Knokke-Zoute is wellicht de enige plek ter wereld waar mensen een bontjas aantrekken om zich in een golfkarretje te verplaatsen. En als je maar genoeg Rolls-Royces en Bentleys ziet voorbijglijden, ben je geneigd te denken dat die hele economische crisis een morbide verzinsel is van doemdenkende Paulen zoals De Grauwe en D'Hoore. Maar goed, dat laatste weekend van januari waren we naar Knokke afgereisd om aan kunst te doen. In de White-Out Studio liep namelijk een tentoonstellingsproject van Jan De Cock over Jacqueline Kennedy Onassis, iets met zes cahier...

Knokke-Zoute is wellicht de enige plek ter wereld waar mensen een bontjas aantrekken om zich in een golfkarretje te verplaatsen. En als je maar genoeg Rolls-Royces en Bentleys ziet voorbijglijden, ben je geneigd te denken dat die hele economische crisis een morbide verzinsel is van doemdenkende Paulen zoals De Grauwe en D'Hoore. Maar goed, dat laatste weekend van januari waren we naar Knokke afgereisd om aan kunst te doen. In de White-Out Studio liep namelijk een tentoonstellingsproject van Jan De Cock over Jacqueline Kennedy Onassis, iets met zes cahiers en nog een tweede tentoonstelling in de Staatliche Kunsthalle van Baden-Baden. Nu is die De Cock niet de eerste de beste, hij exposeerde in Moma en Tate en sterker nog -mocht ooit een driedelige cover voor Knack ontwerpen. Bij de galerie gearriveerd, vreesde ik dat we te laat waren. "Zut, de tentoonstelling is al afgebroken", mopperde ik, want door het raam onwaarde ik enkel een palletkar met een stapel papier. Verder hing er tegen één muur een print van een foto van een halve piramide. Maar aangezien er binnen licht brandde en een man (de galeriehouder ?) ons verwachtingsvol aankeek, gingen we toch maar naar binnen. "Kent u het werk van Jan De Cock ?" informeerde de man, waarop ik enigszins verongelijkt 'ja' knikte. Zag ik eruit als een boerentrien misschien ? Van in de Bozar herinnerde ik mij triplex kastjes en schappen en iets met gele verfstroken. Dezelfde gele verfstroken die hier over de etalage liepen en over een elektrisch snoer op de vloer. Dus toch kunst. "Die lijnen zijn heel belangrijk", legde de galeriehouder vriendelijk uit. En verder prees hij de schoonheid van de sculptuur. Ik keek behoedzaam om mij heen. Waar was de sculptuur ? Toen viel mijn oog op een installatie met ouderwetse projectors die twee dia's over elkaar op een scherm schenen. Gevonden ! Nu Jacqueline Kennedy Onassis nog, het onderwerp van de tentoonstelling tenslotte. Niet dat ik in dit stadium nog op een beeltenis van Jackie rekende. Dat zou al te simpel zijn, niet voor niets heette het laatste van de zes cahiers disambiguation. Maar kijk, wie zoekt die vindt : in de begeleidende tekst bij de tentoonstelling was er sprake van Jackie die gaat wandelen in het Zwin en "overvallen wordt door een prikkelende geestdrift, veroorzaakt door een innerlijke stilte die ze sinds lang niet meer ervaren had." Nee, ik ben niet het type mens dat smalend doet over conceptuele kunst. Ieder diertje zijn pleziertje en als de keizer in zijn blote flikker wil rondlopen, voor mij niet gelaten. Maar één vraag bleef mij na die zondag in Knokke nog een tijdlang achtervolgen : dat kerstboompje dat in een hoek van de galerie onverdroten stond te pinken, maakte dat deel uit van de disambiguation of was dat puur seizoengebonden ? Linda Asselbergs