"Alle grote ruzies gaan over een van de drie g's: geld, godsdienst en gat." Met deze bondige uitspraak vatte mijn grootvader destijds de wereldproblematiek op eenvoudige wijze samen. Ik vond het een overzichtelijke gedachte. Soms kan klasseren toch kalmeren. Mijn grootvader had twee oorlogen meegemaakt, ik denk dat hij daarom weleens nadacht over hoe woede kan woekeren en verwoesten. Halverwege de jaren zeventig ging hij heen. Als we later zijn graf bezochten, vond ik het vreemd dat hij bij de oud-strijders lag. Hij was geen strijdende man, eerder een peinzend type. Of misschien moet ik hem verbindend noemen, een woord dat je tegenwoordig vaak hoort in praatshows.
...