De landelijke rust van Ittre maakt me gelukkig", zegt Lorenzo Gatto onomwonden. De stad brengt hem een beetje in verwarring en is niet de ideale plek voor zijn muzikale concentratie. Het culturele aanbod van de stad is gewoon te rijk, bekent Gatto. De jonge violist verrast ons niet alleen als virtuoos, maar hij heeft ook een ongewoon rijpe visie op onze tijd. Soms gaan zijn meningen lijnrecht in tegen wat algemeen voor waar wordt aangenomen. Hij koos ervoor om ons te ontmoeten in het Café Belga onder het Flageygebouw in Brussel, omdat hij zijn stek in Ittre liever wat buiten de aandacht van het publiek houdt.
...

De landelijke rust van Ittre maakt me gelukkig", zegt Lorenzo Gatto onomwonden. De stad brengt hem een beetje in verwarring en is niet de ideale plek voor zijn muzikale concentratie. Het culturele aanbod van de stad is gewoon te rijk, bekent Gatto. De jonge violist verrast ons niet alleen als virtuoos, maar hij heeft ook een ongewoon rijpe visie op onze tijd. Soms gaan zijn meningen lijnrecht in tegen wat algemeen voor waar wordt aangenomen. Hij koos ervoor om ons te ontmoeten in het Café Belga onder het Flageygebouw in Brussel, omdat hij zijn stek in Ittre liever wat buiten de aandacht van het publiek houdt. Lorenzo Gatto : Tot mijn eigen verbazing blijf ik de laatste twee, drie jaar meer en meer in Brussel hangen. Deze stad ligt ook zo centraal, in een goed uur ben je in Londen of Parijs en de levenskwaliteit is er bijna beter. Maar als ik ook maar even de tijd heb, trek ik naar Ittre, de plek waar ik echt tot rust kom en graag werk. Ittre bestaat uit drie dorpen, waarvan eentje, Virginal, de plek is waar ik ben opgegroeid. Mijn ouders kochten er ooit een ruïne die werd opgeknapt. Het gebied is moerassig met prachtige vijvers en veel beken. Het is er heel kalm en landelijk, ideaal om te werken, dag en nacht. Soms werk ik trouwens tot twee uur in de morgen. Ik hou wel van de stad, maar ontsnap er ook graag weer aan. Voor mijn concerten vertoef ik al zoveel in steden. De landelijke rust van Virginal heb ik echt nodig. Ik hou ook van de paarden en de schapen op die plek, de hele natuur eigenlijk. Van absoluut belang. Hoe meer ik reis, des te meer ik me daarvan bewust wordt. De stad brengt veel verstrooiing en je krijgt de indruk dat je overal wel wilt zijn en van alles wilt meemaken. Tussen de dieren en het groen heb je daar minder nood aan, je dringt beter door tot het essentiële. Dat is belangrijk als ik werk. Veel muziek werd inderdaad nabij of in de natuur geschreven. Maar het gaat er voor mij ook om dat de muziek niet bedreigd mag worden door allerlei materialistische krachten die prominent aanwezig zijn in de stad. In de natuur ontsnap je daaraan. Daarom isoleerden veel componisten zich. Maar let op, de stad kan voor een componist of muzikant ook best inspirerend zijn. Denk maar aan de claxons in An Amercian in Paris. Vroeger leefde men meer in beide tegelijk, in de stad en in de natuur. Tegenwoordig schijnt alles in de stad te moeten gebeuren. Het hele culturele leven speelt er zich af. Het is gevaarlijk om daar alleen mee te leven en je verplicht te voelen dat je alles mee moet beleven. Dat is een obsessie geworden van velen, men wil overal bij zijn. Dat is niet nodig, vind ik, en het kan ook niet. Het culturele leven wordt door velen als een verplichting ervaren. Je moet die en die film, expo of concert hebben gezien en van alles op de hoogte zijn. Niets is minder waar. Zeker. Meer zelfs, je moet ook open van geest zijn. Maar is dat wel nodig ? Kijk, ik lees geen kranten. Niet omdat ze me niet interesseren, maar omdat alles elke dag verandert. Het interesseert me niet om dagelijks wakker te liggen van iets. Het boeit me wel om de grote lijnen van de geschiedenis te doorzien. Mochten kranten nuttig zijn voor mijn beroep, was ik bijvoorbeeld beursmakelaar, dan zou dat anders liggen. Maar als muzikant heb ik dat niet nodig. Van alles op de hoogte zijn zou voor mij zelfs nefast zijn, het zou me uit evenwicht brengen. Een beetje openheid van geest is nuttig, je moet nieuwsgierig zijn en willen bijleren. Maar open zijn van geest zonder kritiek, is niet goed. Je hoeft niet, zoals velen tegenwoordig, alles interessant en goed te vinden. Dat leidt tot oppervlakkigheid. Dat geldt ook voor het idee van de multiculturaliteit. Het is een ideaal geworden. Maar wat is het eigenlijk ? Soms weinig meer dan een mengelmoes waarin er nog amper cultuur zit. Het is een soort kruising die voor iedereen makkelijk te begrijpen valt. En als het dat maar is, dan geloof ik niet dat het iets is wat we nodig hebben of wat interessant is. Een van de eigenschappen van kunst en muziek in het bijzonder is dat je er tijd voor moet nemen. Dat gaat natuurlijk niet op voor consumptiemuziek die je overal als achtergrond hoort. Daarom is ook het platteland weer belangrijk als een plek waar je tot rust komt en waar je meer de tijd neemt om bijvoorbeeld muziek te spelen of te beluisteren. Tijd is zo belangrijk. Als je naar een concert gaat, neem dan de tijd, voor en na. Zowel muzikant als luisteraar moeten de muziek verwerken. Ook dat is een beetje tegen de tijdgeest. Men zapt snel van het een naar het ander, zeker in de stadscultuur. Er kan zoveel en zo snel worden geconsumeerd. Zo zie je waarom ik het belangrijk vind om telkens terug te keren naar Ittre. Ik ga er trouwens de laatste maanden meer en meer naartoe om te werken. Mijn ouders wonen nu ook meer in Brussel. Isolement is heel aangenaam. Muziek, en kunst in het algemeen, hielp de mens vroeger zijn leed vergeten. Het was een noodzaak, misschien is er nu te veel luxe waardoor we onze fragiliteit niet meer erkennen en beleven. Zolang we niet ziek zijn, wanen we ons onsterfelijk. Maar kunst brengt je nauwer bij diepe gevoelens als de dood, het geluk, de blijheid of zelfs de jaloezie. Ik ben nu bijvoorbeeld De Kreutzer- sonate van Leo Tolstoj aan het lezen, die gaat daarover, omdat ik de gelijknamige sonate van Beethoven voorbereid. Daarin gaat het dus ook om onze zwakheden. Dat is pakkend. Volgens mij hebben we de cultuur dus echt nodig. Voor mij moet kunst nog altijd artisanaal én virtuoos zijn. Daardoor graaf je ook dieper in jezelf als je iets maakt of uitvoert. Je kunt niet aan kunst doen zonder een verfijnde techniek, anders maak je er een rommeltje van. Voor mij moet de kunst ook niet zijn tijd weerspiegelen en ik denk dat we teruggaan naar een meer artisanale stijl. De plek waar je speelt, is heel belangrijk. De zaal van het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel is zo'n bijzondere plek. Die ken ik al van toen ik klein was, ik droomde ervan er ooit te kunnen spelen. Die zaal is ook verbonden aan de Koningin Elisabethwedstrijd, die ik als kind op de televisie volgde. Het is een legendarische zaal en ook een van de mooiste. Maar elke concertzaal straalt wel iets uit, de een heeft een meer positieve uitstraling dan de ander. Ik ben ook gevoelig voor de architectuur en in sommige zalen voel je je niet zo goed. Zo is de Flageyzaal ook zeer goed, maar toch mis ik er iets. Het Concertgebouw in Brugge heeft een excellente akoestiek, maar heeft een eerder koude sfeer. Natuurlijk spelen mijn Italiaanse wortels een rol. Mijn vader is trouwens afkomstig uit Venetië. Ik heb een paar concerten gegeven in kleine Italiaanse zalen, in kleine steden in de Abruzzen en de Marche. Fantastische zalen. Op straat zie je onopvallende en soms vervallen gebouwen en binnen word je overweldigd door kleine, intieme Italiaanse theaters, soms voor niet meer dan tweehonderd toeschouwers ! Die eeuwenoude zalen zijn magisch mooi. Zo'n theatertje dwingt me steeds om weer na te denken over mijn haat-liefdeverhouding met Italië. Het land heeft een superpatrimonium, maar het cultuurleven brandt er soms op een heel laag pitje, zeker als je de grote steden verlaat. Buiten wat opera valt er amper iets van concerten te beleven. In Duitsland bijvoorbeeld leeft de klassieke muziek, zelfs de slager luistert er naar klassiek. In Rusland is het een soort godsdienst. In Italië vind je amper een klassieke radiozender. We zouden bijna vergeten dat de Italianen zo'n muziekcultuur hebben gehad. Natuurlijk. Ik ben bijvoorbeeld gek op valschermspringen en leg nu ook examens af voor mijn brevet van vliegtuigpiloot. Ik zou me ooit graag met mijn eigen vliegtuigje verplaatsen, maar dat vergt wat tijd en kost natuurlijk veel. Maar het is mijn droom. Alles wat vliegt, vind ik leuk, ook zweefvliegtuigen. Het gaat ook om het nemen van risico's. Zonder gek te doen en mits alles goed te beheersen is dat heel spannend. Het vliegen is ook op zich heerlijk. Het is een genot om boven het land te vliegen. Ik doe dat trouwens vaak in de omgeving van Ittre. Beiden waarschijnlijk, maar ik denk toch vrij rationeel te zijn. Ik zoek snel mijn evenwicht, maar laat wel de mogelijkheid open om spontaan te reageren en dat is dan intuïtief. Ik werd vrij rationeel opgevoed. Mijn muzikale opvoeding was niet bedoeld om kunstenaar te worden, maar om mijn geest te ontwikkelen. Dat heeft dus meer met ratio te maken. Daarna begon ik rechten te studeren. Op een bepaald moment ben ik gestopt en trok ik naar Wenen. Die stap betekende eigenlijk een breuk, het was een keuze voor het spontane gevoel. Dat vliegen is dan weer vrij rationeel. Ik investeer ook graag in iets met een doel. Ik wil bijvoorbeeld een bepaald niveau bereiken in de vliegkunst. Ik leer graag bij en wil in niets een amateur zijn. Maar soms reageer ik heel intuïtief : wat me niet boeit, stop ik. Door Piet Swimberghe"Misschien is er nu te veel luxe en erkennen we onze fragiliteit niet meer. Zolang we niet ziek zijn, wanen we ons onsterfelijk"