Te oordelen naar zijn boek is Gregory David Roberts een gangster van het zuiverste water, en zo ziet hij er ook uit. Een afgetraind lijf in een duur pak, dikke kettingen op zijn blote bast, een met diamanten bezette salamander aan zijn broeksband, een zelfverzekerde stalen handdruk, een brede porseleinen glimlach, en de trefzekere gebaren van een kungfuvechter . Zijn Shantaram is een klepper van bijna duizend bladzijden dik. Een epische roman die zich afspeelt in de krioelende onderbuik van Bombay. Een pageturner zoals dat heet, met cliffhangers die de lezer meeslepen in duizelingwekkende en bloedstollende acties, zeer visueel beschreven en ondersteund door sprankelende, levensechte dialogen. Mensen die Bombay kennen, zeggen dat dit hét boek is om die stad te doorgronden, tot en met de corrupte maffia en de gore sloppenwijken. Soms doet Shantaram, de held, denken aan Robin Hood die de rijken besteelt en de buit verdeelt onder de armen. Andere passages lijken weggeplukt uit tekenfilms of uit stripverhalen met tekstballonnen. Maar er valt ook niet naast te kijken dat het soms nogal melig wordt - zijn liefde voor Karla bijvoorbeeld lijkt hoofdzakelijk te bestaan uit stroop. En af en toe wordt het ronduit saai door filosofische traktaten die niet zelden het gehalte hebben van "Als-we-geld-genoeg-hebben-om-mensen-naar-de-maan-te-sturen,-waarom-slagen-we-er-dan-niet-in-de-honger-uit-de-wereld-te-bannen ?"

Ondanks deze mankementen - of dankzij ? - is er bijna gevochten voor de filmrechten. Russell Crowe wilde ze maar al te graag, maar Johnny Depp, Pirate of the Caribbean, kaapte ze voor zijn neus weg. Het ís ook een smeuïg en spannend verhaal. Briljante student, wordt na een echtscheiding heroïnejunkie, gewapende overvaller, drugs- en documentensmokkelaar, raakt betrokken in de oorlog in Afghanistan en hij ontsnapt twee keer op spectaculaire wijze uit zwaarbewaakte gevangenissen. Zo gaat dat maar door. En heel binnenkort trouwt hij met een prinses uit Zwitserland. Wablief ? ! Hebben ze daar tegenwoordig prinsessen ? Warempel, prinses Françoise Sturdza van Zwitserland bestaat. En niet alleen op Google, ook in vlees en bloed. Françoise, van oorsprong Française, ex van de Roemeense prins Eric, afstammeling van de dynastie van Hohenzollern, zit aan Roberts' zijde tijdens ons gesprek en voegt er een enkele keer iets aan toe. Bijvoorbeeld hoe de familie van haar ex verhuisde van Roemenië naar Noorwegen en Frankrijk, om uiteindelijk te belanden in Zwitserland. Maar veel kans om tussenbeide te komen krijgt ze niet, want Roberts is een spraakwaterval en hij heeft het onder meer over Mozes en Dante, de RAF en het IRA, en het verschil tussen Hamas en Hezbollah.

Met permissie : is uw levensverhaal niet wat van het goede te veel om geloofwaardig te zijn ?

Gregory David Roberts : Ik pretendeer niet dat Shantaram mijn memoires zijn. Het verhaal, de personages en de chronologie zijn verzonnen, maar de ervaringen zijn echt, en het zijn de mijne. Ik bén veroordeeld en ontsnapt, ik woonde gedurende jaren in Bombay en ik gebruikte de naam Lin, zoals het hoofdpersonage heet, en men noemde me er Shantaram, man van vrede.

Kent u A million little pieces (In duizend stukjes), van James Frey ? Dat was zogenaamd een autobiografische roman over verslavingen en ontwenning. Het was een bestseller, maar achteraf lag de auteur onder vuur toen bleek dat hij zijn levensverhaal zwaar had overdreven en aangedikt. Maar what the fuck als het niet helemaal waar is ? Honderdduizenden hebben dat boek gelezen en er veel uit geleerd. James Frey is hard aangepakt in de pers, maar mijn uitgevers kunnen zeggen : "Onze man is zo écht dat hij niet eens naar de States mag komen !"

Dat is toch de beste reclame die een schrijver kan dromen ?

Maar het is wáár, het staat allemaal in mijn dossier bij Interpol. Ik reis door Europa, China, Rusland. Maar in Amerika mag ik niet binnen. Door wat ik op mijn kerfstok heb, maak ik geen schijn van kans. Mijn Amerikaanse uitgever en de filmmaatschappij Warner Bros. kunnen op hun kop gaan staan, ik mag er niet in. Ik kon dus niet naar LA om mijn filmcontract te onderhandelen. Nee, ze moesten naar mij komen. In oktober 2004 gaf Johnny Depp me een cheque van twee miljoen Amerikaanse dollar voor de filmrechten van Shantaram.

Dus u bent nu steenrijk ?

Ik ben vooral rijk omdat ik nog leef. Ik heb mijn heroïneverslaving en vele andere gevaren overwonnen. Van de vijftien kerels die deel uitmaakten van mijn bende in Bombay zijn er nog maar twee in leven : één andere en ik. De dertien overigen zijn dood, de meesten kwamen gewelddadig aan hun eind. Maar ik voél me ook rijk omdat ik de mensen die ik liefheb financieel kan onderhouden : mijn moeder en stiefvader, mijn dochter en haar gezin, mijn broer en zijn gezin. En niet te vergeten Françoise, mijn verloofde. Dát is mijn rijkdom, maar daar werk ik me wel voor uit de naad.

Wat doet u dan ?

Ik schrijf filmscenario's, ik houd speeches en lezingen. Ik geef wereldwijd cursussen filosofie. Daarvoor huurt onder meer Richard Branson me in, je weet wel, de man van Virgin Group, Sir Richard. Ik wil er ook altijd bij zijn als er een nieuwe vertaling van Shantaram uitkomt. Ik raak de tel kwijt, maar het zouden er al meer dan dertig zijn. Niet alleen de gangbare talen, maar ook een aantal Indiase : Marathi, Tamil en Hindi. Hoogstwaarschijnlijk komt er ook een versie in het Urdu, de taal van de Indiase literatuur en poëzie. Daar kijk ik erg naar uit.

In uw boek las ik dat u zelf ook Marathi spreekt.

Ik leerde Marathi en Hindi tijdens de eerste jaren dat ik in Bombay woonde. Ik spreek ook Duits, en nu met Françoise leer ik Frans. En omdat we allebei dol zijn op Italië, willen we ook Italiaans leren.

Zoals in een sprookje trouwt de voormalige schurk op het eind van het verhaal met een prinses.

Yes. Mijn leven is raar gelopen. Ik was voorbestemd om universiteitsprofessor te worden, maar ik heb alles verknald. Als achttienjarige was ik een schrijver van kortverhalen in kranten en tijdschriften. Daarna was ik een veelbelovende student filosofie, literatuur en politieke wetenschappen. Als studentenleider organiseerde ik betogingen met duizenden deelnemers tegen de oorlog in Vietnam. Diverse proffen waarschuwden me : vergeet dat politieke gedoe als je iets wilt betekenen in de academische wereld. Kortom : ik had alles mee, de toekomst lachte me toe. Maar op een dag werd mijn vrouw verliefd op een Amerikaan. Ze vertrok met hem en liet onze dochter bij mij achter. Het kind was drie jaar. Iedereen in de stad kende mij als de student met het kleine meisje achter op de motorfiets. In lessen over Wittgenstein en Schopenhauer zat ze naast me te tekenen of met haar knuffels te spelen. Maar na achttien maanden kwam haar moeder terug en eiste haar kind op. Na een lang en keihard proces kreeg ze onze dochter toegewezen, ook al had de moeder ons verlaten voor een andere man. Zo ging dat in de jaren zeventig.

De eerste avond dat mijn dochter weg was, zat ik thuis verdwaasd voor me uit te staren en te overwegen om zelfmoord te plegen toen er een vriend langs kwam. Hij was maatschappelijk werker en occasioneel drugsgebruiker. Hij zei : "Dit zal je helpen." Hij stroopte mijn mouw op en gaf me mijn eerste shot heroïne. De volgende dag belde ik hem op voor een nieuwe dosis, de dag daarop ook. Ik was verslaafd van de eerste dag. Heroïne is ongelooflijk sterk spul. Je hersens zijn dood, je hart is dood, je voelt niks meer. Dat kwam goed uit, maar twee jaar later was ik alles kwijt : mijn huis, mijn motor, mijn auto. Alles viel stil : mijn studie, het schrijven en de politiek. Alles viel weg, ook mijn familie. Ik was een junkie, niets meer of niets minder. Ik zat aan de grond, totaal berooid. Om heroïne te kunnen kopen, begon ik met hold-ups. Nee, ik beroofde geen oude dametjes van hun handtas. Ik deed meteen het echte werk : banken overvallen. Gewapend, want zo had ik het in de film gezien, maar dan met een speelgoedpistool. En ik werd veroordeeld tot 23 jaar gevangenisstraf.

Werd u van slimme student een slimme crimineel ?

Geen slimme, veeleer een wanhopige. Ik had een meesterlijke gangster kunnen zijn. Van de smokkel van valse paspoorten en wapens zou ik heel, heel rijk zijn geworden, als ik het anders had aangepakt. Maar het kon me niets schelen, want ik was een junkie, een verslaafde. Wat ik niet nodig had, gaf ik weg. Als ik na een opdracht terugkeerde naar Bombay, had ik zakken vol geld. Ik gaf bedelaars te eten en kocht er geneesmiddelen mee voor ziekenhuizen in de slums.

Hoeveel jaren was u op het verkeerde pad ?

Ik verloor mijn dochter in 1974 en in '78 ging ik achter de tralies. Na mijn ontsnapping uit de gevangenis was ik in totaal tien jaar op de vlucht. Als smokkelaar reisde ik de wereld rond, tot ik in '90 weer werd opgepakt in Duitsland en er werd opgesloten in Frankfurt Preungesheim, samen met terroristen van de Rote Armee Fraktion. Voor hen, politieke gevangenen, was gevangenschap een onderdeel van hun imago, elke dag in de nor was een bonus. Maar ik, de gewone crimineel, ik wilde weg. Op een bepaald moment zag ik mijn kans schoon om nogmaals te ontsnappen, maar ik besefte dat ik het mijn moeder niet nóg eens mocht aandoen om te vluchten en spoorloos te zijn. Voor háár zou ik weer een vrij man worden. In één minuut werd alles beslist. Ik zou mijn straf uitzitten, ik zou clean blijven en een boek schrijven. Na negentien maanden in die Duitse gevangenis werd ik overgeplaatst naar Australië. Daar bracht ik twee jaar door in eenzame opsluiting en daarna nog eens vier in het gewone regime. In '97 had ik mijn straf uitgezeten. Ik stond met lege handen op de keien, maar ik was vrij en mijn leven kon beginnen.

Gregory David Roberts, Shantaram, Cargo, 989 blz, 25 euro.

Door Griet Schrauwen I Foto Charlie De Keersmaecker