Hoeveel van je privéleven mag / moet je als columnist tegenwoordig prijsgeven ? Een pertinente vraag in deze tijd van belijdenisjournalistiek waarin alles, van het relaas van een simpele trip naar de supermarkt tot je intiemste zielenroerselen, geschikt geacht wordt om onder de noemer human interest ook in de meer serieuze persorganen te verschijnen. Zelf ben ik er diep in mijn hart van overtuigd dat het niemand wat kan schelen wat ik over wat dan ook denk, maar, helaas zou ik bijna durven zeggen, occasionele mailtjes bewijzen het tegendeel.
...

Hoeveel van je privéleven mag / moet je als columnist tegenwoordig prijsgeven ? Een pertinente vraag in deze tijd van belijdenisjournalistiek waarin alles, van het relaas van een simpele trip naar de supermarkt tot je intiemste zielenroerselen, geschikt geacht wordt om onder de noemer human interest ook in de meer serieuze persorganen te verschijnen. Zelf ben ik er diep in mijn hart van overtuigd dat het niemand wat kan schelen wat ik over wat dan ook denk, maar, helaas zou ik bijna durven zeggen, occasionele mailtjes bewijzen het tegendeel. Een andere vraag is natuurlijk wat intimi ervan vinden om in je schrijfsels opgevoerd te worden. Ik weet nog hoe diep ik meevoelde met de eindeloze schare 'verloofdes' die destijds in de geestige stukjes figureerden van Yvonne Kroonenberg, de Nederlandse columniste. Toegegeven, meestal anoniem, maar toen ze het over 'De Belg' had, wist ik toch maar lekker wie ze bedoelde. Dat ik Yvonne desalniettemin aardig vond, kwam doordat ze even hard de draak stak met haar eigen geklungel als met dat van haar onfortuinlijke minnaars. Nee, dan gaat het er in de Angelsaksische pers een stuk harder aan toe. Een heel nieuw genre zijn de zogenaamde dating columns, waarin journalistes onverbloemd verslag uitbrengen van een avondje uit met een fan. Een genre waarin ikzelf geen hoge ogen zou gooien, want de enige 'fan' die ooit op een date aanstuurde, beschreef zichzelf als "een goed uitziende dwerg van 1m34" die nog maar een paar maanden te leven had en mijn hulp nodig had om zijn fortuin goed te besteden. Dat was nadat ik een stukje over kleine mannen geschreven had. Een dwerg met gevoel voor humor, ik wens hem een heel lang leven toe. Een geval apart is Catherine Townsend, een Amerikaanse die de plas overstak en in The Independent een column heeft met de veelzeggende titel Sleeping around. Ik hoop voor Catherine dat haar moeder geen Engelse kranten leest, want verdraaid nog aan toe, het is niet stichtend wat ze allemaal te melden heeft. Dat ze geregeld droomt dat ze in de jury van een blotemannenverkiezing zit, bijvoorbeeld. Lucky her. Als ik droom dan is het steevast dat ik mondeling examen ruimtemeetkunde moet doen. Dat komt omdat ik zo'n dertig jaar geleden maar één van de 56 in te studeren stellingen kende en door een wonderlijke speling van het lot precies die ene stelling als examenvraag kreeg. Weswegen ik nu nog altijd een schuldgevoel meetors en nooit van naakte mannen droom. Spijtig. En niet eens katholiek opgevoed ook. In één van haar columns voert Townsend ene Keith op. Niet de ware, maar "het seksuele equivalent van Zwitserland : schoon, safe en emotioneel niet te uitputtend". Hij zal het graag lezen. Negentig minuten nadat de tortels elkaar hebben leren kennen, liggen ze in bed. "Waar we de eerste acht uur niet uitkomen." Ja hallo, wanneer schrijft die Townsend haar columns ? Als ze haar doorligwonden verzorgd heeft ? Vervolgens gaat het koppel samen in bad, waar ze elkaar knus inzepen. Pure fictie, als je 't mij vraagt. Ik zie hem daar al zitten, het seksuele Zwitserland, met zijn knieën naast zijn oren en een zielige blik in de ogen : "Mag ik er nog niet uit ?" Een vrouw met een beetje levenservaring weet wel beter : samen in bad zitten is alleen leuk met een sympathieke, rijke dwerg van 1m34. Linda Asselbergs