Bij Jacobsen denk je meteen aan de vlinderstoel en bij Kjaerholm aan de PK22, de felbegeerde metalen zit die je in trendy interieurs ziet. Nu ook het zitmeubilair van Hans Wegner weer helemaal in is, kan Finn Juhl niet achterblijven. Zelfs zijn tijdgenoten beschouwden hem als hun creatieve vader. Dit jaar krijgt hij extra aandacht omdat hij een eeuw geleden werd geboren. Aan Finn Juhl (1912-'89) worden tentoonstellingen in Brussel, Gent en Ordrupgaard (Denemarken) gewijd. En er komen heruitgaven van zijn ontwerpen. Zijn vrij organisch gevormde zitjes passen uiteraard best bij de actuele interieurstijl. Maar eerst duiken we zijn leven in om zijn oeuvre te situeren.
...

Bij Jacobsen denk je meteen aan de vlinderstoel en bij Kjaerholm aan de PK22, de felbegeerde metalen zit die je in trendy interieurs ziet. Nu ook het zitmeubilair van Hans Wegner weer helemaal in is, kan Finn Juhl niet achterblijven. Zelfs zijn tijdgenoten beschouwden hem als hun creatieve vader. Dit jaar krijgt hij extra aandacht omdat hij een eeuw geleden werd geboren. Aan Finn Juhl (1912-'89) worden tentoonstellingen in Brussel, Gent en Ordrupgaard (Denemarken) gewijd. En er komen heruitgaven van zijn ontwerpen. Zijn vrij organisch gevormde zitjes passen uiteraard best bij de actuele interieurstijl. Maar eerst duiken we zijn leven in om zijn oeuvre te situeren. Finn Juhl verloor zijn moeder toen hij amper drie was. Samen met zijn oudere broer groeide hij op bij zijn autoritaire vader in Frederiksbergen. Die vader zat wel in de interieurbranche als stoffenkoopman, maar dat speelde niet echt een rol in Finns loopbaan. De jonge Juhl was helemaal weg van de klassieke oudheid en droomde ervan om kunsthistoricus te worden, maar zijn vader verplichtte hem om architectuur te studeren. Destijds duurde die studie niet zo lang als tegenwoordig en op 22-jarige leeftijd vond hij al een baan bij architect Vilhelm Lauritzen, die net als zijn leermeester Kay Fisker dweepte met de Bauhausarchitectuur. In tegenstelling tot we zouden denken, brak de moderne architectuur in Denemarken veel later door dan bij ons, met een verschil van vijftien tot twintig jaar zelfs. Tot in de jaren dertig dweepten de meeste interieurontwerpers en architecten in Denemarken met het classicisme. De vooruitstrevende Zweden kozen veel sneller voor modern. De Denen bleven verknocht aan de Gustaviaanse decors. Maar net toen Finn Juhl begon, brak het modernisme wel door en maakte ook zijn leermeester Lauritzen de overstap. Dat was dus een sleutelmoment. Finn Juhl debuteerde als meubelontwerper op een lokale beurs in 1937. Zijn moderne ontwerpen staken fel af tegen het traditionele meubilair van de andere deelnemers. Die confrontatie was typerend voor de jaren dertig, omdat toen de industrieel vervaardigde meubelen doorbraken en voor een zware concurrentie zorgden voor de kleinere, artisanale ateliers. Die strijd werd in heel Europa en in de States uitgevochten tussen 1930 en 1940. Maar het onconventionele design van Finn Juhl sloeg aan en hij vond al snel producenten, zoals de firma's Bovirke en France & Son. Later werkte hij ook voor de Amerikaanse firma Baker Furniture. Zijn meubilair werd eind jaren veertig, begin jaren vijftig op vrij grote schaal gemaakt en internationaal verspreid. De jonge Finn Juhl ontpopte zich meer als interieurman dan als architect. Zijn parcours lijkt wel wat op dat van onze Belgische ontwerper Jules Wabbes die zijn carrière ongeveer gelijktijdig startte. In 1942 bouwde Juhl zijn eigen woning in Ordrupgaard, die trouwens nog altijd bezocht kan worden. Daarin leefde hij zich voor het eerst uit als interieurontwerper. Hij raakte ervan overtuigd dat meubelen meer zijn dan losse objecten en ook daadwerkelijk deel uitmaken van de architecturale ruimte. In 1945 richtte Finn Juhl zijn eigen ontwerpstudio op en een jaar later kreeg hij zijn eerste grote opdracht : het ontwerpen van het winkelinterieur van de Deense porseleinmanufactuur Bing & Grøndahl in Kopenhagen. Hij ontwierp toen ook enkele huizen, gaf les aan de school voor interieurarchitecten in Frederiksberg en maakte naam als meubelontwerper. In 1952 mocht hij voor het eerst een volledige woning ontwerpen, de Villa Aubertin in Nakskov. Hij tekende alles zelf, van de zitjes tot de keuken. In de jaren vijftig had Finn Juhl een internationale reputatie. Vanaf die tijd werden zijn meubelen in de States geproduceerd door Baker Furniture, en kreeg hij een buitengewone ontwerpopdracht : een deel van het interieur van het hoofdkwartier van de Verenigde Naties in New York. Dat resulteerde in een van de belangrijkste ontmoetingen van zijn leven. Hij raakte bevriend met Edgar Kaufmann, die warenhuizen bezat en als architectuurhistoricus doceerde, een combinatie die alleen in de States mogelijk is. Voor de vader van Kaufmann bouwde Frank Lloyd Wright trouwens het beroemdste huis van de vorige eeuw : het boven een rots hangende landhuis Fallingwater. Edgar, zelf oud-student van Wright, erfde de villa en heeft er Finn Juhl vele malen ontvangen. Zoon Kaufmann was een gerespecteerde cultuurhistoricus aan de Columbia University en werd directeur van de afdeling industrieel design van het Museum of Modern Art in New York. Hij droomde van design dat voor iedereen bereikbaar is. Via zijn warenhuizen verkocht hij veel Deens design. Hij organiseerde ook enkele grote designtentoonstellingen. Door zijn inspanningen werd Deens design een hype in de States en wat later ook bij ons. Omstreeks 1960 droomden ook hier veel kunstenaars en architecten van Scandinavische huizen en interieurs. Tussendoor oogstte Finn Juhl enorme successen op de beroemde Milanese Designtriënnales (1954 en '57). In 1956 mocht hij voor de Zweedse luchtvaartmaatschappij SAS alle kantoorinterieurs in Europa en Azië vormgeven. Net als Wabbes ontwierp hij interieurs van vliegtuigen. Beiden waren tuk op natuurlijke materialen als leer en hout, en hielden van interieurs met kale, bijna minimalistische wanden, zonder decoratie. Finn Juhl beweerde dat zijn kantoren op zich kunstwerken waren en liet ze daarom 's nachts krachtig belichten, zodat je ze, door de grote glazen vensters, van ver kon bewonderen. Zo leverde hij zijn versie van de moderne Amerikaanse kantoorstijl. Finn Juhl beleefde het hoogtepunt van zijn carrière in de jaren vijftig, even voor de grote internationale doorbraak van het Deense design. Daarom wordt hij als een vaderfiguur beschouwd. In de jaren zestig kreeg hij minder opdrachten, maar ontwierp wel nog veel meubelen, waarvan er een deel nooit in productie kwam. Hij bouwde nog verscheidene belangrijke tentoonstellingen voor de Deense Society of Arts and Crafts, in 1969 zelfs in Brussel. Maar tegen 1970 verzwakte de belangstelling voor de Scandinavische vormgeving en Finn Juhl raakte in de vergeethoek, zoals veel van zijn generatiegenoten. Tot hij in de jaren negentig werd herontdekt door vintage-experts in Europa en de States. Bovendien liet zijn weduwe na haar overlijden in 2003 alle rechten voor de productie van zijn meubelen na aan de Deense firma Onecollection, die intussen veel stukken opnieuw produceert. Toen Finn Juhl zijn eerste ontwerpen presenteerde, zagen die er onconventioneel uit. Maar dat was natuurlijk een andere tijd. Vergeleken met wat Arne Jacobsen en Verner Panton later toonden, oogde zijn meubilair minder spectaculair. Jacobsen en Panton experimenteerden met nieuwe vormen en technieken en waren echt trendy. Finn Juhl, Hans Wegner en Borge Mogensen zwoeren bij een minder opvallende stijl en vrij klassieke assemblagetechnieken. Hun meubelen zijn prachtig afgewerkt. De Deense meubelmakerij was en is dan ook van een onovertroffen niveau. Finn Juhl ontwierp meubelen als een beeldhouwer, zoals zijn tijdgenoten Harry Bertoia, George Nakashima en Isamu Noguchi. Zijn meubelen lijken een beetje op de beelden van Henry Moore en Jean Arp. De vroege ontwerpen van eind jaren veertig ogen vrij robuust. Het houten skelet van de stoelen is fijn, elegant en oersterk. Juhl inspireerde zich bovendien op Egyptisch meubilair, want hij bleef zijn hele leven lang gefascineerd door de oudheidkunde en kunstgeschiedenis. Om de honderdste geboortedag te vieren kun je in Brussel en Gent meubelen van Finn Juhl bekijken in drie tentoonstellingen. Vooreerst exposeren de Brusselse designzaak Ligne (Koninginnegalerij 14) en de Gentse designwinkel Surplus (Zwartezustersstraat 9) het volledige gamma van Onecollection, met zetels, stoelen, tafels en lampen van Finn Juhl. Deze expo's lopen vanaf 30 maart tot eind april. In Gent kun je ook een tentoonstelling zien van vintage meubilair van Finn Juhl, in galerie N'importe Quoi (Burgstraat 11). Naast authentieke stukken van Juhl zijn er ook meubelen van de Deense tijdgenoten te zien. Die expo loopt nog 15 april. Wie meer wil zien, kan een bezoek brengen aan het huis van Finn Juhl in Ordrupgaard, nabij Kopenhagen. Dat is het hele jaar te bezichtigen, het maakt deel uit van een uitzonderlijk museumcomplex. Info : www.ordrupgaard.dk www.onecollection.com www.nimportequoi.eu www.ligne.be www.surplusinterieur.beDOOR PIET SWIMBERGHEZijn vroege ontwerpen ogen vrij robuust, maar het houten skelet van zijn stoelen is fijn, elegant en oersterk De interieuropdracht voor het hoofdkwartier van de Verenigde Naties in New York was een buitenkans