Te oordelen naar zijn boek is Gregory David Roberts een gangster van het zuiverste water, en zo ziet hij er ook uit. Een afgetraind lijf in een duur pak, dikke kettingen op zijn blote bast, een met diamanten bezette salamander aan zijn broeksband, een zelfverzekerde stalen handdruk, een brede porseleinen glimlach, en de trefzekere gebaren van een kungfuvechter . Zijn Shantaram is een klepper van bijna duizend bladzijden dik. Een epische roman die zich afspeelt in de krioelende onderbuik van Bombay. Een pageturner zoals dat heet, met cliffhangers die de lezer meeslepen in duizelingwekkende en bloedstollende acties, zeer visueel beschreven en ondersteund door sprankelende, levensechte dialogen. Mensen die Bombay kennen, zeggen dat dit hét boek is om die stad te doorgronden, tot en met de corrupte maffia en de gore sloppenwijken. Soms doet Shantaram, de held, denken aan Robin Hood die de rijken besteelt en de buit verdeelt onder de armen. Andere passages lijken weggeplukt uit tekenfilms of uit stripverhalen met tekstballonnen. Maar er valt ook niet naast te kijken dat het soms nogal melig wordt - zijn liefde voor Karla bijvoorbeeld lijkt hoofdzakelijk te bestaan uit stroop. En af en toe wordt het ronduit saai door filosofische traktaten die niet zelden het gehalte hebben van "Als-we-geld-genoeg-hebben-om-mensen-naar-de-maan-te-sturen,-waarom-slagen-we-er-dan-niet-in-de-honger-uit-de-wereld-te-bannen ?"
...