Een tip voor wie niet rijk is en toch wil skiën. Of voor wie wel rijk is en dat niet wil laten merken. Neukirchen.
...

Een tip voor wie niet rijk is en toch wil skiën. Of voor wie wel rijk is en dat niet wil laten merken. Neukirchen.Frans Vuga Foto's Madeleine Dekempeneer Skiën in een beschermd natuurgebied, het lijkt een misverstand. Maar het kan, in een handvol gevallen. In Neukirchen am Grossvenediger, bijvoorbeeld. Het dorp ligt in het Oostenrijkse Nationaal Natuurpark van de Hohe Tauern, dat zich uitstrekt over 1800 vierkante kilometer, gespreid over Tirol, Kärnten en vooral Salzburger Land. Geen showy plek met een eindeloos lang (dus duur) pistennet, maar een aangenaam compromis. Oostenrijkers, Duitsers en Nederlanders schatten Neukirchen naar waarde ; Belgen kennen het omzeggens niet. ?Goedkoop. En om terug te keren?, motiveren de meeste gasten er hun keuze. Het alpiene net is dertig kilometer lang en ligt in een ketel omheen de Wildkogel (2200 meter). Die ketel bevat van december tot Pasen veel en prettige sneeuw, want kunstsneeuw is verboden in een natuurpark. De loipen voor langlaufers zijn aangesloten op het 200 kilometer lange Pinzgau-net. En er liggen 30 kilometer winterwandelwegen, in een imponerende omgeving. Het ?Uitkijkterras Neukirchen? blijft bij naam verbonden met de Grossvenediger (3674 meter) de hoogste berg van Oostenrijk, op de Grossglockner na (3797 meter). Fantasierijke inktkoelies schreven begin vorige eeuw nog dat men vanop de Grossvenediger Venetië kon zien. Niemand sprak hen tegen. Want nooit was een alpinist er op dat moment in geslaagd de knaap te overwinnen. Aartshertog Johann von Habsburg had het in augustus 1828 nog geprobeerd, met een groep van veertien klimmers. Maar een lawineongeval met gids Paul Rohregger noopte tot terugplooien in het gezicht van de top. Het geloof bleef bijgevolg overeind dat de Grossvenediger hoger was dan de Grossglockner, een geweldenaar die al wel was bedwongen. Aangezien in die tijd de hoogte van bergen met barometers werd gemeten, viel pas uitsluitsel over de kwestie in 1841. In dat jaar stonden de kranten van het Oostenrijkse imperium bol van het evenement in Neukirchen. Op 3 september zouden veertig onvervaarden vanuit het dorp de aanval op de Grossvenediger inzetten. Klimmers uit Wenen daagden op om deel te nemen aan de mediastunt. Rohregger, al 68, had zich weer bij het gezelschap gevoegd. Maar nu was Ignaz von Kürsinger aanvoerder. Om middernacht blies een trompetter de rust bij de Krausen Alm af en kon de operatie-Grossvenediger beginnen. Vierentwintig man bereikten de top, ontrolden er vlaggen, maar kregen Venetië of de Dalmatische kust niet te zien. Hun gezicht strekte wel tot de Julische Alpen (Slovenië), de Dolomieten (Italië) en de Bernina (Zwitserland). Vijftig jaar later, in augustus 1891, beklom de Oostenrijker Guido Lammer de berg voor het eerst alleen. Zonder ijsijzers, trede na trede uitkappend. De Grossvenediger aanpakken in de winter zou, op zijn zachtst gezegd, van overdreven ambitie getuigen. Veiliger is dan een bezoek aan de grootste waterval van Europa, die in de buurt op vakantiegangers wacht. De val van 380 meter van de Krimmler Ache vertoont een krachtiger debiet in de zomer, maar de halfbevroren toestand in de winter levert feeërieker plaatjes op. Een andere aanrader is de Knappenwand, een afgedankte kopermijn, zeven kilometer van Neukirchen verwijderd, in Hochfeld. Gids Rudolf Hutz, een gepensioneerde ploegbaas, komt zijn gasten op de ondergrondse tocht afhalen bij hun hotel met een 4X4. Bij het maken van de afspraak (via de dienst voor toerisme) zei hij al geen te beste kleren aan te trekken. De helm die hij ter plekke aanreikt, blijkt niet overbodig. Regelmatig stoten we ons hoofd tegen de rots. Overal sijpelt water. Bij het bezoek komt klimmen en dalen via ladders te pas. Tot in diepe uithoeken de zwavellucht aangeeft dat een terugkeer naar hogere regionen aangewezen is. ?Kijk wat een hoogwaardig erts?, klopt Hutz met zijn hamer tegen de wand. ?Uit acht à negen kilogram erts werd hier de vorige eeuw een kilogram koper gehaald. Dat koper bevatte per kilogram 70 gram zilver en 7 gram goud, wat de bewerking ervan vergemakkelijkte. De mannen kapten erts en trokken de geladen wagentjes over de sporen naar buiten. Vrouwen wasten en sorteerden de grondstof. Hamers, aangedreven door windassen, verpulverden het erts voor het bij 700 graden werd gesmolten. De verkoop vereiste koperplaten van twintig kilogram.? Hutz was ploegbaas in een naburige mijn, want deze werd gesloten in 1864. Na de Tweede Wereldoorlog probeerden verscheidene ondernemers de ontginning weer op gang te trekken met nieuwe methodes, maar dat mislukte. De restauratie van de site was een idee van Hutz en de plek is sinds vier jaar open voor het publiek. Buiten vriest het, in de gangen is het acht graden boven nul. ?Ik werkte op lagere plaatsen, waar het 26 graden was, het hele jaar door?, herinnert Hutz zich. ?Hier overwinteren spinnen. Spinnen en kevers hielden ons altijd gezelschap.? Van het labyrint van gangen en schachten, waaronder middeleeuwse, zijn nu acht kilometer vrijgemaakt voor bezoekers. Hoe komt het dat al dat houten stutsel niet is verrot ? ?De stutbalken zijn gekapt tussen 21 december en 2 februari, als het sap uit de bomen naar de wortels is gezakt. Bij afnemende maan. Schimmels en zwammen tasten zo'n hout niet aan. Sommige balken zijn tweehonderd jaar oud en nog beenhard. Lukraak gekapt materiaal zou al na vijf jaar door zwammen zijn aangevreten.? Met een ultravioletlamp laat Hutz zien waar goudkorrels zitten en sporen van ijzer, mangaan, wolfraam, kobalt. In de zomer zijn er de fietsers op de Tauernradweg, de liefhebbers van het Robin-Hood-evenement, de ruiterschool ; nu komen de wintersporters eraan. ?We rekenen vooral op skiënde stamgasten,? zegt Ingrid Schöppl van het Tourismusverband. ?Ze waarderen ons prijs-kwaliteitsaanbod. Vanaf minder dan 700 frank heb je een kamer met douche en toilet, geef toe. Buiten het hoogseizoen bieden we gratis skilessen aan, of vier dagen bonus die zijn op te nemen in de nazomer.? Wie zich niet met de wagen naar Neukirchen begeeft, heeft een uur smalspoor of bus voor de boeg, na het afstappen van de internationale trein in Zell. De pistes zijn geknipt voor beginners en doorsneeskiërs. Sneeuwtijgers die de zwarte moeilijkheidsgraad opzoeken, blijven wat op hun honger zitten. Voor hen is toerskiën een alternatief, vooral in de lente (met meerdaagse trip in het Grossvenedigermassief). Enkele levensgenieters zweren bij hotel Tauber. Het is bezijden het dorp gelegen en ?de nieuwe uitbatersfamilie uit Südtirol installeerde er de rijkdom van de Italiaanse tafel.? Frau Tauber blijkt inderdaad klasse te hebben achter het fornuis. En haar echtgenoot-kelner Walter heeft een pedigree als berggids. Hij beklom ooit de Alpamayo in de Andes, een zesduizender. En hij vertelt er boeiend over. Wie alledaagse verhalen wil beluisteren, wipt op het parkeerplein bij de pistenbasis binnen in ?Stoni's Bosnastand?. Niks te maken met Bosnië, alleen met een merk van grillworst. Informatie : Fremdenverkehrsverband, A-5741 Neukirchen am Grossvenediger, Oostenrijk. Tel. (00-43) 65.65.62.56, fax (00-43) 65.65.65.50-74. Of Oostenrijkse dienst voor Toerisme : Louizalaan 106, 1050 Brussel. Tel. (02) 646.06.10. Fax : 640.46.93. De hoogste waterval van Europa (380 meter) in de winter : de Krimmler Ache bevriest deels.Rudolf Hutz : Ons erts heeft een gehalte van tien procent koper.