"Alle grote ruzies gaan over een van de drie g's: geld, godsdienst en gat." Met deze bondige uitspraak vatte mijn grootvader destijds de wereldproblematiek op eenvoudige wijze samen. Ik vond het een overzichtelijke gedachte. Soms kan klasseren toch kalmeren. Mijn grootvader had twee oorlogen meegemaakt, ik denk dat hij daarom weleens nadacht over hoe woede kan woekeren en verwoesten. Halverwege de jaren zeventig ging hij heen. Als we later zijn graf bezochten, vond ik het vreemd dat hij bij de oud-strijders lag. Hij was geen strijdende man, eerder een peinzend type. Of misschien moet ik hem verbindend noemen, een woord dat je tegenwoordig vaak hoort in praatshows.
...

"Alle grote ruzies gaan over een van de drie g's: geld, godsdienst en gat." Met deze bondige uitspraak vatte mijn grootvader destijds de wereldproblematiek op eenvoudige wijze samen. Ik vond het een overzichtelijke gedachte. Soms kan klasseren toch kalmeren. Mijn grootvader had twee oorlogen meegemaakt, ik denk dat hij daarom weleens nadacht over hoe woede kan woekeren en verwoesten. Halverwege de jaren zeventig ging hij heen. Als we later zijn graf bezochten, vond ik het vreemd dat hij bij de oud-strijders lag. Hij was geen strijdende man, eerder een peinzend type. Of misschien moet ik hem verbindend noemen, een woord dat je tegenwoordig vaak hoort in praatshows. Verbinden is in de mode, nu God bijna het land uit is. Maar Serge Ornelis, de conflictcoach uit het interview op pagina 20, vindt dat je toch af en toe gerust uit je slof mag schieten. "Ruziemaken mag, moet zelfs", zegt hij. "Je wordt er een beter mens van." De man doet een paar opmerkelijke uitspraken in het artikel. Ik kijk ervan op, omdat ik al ruim twintig jaar met hem getrouwd ben. Ik zou ons huwelijk ruwweg in twee helften kunnen verdelen: een deel zonder ruzie, een deel mét. Dat komt omdat mijn man vroeger van het conflict- vermijdende type was. Daarover zegt hij in het boek: "Mijn ouders scheidden toen ik vijf was. Mijn vader zei toen: 'Het is met een koppel als met een gebroken kop. Je kunt er nog wel uit drinken, maar de chocolademelk zal nooit meer zo lekker smaken.'" Die dag leerde hij dat ruzie onherstelbare schade aanricht. Sindsdien vermeed hij elk conflict. Talloze frustraties slikte hij in, talloze vriendschappen liet hij wegkwijnen en ik stond geregeld te roepen tegen een zoutpilaar. Terwijl ik vind dat je juist ruziemaakt omdát je elkaar graag ziet. Maar zoals andere koppels met de jaren ontdekken dat ze het fijn vinden om te gaan badmintonnen in clubverband of om op zaterdag exotisch te koken, zo zijn wij gaandeweg steeds meer ruzie beginnen te maken. Voor wie nu denkt dat dat onprettig is: dat is het niet. Ik beschouw het als een groot compliment voor mezelf. Het lijkt of de man met wie ik écht getrouwd ben nu pas vanonder de pel komt. En dat heb ik toch maar klaargespeeld, foeterend en wel. De woede - van beide kanten - kan inter- galactische niveaus bereiken, de timing bijzonder ongelukkig uitvallen. Zo gebeurde het een keer bij de ingang van een grote cultuurtempel net voor het theaterstuk zou beginnen. Een vriendin zei later: "Je zag er raar uit. Je muts (een zwarte met fuchsia pompon) stond als een uitroepteken boven je vuurrode hoofd." "Flink kunnen ruziemaken kan een blijk zijn van diep vertrouwen", meent Serge nu. Ons vertrouwen is momenteel zo diep dat de titel van het boek Met slaande deuren uit het leven gegrepen lijkt. Dat hebben we dus goed voor mekaar. Al vraag ik me soms weleens af: waar gaat dit heen? Is er ook een overdosis mogelijk? En komt er een dag waarop je uitgeruzied bent? Onlangs zag ik een filmpje voorbijkomen op sociale media, waarin een ouder koppel op de luchthaven hun volwassen dochter opwachtte. De man had alzheimer. Hij riep een paar keer, totaal buiten de context: " See you later, alligator!" De reporter vroeg de vrouw hoe dat ging, samenleven met een man die je niet meer helemaal kon bereiken. Ze vertelde dat ze liever alleen naar de supermarkt ging, omdat mensen toch raar kijken als de zin over de alligator door de rekken vliegt. Terwijl ze het zei, keek haar man haar liefdevol aan. Toen zei hij ineens: "Ik heb een mooie vrouw." Ze was verrast, slikte een paar keer, nam zijn hand. Daarna wisselden ze een blik die me nederig maakte. Leeftijd maakt zacht. Soms. Toen wist ik het. Er bestaat een moment waarop je de ruzie voorbij bent. Om welke reden dan ook. Soms komt dan gewoon de liefde aan de oppervlakte te liggen, een beetje zoals hars op een naaldboom die al wat jaren op de teller heeft.