Een derde van alle Belgen heeft een onweerstaanbare behoefte aan een dagelijkse dosis nicotine. Twee van de vier rokers zullen nooit stoppen. Eén op vier wil minder roken, één op vier heeft op een dag genoeg van de sigaret. Stoppen is in elk geval zinvol.
...

Een derde van alle Belgen heeft een onweerstaanbare behoefte aan een dagelijkse dosis nicotine. Twee van de vier rokers zullen nooit stoppen. Eén op vier wil minder roken, één op vier heeft op een dag genoeg van de sigaret. Stoppen is in elk geval zinvol.Marianne Meire Illustratie : Sandra Schrevens Motivatie is de belangrijkste factor voor de roker die wil stoppen. Samen met een goede voorbereiding en met wilskracht bepaalt dat zijn slaagkans. Een paar keer hervallen is geen schande. De meeste stoppers moeten het hele stopproces verschillende keren doormaken eer ze nooit meer roken. Dit proces is voor iedereen hetzelfde. Doorsneerokers kunnen jarenlang tevreden zijn met hun gedrag en nooit denken aan ophouden. Ze zien meer voor- dan nadelen, sigaretten zijn lekker en werken ontspannend, over schade aan hun gezondheid tobben deze mensen niet en reacties van de omgeving laten hen onverschillig. Toch beginnen veel rokers op een dag over hun gewoonte na te denken. Soms nadat ze verontrustende informatie hebben gekregen, of na signalen van bijvoorbeeld de kinderen of een nieuwe vriend of vriendin. Of omdat ze lichamelijke ongemakken ondervinden en ook de huisarts over opgeven begint. Sommige rokers vinden het absurd dat anderen hen op de gevaren voor hun gezondheid wijzen. De meesten voelen echter wel iets voor dit argument. Marleen Lambert van het Koördinatiekomitee Algemene Tabakspreventie is pas terug van een Europees congres in Finland. Daar werd nog maar eens duidelijk dat het altijd zinvol is om het roken te laten, zelfs na een kwarteeuw tabakswalm. Marleen Lambert : ?Ook al rookte je 25 jaar lang elke dag een pakje of meer, stoppen heeft zin. Zeker zolang je nog geen levensbedreigende ziekte hebt. Al na een aantal weken ondervind je de positieve korte-termijneffecten : je ademt gemakkelijker, je conditie verbetert. De lange-termijneffecten laten langer op zich wachten. Na 10 tot 15 jaar verdwijnen alle gezondheidsbedreigende effecten. De risico's op hart- en vaataandoeningen en op kanker, die je als roker in je lichaam opbouwde, worden dan weer dezelfde als bij iemand die nooit heeft gerookt. Stoppen bevordert altijd je gezondheid. Beweren dat het op een bepaald ogenblik toch te laat is om er een punt achter te zetten, slaat dus nergens op.? Ook huisarts Kristien Piette bevestigt dat : ?Vroeger werd gedacht dat enkel de hoeveelheid sigaretten je risico op ziekte evenredig deed toenemen. Vandaag weten we dat ook het aantal jaren meespeelt. Eén pakje per dag gedurende 40 jaar is 8 keer erger dan 2 pakjes per dag gedurende 20 jaar.? Een roker die niet langer zin heeft in kringetjes blazen, moet twee verslavingen overwinnen. Enerzijds de lichamelijke afhankelijkheid van de nicotine in sigaretten, anderzijds de psychologische afhankelijkheid van het rookritueel, de rookgewoonte zelf. De farmacologische aspecten van nicotine maken de roker lichamelijk verslaafd en scheppen de dagelijkse behoefte aan een bepaalde dosis nicotine waarzonder hij zich niet goed kan voelen. Wordt die dosis niet bereikt, dan krijgt de roker ontwenningsverschijnselen. Tabak is dus een drug. Elke beginnende roker drijft zijn dagelijks aantal sigaretten op tot hij zijn persoonlijk niveau heeft bereikt. Voor de ene roker zijn dat tien sigaretten per dag, voor de andere 40. Niet alle rokers zijn dus even nicotineverslaafd. Er bestaat een methode, de Fagerströmtest, om uit te maken of er sprake is van echte nicotineafhankelijkheid of eerder van een slechte gewoonte met slechts lichte lichamelijke afhankelijkheid. Deze test bestaat uit zes vragen waarmee de roker punten kan halen. Hoe hoger de score, hoe erger de afhankelijkheid. Zo krijgt bijvoorbeeld iemand die al binnen vijf minuten na het ontwaken naar een sigaret grijpt, meer punten dan de roker die wacht tot na de lunch. Hoe groter de lichamelijke verslaving, hoe moeilijker om af te kicken. Roken is ook nog op een andere manier verslavend. Bij roken hoort allerlei gedrag waardoor sigaretten letterlijk een deel van het leven worden. Een tweede natuur. De gewone dagelijkse bezigheden zoals telefoneren, autorijden, koffiedrinken, nieuwskijken, lunchpauzes, worden altijd gecombineerd met roken. Rokers roken bovendien met een doel : sigaretten hebben een ontspannende werking. In allerhande situaties lijkt de sigaret daardoor onmisbaar. Roken wordt opvallend vaak gebruikt om een vervelende situatie draagbaar te maken. Ook dit jaren oude gedrag moet worden afgebouwd. Niet-rokers die dit niet begrijpen, kunnen zich misschien eens afvragen of ze van de ene ochtend op de andere hun kopje koffie zouden willen missen. Aspirant-stoppers hebben wel eens de neiging de nadruk op hun nicotineafhankelijkheid te leggen. Zij zien het belang van het afbouwen van de rookgewoonte over het hoofd. Ze verwachten alle heil van middeltjes die ontwenningsverschijnselen verzachten, maar weten zich geen raad met hun psychologische afhankelijkheid op moeilijke momenten. Dat de meeste stoppers het hele proces van bezinning en voorbereiding, stoppen en vervolgens gestopt blijven een aantal keren doorlopen, betekent dat velen één tot meerdere malen hervallen. Meestal in probleemsituaties : periodes van stress, bij tegenslag, of ook nog onder druk van de omgeving. Daarom is het noodzakelijk dat een roker voor hij stopt zijn dagelijkse rookrituelen doorgrondt. In welke situaties heeft hij het meeste nood aan een sigaret ? Welke gevoelens lokken de drang uit om te roken ? Dat maakt deel uit van de voorbereiding van de rookstop. Een roker die van zijn slechte gewoonte af wil, weet beter vooraf wat hij met nervositeit zal aanvangen tijdens het eerste telefoongesprek zonder sigaret of de eerste stresserende situatie op het werk. Marleen Lambert : ?Wie op beide fronten werkt, heeft de meeste kans op slagen. Om de nicotineverslaving af te bouwen, zijn er heel wat middeltjes en methodes, de ene al doeltreffender dan de andere. En ook voor de psychologische afhankelijkheid bestaan er verschillende soorten begeleiding : handboeken en folders, groepstherapie in een cursus stoppen met roken, individuele therapie bij de huisarts, steun van de informele omgeving, of de kameraadschap van een partner, collega of vriend die ook stopt en waarmee je een soort pact kunt sluiten.? Hervallen betekent helemaal niet dat de roker niet in staat is om te stoppen. Wie inziet waarom hij deze keer niet gelukt is, kan bij een nieuwe stoppoging de moeilijke situaties voorzien en ze beter het hoofd bieden. Marleen Lambert : ?Het beste ogenblik om het succes van een rookstop te evalueren, is na een jaar niet-roken. Een ex-roker is echter niet hetzelfde als een niet-roker. Ook mensen die al jarenlang gestopt zijn, maken ogenblikken mee waarop niet-roken moeilijk is. Maar hoe langer het geleden is dat de laatste sigaret gerookt is, hoe minder die moeilijke momenten voorkomen. De ex-roker wordt sterker. Hervalt hij toch, dan zal die sigaret niet eens smaken. Iemand die stopt, heeft al na enkele weken geen gifstoffen meer in zijn lichaam. De effecten van een sigaret zijn dan dezelfde als de allereerste die je ooit rookte. De nicotine veroorzaakt duizeligheid, hoofdpijn, misselijkheid.? De beste methode om te stoppen, is natuurlijk om er nooit mee te beginnen. Anno 1995 zegt 56 % van alle Belgen nooit een sigaret te hebben aangeraakt. Waarom rookt de ene wel, en de andere niet ? Marleen Lambert : ?Zowel omgevingsfactoren als persoonlijkheid spelen mee. De meeste rokers beginnen tijdens de adolescentie, nog voor hun achttiende. Tot tien, elf jaar vinden kinderen sigaretten vies. Maar dan komt een scharnierleeftijd die samenvalt met de puberteit. Roken wordt aantrekkelijk want volwassenen doen het. De tabaksreclame toont stoere mannen en knappe vrouwen, gezelligheid, roken wordt geassocieerd met amusement, sport, muziek. Jongeren volgen het voorbeeld van hun ouders, jeugdleiders, leraren, muziek- en filmidolen. Het aantal jonge rokers neemt opnieuw toe. En de eerste sigaret wordt steeds vroeger gerookt (11 jaar). Uit nieuwsgierigheid, onder sociale druk, door imitatie, uit tegendraadsheid eigen aan de leeftijd. Wie een sterke persoonlijkheid heeft met een positief zelfbeeld, zal minder snel de behoefte hebben om naar zoiets als sigaretten te grijpen om erbij te horen. Maar het is moeilijk om aan een tiener duidelijk te maken dat hij over dertig jaar een prijs zal moeten betalen voor zijn rookgedrag vandaag.? De Verbruikersunie onderzocht de methodes en hulpmiddelen om te stoppen met roken. Een wondermiddel bestaat niet. Wat vrij moeiteloos helpt voor de ene roker, is een hel voor een andere. De meeste rokers (80 %) stoppen cold turkey : ze doen het van de ene dag op de andere, en alleen. Dit is het belangrijkste bewijs dat niet het gebruikte hulpmiddel maar de motivatie van de stopper doorslaggevend is. Een vijfde van de aspirant-stoppers heeft wel nood aan een hulpmiddel en/of begeleiding. Waar kunnen ze terecht ? Psychotherapie en cursussen, in groep of individueel, bieden serieuze hulp. Sommige therapieën pakken vooral het rokersgedrag aan, andere werken op motivatie en wilskracht. De cursussen scherpen de motivatie ook door de ondersteunende werking van groepsdynamiek. Het psychologisch besef dat ze er niet alleen voorstaan, blijkt heel belangrijk voor stoppers. Daarom kunnen ook onschuldige alternatieve benaderingen zoals acupunctuur of hypnotherapie nuttig zijn, als ze tenminste worden verstrekt door een erkende arts-therapeut. Op korte termijn zou acupunctuur zelfs de ontwenningsverschijnselen helpen onderdrukken. Er bestaan ook homeopathische middeltjes die nare bijverschijnselen zouden tegengaan. Hun effect is waarschijnlijk ook van psychologische aard. Het grote werk blijft nog altijd voor rekening van de stopper. Hetzelfde geldt voor placebomiddeltjes en voor allerlei tabletten met hoofdzakelijk plantaardige bestanddelen waarvan het rechtstreekse effect op het roken twijfelachtig is, maar waar opnieuw het gevoel primeert het niet alleen te moeten doen. Het is bewezen dat stoppers die met placebo worden behandeld, beter slagen dan stoppers die het zonder enige steun proberen. Maar rokers die er de brui aan willen geven, zijn vaak gemakkelijke slachtoffers van verkopers van de meest zinloze nepproducten. Luk Joossens van het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties waarschuwt voor een plaag van charlatans die er zelfs niet voor terugschrikken om namen te gebruiken die doen denken aan die van het Koördinatiekomitee Algemene Tabakspreventie. Luk Joossens : ?Zij adverteren in folders en tijdschriften en beloven de roker snel, efficiënt, 100 % natuurlijk en probleemloos te helpen met stoppen. Dat alleen al wekt achterdocht. De producten kosten tussen 5000 en 50.000 fr. maar ze zijn niets waard. We kunnen niet genoeg vragen om absoluut niet op deze voorstellen in te gaan.? Middeltjes die op het roken zelf inwerken, kunnen we ook niet ernstig nemen. Producten die op de filter worden aangebracht en sigarettenpijpjes hebben allemaal hetzelfde doel : zorgen dat de roker minder nicotine en teer binnenkrijgt. Maar ze doen de behoefte aan sigaretten niet afnemen en ze veranderen ook niets aan de rookgewoonte. Wie hierin een methode ziet om te stoppen, komt bedrogen uit en zal na een tijdje misschien zelfs meer sigaretten roken of dieper inhaleren om de dagelijkse dosis nicotine binnen te krijgen. Evenmin overtuigend zijn zogenaamde smaakbedervers die de roker moeten aanzetten de sigaret snel weer te doven. Je gaat toch ook niet voor een bord bedorven taartjes zitten om te vermageren ? Veel doeltreffender zijn middelen die helpen om de nicotineverslaving af te bouwen. Dit soort producten wordt naarstig onderzocht door de farmaceutische industrie, want nicotinekauwgom en nicotinepleisters blijken vruchten af te werpen. Kauwgom met kleine dosissen nicotine wordt vrij verkocht in de apotheek. Die met hogere dosissen is alleen op voorschrift te verkrijgen. Niet iedereen vindt dat knabbelen gemakkelijk of aangenaam. De pleisters zijn veel eenvoudiger te gebruiken. Ze worden meestal op de arm geplakt en geven geleidelijk nicotine aan het lichaam af. Welke methode van nicotinesubstitutie de stopper ook gebruikt, er geldt één belangrijk advies : lees aandachtig de bijsluiter en overtreed nooit de maximale dosissen. Wie te gulzig is, krijgt last van nicotinevergiftiging. De symptomen zijn dezelfde als bij iemand die overdrijft met sigaretten. Gebruik nicotinesubstitutie liever onder begeleiding van de huisarts. Zowel kauwgom als pleisters zijn farmacologische producten, je kunt niet blijven kauwen en plakken. Op een dag moet je ook deze vervangmiddeltjes kunnen missen. De arts kan pleisters voorschrijven waarin de hoeveelheid nicotine voortdurend kleiner wordt. Na drie tot zes maanden gebruik je pleisters waar niets meer in zit. Louter lichamelijk heb je ze dan niet meer nodig. Nicotinesubstitie heeft geen enkele zin als een aspirant-stopper niet bereid is om tegelijkertijd zijn rookgedrag af te leren. Een ernstige methode die steeds meer succes heeft, is de Contactpunt-methode. Wie er meer over wil weten, kan terecht bij de huisarts of zich informeren op het nummer (0800) 122.21 van de Rookstoplijn van de Vlaamse Kankerliga. Dit middel is enkel met voorschrift verkrijgbaar. Pleisters zorgen voor een geleidelijke afbouw van de nicotineverslaving, terwijl tegelijkertijd aan de psychologische afhankelijkheid wordt gewerkt. Bij deze methode hoort een rookstopkit met o.m. een cassette, cd, folder, stickers en zelfs een spaarpot. In deze behandeling staat de roker alvast niet alleen : ook zijn arts en zijn omgeving worden bij de ontwenning betrokken. De huisarts is trouwens een belangrijke begeleider van veel aspirant-stoppers : 70 % van de rokers verlangt dat de huisarts het onderwerp roken aansnijdt. Een simpel advies om te stoppen, geeft al een slaagpercentage van 4 tot 5 % na één jaar. Advies met een actieve begeleiding geeft een slaagkans van 18 tot 20 %. De Commissie Gezondheidsvoorlichting en Preventie van de Wetenschappelijke Vereniging der Vlaamse Huisartsen speelt hierop in. Kristien Piette : ?Huisartsen zien jaarlijks 60 tot 70 % van de patiëntenpopulatie. We weten dat rokers meer consulteren dan niet-rokers. De huisarts kan stoppen ter sprake brengen, maar vooral helpen om barrières tegen stoppen op te ruimen. Veel rokers geloven niet dat het een haalbare kaart is. Ook dat gebrek aan motivatie kan de huisarts helpen ombuigen. Hij kan argumenten aanbrengen, en daar zijn er meer dan genoeg van.?