over het feit dat slechts twee journalisten komen opdagen wanneer een aantal vrouwelijke parlementsleden een persconferentie geeft over de thema's waarmee ze bezig zijn. "Er zal verderop in de straat wel wat herrie zijn gemaakt, en herrie is nieuws", noteert ze cynisch. En ze is behoorlijk boos op een vroegere BRTN-collega die haar onterecht de mantel uitveegt bij een theatervoorstelling, omdat ze hem en de zijnen onvoldoende zou verdedigd hebben in de besprekingen rond het nieuwe statuut van de openbare omroep. "Mensen verwachten zoveel van je", schrijft ze. Tja, dat is nu eenmaal waarvoor ze op je stemmen, en meer dan 11.000 voorkeurstemmen is niet niks natuurlijk. Het is een bikkelharde wereld in en rond de Wetstraat. En het is niet omdat je je in de eerste plaats met de sympathieke thema's als kinderrechten, gezondheidszorg en cultuur inlaat en je minder betrokken voelt bij "harde materies zoals economie of staatshervorming", dat men je op een galantere manier zal behandelen. Vraag dat maar aan vrouwen als Paula D'Hondt. Misschien had Kathy Lindekens beter geluisterd naar deze wijze dame en zich niet laten verleiden om in haar dagboek de emoties zo breeduit open te smeren. Allicht zal het boek goed verkopen, maar of het de politica Kathy Lindekens zal dienen, is nog maar de vraag.Tessa Vermeiren