Weet je dat ik deze huisjes van de stad mocht afbreken ?" vertelt Koen Vande- weghe terwijl hij me in zijn woning rondleidt. "Maar gelukkig hebben we dat niet gedaan. Ze verkeerden natuurlijk in een erbarmelijke staat. Sinds mensenheugenis waren ze niet meer bewoond en een gedeelte ervan was ooit een duiventil." In Brugge verschijnen er steeds meer nieuwbouwprojecten waarvoor niet zelden oude panden moeten wijken. Soms zijn die niet zo waardevol en bouwvallig, waardoor nieuwbouw een logische oplossing lijkt. Voor dit stukje patrimonium vond architect Vandeweghe slopen echter een verkeerde keuze. Deze archaïsche panden zijn niet alleen pittoresk, maar hebb...

Weet je dat ik deze huisjes van de stad mocht afbreken ?" vertelt Koen Vande- weghe terwijl hij me in zijn woning rondleidt. "Maar gelukkig hebben we dat niet gedaan. Ze verkeerden natuurlijk in een erbarmelijke staat. Sinds mensenheugenis waren ze niet meer bewoond en een gedeelte ervan was ooit een duiventil." In Brugge verschijnen er steeds meer nieuwbouwprojecten waarvoor niet zelden oude panden moeten wijken. Soms zijn die niet zo waardevol en bouwvallig, waardoor nieuwbouw een logische oplossing lijkt. Voor dit stukje patrimonium vond architect Vandeweghe slopen echter een verkeerde keuze. Deze archaïsche panden zijn niet alleen pittoresk, maar hebben een bijzondere historische waarde. Het zijn zeldzame voorbeelden van zeventiende-eeuwse arbeiderswoningen. In de meeste Vlaamse steden werden juist dit soort simpele huizen uit een ver verleden al lang geleden gesloopt. Doordat Brugge aan de industriële revolutie is ontsnapt, bleven er in de Zwinstad meer voorbeelden van bewaard. De huisjes liggen in een doodlopende steeg die uitkomt op de Gentpoortstraat. In totaal zijn er vier van bewaard, waarvan de architect er drie verwierf, samen met het grotere hoekhuis. "Ze liggen dus als een trein achter elkaar. In het voorhuis heb ik op de gelijkvloerse verdieping mijn kantoor, boven richtten we een flat in die we verhuren. Aan de zijgevel merk je dat we de scheiding tussen voorhuis en de panden erachter wat hebben verduidelijkt met een moderner tussenstuk", aldus de architect. De drie huisjes, in totaal goed voor een bescheiden oppervlak van 66 vierkante meter, werden de gezinswoning van de familie Vandeweghe. "We hebben de gevels gerestaureerd met stadssubsidies, hebben ook wat van de balken binnen bewaard en hersteld en een deel van de binnenmuren. De achtergevel was te bouwvallig om te bewaren. Daar koos ik dan voor een andere vensterindeling die toelaat beter te genieten van het kleine terras. De ramen zijn van aluminium, precies om te contrasteren met de houten vensters vooraan, die naar oud model werden gereconstrueerd."Hoewel het interieur vrij modern is opgevat, herinnert de structuur aan de originele constructie. Vandeweghe : "We hebben de verdeling in drie huisjes min of meer behouden : de woonruimte is nog steeds in drie verdeeld, met een zithoek, een eethoek en een keuken. Tussen zit- en eethoek staat de oude muur, die zwart werd geschilderd. Als afscheiding met de keuken kwam er een nieuw volume : een handige berging voor fietsen en eetwaren, met erboven een molenaarstrap die vrij steil is, om zo weinig mogelijk plaats te verliezen. Vooral de berging is handig, hierdoor rijden we van buiten direct binnen in huis."Je voelt amper dat de woning klein is : doordat je aan twee zijden kunt circuleren, aan de kant van het terras en aan de kant van de straat, wordt het ruimtegevoel opgekrikt. Ook boven blijkt de woning handig te zijn ingericht, met een rood geschilderde natte cel die volledig afgesloten werd van de slaapkamer. Op deze manier maakte Koen Vandeweghe, met een vrij beperkt budget, van een ruïne een comfortabele woning voor zijn gezin. Tekst Piet Swimberghe l Foto's Nike BourgeoisDe bovenverdieping is handig ingericht : de badkamer werd ondergebracht in een apart 'rood huisje' naast de slaapkamer. Koen Vandeweghe : "In het voorhuis heb ik op de gelijkvloerse verdieping mijn kantoor, boven richtten we een flat in die we verhuren."