In Italië kwam de industrialisatie laat op gang. Pas na de eenwording van het land in de tweede helft van de negentiende eeuw verspreidde ze zich geleidelijk van het noorden naar het zuiden, met onderbrekingen door de twee wereldconflicten. Na de Tweede Wereldoorlog moest het vernederde en versufte Italië beginnen aan de heropbouw. Met de steun van de Verenigde Staten en het Marshallplan kreeg de zieltogende economie vanaf 1948 opnieuw zuurstof. Een sterke meubelindustrie ontwi...

In Italië kwam de industrialisatie laat op gang. Pas na de eenwording van het land in de tweede helft van de negentiende eeuw verspreidde ze zich geleidelijk van het noorden naar het zuiden, met onderbrekingen door de twee wereldconflicten. Na de Tweede Wereldoorlog moest het vernederde en versufte Italië beginnen aan de heropbouw. Met de steun van de Verenigde Staten en het Marshallplan kreeg de zieltogende economie vanaf 1948 opnieuw zuurstof. Een sterke meubelindustrie ontwikkelde zich in de heuvels van Brianza, niet ver van Milaan. Ze zou al snel een internationale referentie worden. Het hernieuwde vertrouwen in de nationale bedrijven en de opkomst van nieuwe materialen zorgden voor een vlotte transformatie van een ambachtelijke naar een industriële productie en leidde tot het ontstaan van het internationaal befaamde made in Italy-label. Eenvoudige artisanale ateliers met een handvol werknemers groeiden uit tot machtige merkondernemingen. Dat was deels mogelijk doordat het familiebedrijven waren. La famiglia betekent in Italië een reële meerwaarde, gebaseerd op respect voor tradities en vakkennis. Dat maakte de opkomst mogelijk van echte designdynastieën. In de loop der jaren bouwden deze meubelbedrijven een sterke reputatie op, zoals dat ook gebeurde in andere, typisch Italiaanse domeinen, zoals de mode, met klinkende namen als Armani, Ferragamo, Marni of Cerruti. Men zou kunnen verwachten dat met de evolutie van carrièremanagement en van de familiale modellen het concept 'familie' aan belang zou inboeten. Niet zo in Italië, waar de famiglia een beslissende factor blijft. Zo is het vandaag de beurt aan de kinderen van de derde of zelfs de vierde generatie om hun plaats in de bedrijven in te nemen. Zonen en neven - meer recentelijk ook dochters en nichten - worden al zeer vroeg betrokken bij de familiezaak, zodat ze op tijd vertrouwd geraken met het reilen en zeilen van de onderneming. Dat neemt niet weg dat ze doorgaans hun carrière beginnen onderaan de ladder, waar ze zich moeten bewijzen en langzaam opklimmen binnen de organisatie voordat ze een verantwoordelijke positie krijgen. Vaak hebben ze dan ook al internationale ervaring opgedaan, wat soms ontbrak bij de oudere generatie. Het brengt een jeugdige kijk op de zaak en een grote openheid naar de wereld, zonder dat ze het DNA van het bedrijf waarin ze zijn opgegroeid uit het oog verliezen. DOOR MATHIEU NGYEN