Christoph Broich: Fusie van mode & kunst

Christoph Broich (36) is afkomstig uit Blankenberg, een stadje in het Duitse Rheinland. In tegenstelling tot de Vlaamse naamgenoot, een idyllisch middeleeuws plaatsje met amper zestig huizen binnen de stadswallen. Broich kwam uit een alledaags gezin : zes kinderen, vader was schoenmaker en koster, moeder hield het plaatselijke postkantoor open. Zelf zag hij het grootser : hij wou het maken in de mode en kwam in 1990, na een opleiding als kleermaker, op de Antwerpse modeacademie terecht. Hij was een tijdje assistent bij Vivienne Westwood, maar al snel richtte hij zijn eigen label op. Halverwege de jaren '90 werkte Broich ook enkele jaren als moderedacteur voor de Duitse Elle. De aantrekking van zijn studentenstad bleef echter groot, en Antwerpen werd Broichs definitieve stek. Ondertussen wordt hij er tot de avant-garde gerekend. Hij heeft een eigen boetiek aan de Steenhouwersvest, tussen andere modezaken, antiekhandels en curiosashops. Broich is vooral bekend om zijn prints, die hij beschouwt als grafisch werk, als op zich staande creaties bijna.
...

Christoph Broich (36) is afkomstig uit Blankenberg, een stadje in het Duitse Rheinland. In tegenstelling tot de Vlaamse naamgenoot, een idyllisch middeleeuws plaatsje met amper zestig huizen binnen de stadswallen. Broich kwam uit een alledaags gezin : zes kinderen, vader was schoenmaker en koster, moeder hield het plaatselijke postkantoor open. Zelf zag hij het grootser : hij wou het maken in de mode en kwam in 1990, na een opleiding als kleermaker, op de Antwerpse modeacademie terecht. Hij was een tijdje assistent bij Vivienne Westwood, maar al snel richtte hij zijn eigen label op. Halverwege de jaren '90 werkte Broich ook enkele jaren als moderedacteur voor de Duitse Elle. De aantrekking van zijn studentenstad bleef echter groot, en Antwerpen werd Broichs definitieve stek. Ondertussen wordt hij er tot de avant-garde gerekend. Hij heeft een eigen boetiek aan de Steenhouwersvest, tussen andere modezaken, antiekhandels en curiosashops. Broich is vooral bekend om zijn prints, die hij beschouwt als grafisch werk, als op zich staande creaties bijna. Ik raakte hier niet weg. Nadat ik mijn diploma had behaald, heb ik eventjes geprobeerd naar Duitsland terug te keren. Maar ik vond het vreselijk en ben meteen teruggekomen naar mijn nieuwe heimat Antwerpen. De creativiteit. In België krijgen mensen alle vrijheid om te experimenteren. De ruimte. In de ruimste zin van het woord. Losse tegels in het trottoir als het regent. Ergerlijk gewoon ! Regen. Hun beleefdheid. Belgen zijn zo verschrikkelijk hoffelijk, dat het moeilijk is een serieuze ruzie met hen te beginnen. Na twaalf jaar nog altijd niet. Mijn roots liggen bij mijn familie, en die leeft in Duitsland. Maar ik voel mij hier wel heel erg thuis, alsof ik een van jullie ben. Ik denk dat bij iedereen die op de Antwerpse academie mode gedaan heeft, een Belgische touch te vinden is. Goede mode. Kleren met een ziel. Op mijn dak met uitzicht op de kakofonie van achtertuintjes. Ook dat is typisch Belgisch. Steak met frietjes. Maar geen witloof, daar hou ik niet van. Brasserie van Loock, op de Dageraadplaats in Antwerpen. Op plaatsen waar je wordt aangetrokken door verrukkelijke geuren en de vreemdste dingen, in een exotische bazaar bijvoorbeeld. Die hebben ze hier helaas niet. Euh... André Rieu ? Hoewel, die was al sexy voor mijn moeder, en bij nader inzien is hij ook geen Belg. Ik denk dat hij Nederlander is. Maar goed, daarom is hij niet minder aantrekkelijk. Stephen Fairchild (41) werd geboren in New York, als zoon van modemediamagnaat John Fairchild. Mode was alles wat de klok sloeg bij de Fairchilds : hun hele omgeving was ervan doordrongen. Voor zijn studies reisde Stephen de wereld rond : van de Verenigde Staten naar Zwitserland en Frankrijk. Stephen zou ontwerper worden, zoveel was zeker. Zijn carrière begon niet bij de minste : van 1984 tot '92 was hij assistent bij Armani. Daarna trok hij terug naar zijn geboortestad, waar hij achtereenvolgens werkte bij Ralph Lauren en Calvin Klein, telkens als design director. Na een nieuw Italiaans intermezzo van vier jaar bij Valentino, kwam Fairchild bij Matt Nye in New York terecht. Sinds 2001 werkt Fairchild voor eigen rekening. Met hoofdzetel in Milaan, maar met België als uitvalsbasis. De bagage die hij al die jaren opdeed, resulteerden in een mix van Italiaanse goede smaak en Amerikaanse sportieve look. Casual chic dus. Al speelt de invloed van zijn nieuwe thuisland ook wel mee. Sinds 2000, maar eigenlijk voelt het minder lang aan, want ik ben voortdurend in het buitenland voor mijn job. Mijn vrouw is half-Belgische : Amerikaanse van origine, maar hier geboren en opgegroeid. We hebben hier in een huis gekocht - ongelooflijk, voor een prikje - en beslisten ons voor een tijdje te settelen. Ik ben dol op mijn nieuwe huis en op de levenskwaliteit die ik hier ervaar. En op de frietjes, natuurlijk. Antwerpen, de creatieve undergroundscene en de Vlamingen. Ja en nee. Ik ben en blijf een Amerikaan. Er zijn hier dingen die ik koester, maar New York is mijn stad en dat zal altijd zo blijven. Hoewel, Antwerpen is langzaam maar zeker een klein New York voor me aan het worden. De vier seizoenen en het groen dat hier zo gul aanwezig is. De regenachtige dagen ; dan kan ik mijn rubberlaarzen nog eens aan. En de prijs van vastgoed : absoluut te gek. Wafels, mosselen, fantastische undergroundmuziek, rook en kamers die verlicht worden met één gloeilamp. Hun rijstijl. Ongelooflijk ruw en onbeleefd. Ook de voorrang-van-rechtsregel vind ik vreselijk. En de gewoonte van Belgen om betaald te willen worden, vooraleer ze aan een job beginnen. Maar als ik één kenmerk van de Belgen mocht veranderen, was het hun mening over Amerika en de Amerikanen. Veel te ongenuanceerd. Toch wel : de individualiteit die ik probeer na te streven. Dat is wat de Belgische mode voor mij betekent. Axel Vervoordt's Kanaal in Wijnegem. Mosselen, zoals ze klaargemaakt worden in Aux Vieux Bruxelles. Sir Anthony Van Dijck in Antwerpen. In tweedehandswinkels en rommelmarkten rond Brussel en Antwerpen. Axelle Red.Angelo Figus (28) is afkomstig uit Caglieri, een klein geïsoleerd dorpje in Sardinië met een sterke kleermakerstraditie. Hij studeerde wetenschappen, maar experimenteerde ondertussen met de naaimachine van zijn moeder. In 1995 trok Figus naar Milaan, om architectuur te studeren. Een jaar later ruilde hij Milaan voor de Antwerpse modeacademie. Figus voelde zich meteen goed in de vernieuwende Belgische modescene. In 1999 studeerde hij af als primus van zijn klas, met de opmerkelijke mannencollectie Cuore di Cane. De collectie die geïnspireerd was op zijn grootvader, een kluizenaar, gooide hoge ogen op de haute-coutureweek in Parijs. Met de steun van Dries Van Noten stond Figus het jaar daarna opnieuw in Parijs, met zijn eerste volwaardige collectie voor dames. Sindsdien is Angelo Figus in de modewereld een begrip geworden. Zijn stukken zijn soms theatraal, soms engelachtig van sfeer, maar altijd erg vrouwelijk. Naast zijn eigen collectie is Figus ook bezig met artistieke projecten, zoals kostuumontwerp voor opera. Zeven jaar. Met de trein. Door het weer. Het weersysteem hier is uniek, al kan ik niet precies zeggen waarom. Het is een state of mind, het doet me denken aan de schilderijen van Magritte. De bonte mix van mensen en culturen. Dat alles bij de hand is. In de supermarkt vind je voedsel uit de hele wereld. Vanuit Brussel kun je ook rechtstreeks met de trein naar Amsterdam, Londen of Parijs. Wat er zich achter mijn rug bevindt als ik op het strand van Knokke naar de zee zit te kijken. Die raadselachtige glimlach. Je ziet hem bijvoorbeeld op de schilderijen van Van Dijck. Ook Belgen hebben trekjes van de Mona Lisa. Al die meningen over the Italian way. Belgen zijn even goed Italianen als wij dat zijn. Is er een Belgische trek in je ontwerpen ? Een zeker intellectualisme, denk ik. Dat alles mogelijk is. Belgische mode is erg conceptueel, je kunt de dingen op verschillende manieren interpreteren. Een leren handschoen kan een portemonnee worden, een sleutelhanger kan veranderen in een oorring. Belgen hebben een bijzondere manier om elementen te gebruiken. Alles om je heen kan een deel van je werk worden. Het hoekhuis in de Reyndersstraat in Antwerpen, waar vroeger de fietsenwinkel Cycle de la lune was. Vandaag is het een gekraakte kunstgalerie, erg low profile. Wat is je lievelingsgerecht uit de Belgische keuken ? Pizza. Soeki in de Volksstraat in Antwerpen. Absolute aanrader. Ik ga niet graag shoppen. Koningin Paola. Een Italiaanse Belgische met een interessant lichaam. Maria Intscher (28) groeide op in Noord-Canada. Een geïsoleerde streek, met lange barre winters en een eindeloos uitgestrekt landschap. Mooi maar eenzaam. Hoewel Maria een zorgeloze jeugd had, wist ze van kindsbeen af dat ze niet in Canada zou blijven. Op haar zeventiende trok ze weg, eerst naar Philadelphia en daarna naar Northampton. In Londen vond Intscher pas echt haar draai : ze studeerde er mode en werkte als assistente bij Alexander McQueen. De volgende stop was Antwerpen, waar ze assistente werd van Dirk Bikkembergs. Intscher vond er een nieuwe thuis. Na een kort intermezzo in Duitsland, vestigde ze zich in Antwerpen waar ze in 2000 haar eigen label oprichtte. Haar stijl is schatplichtig aan haar nomadische bestaan : Canadese puurheid, aangevuld met Londense sexy/cool, Duits realisme en Belgische zin voor experiment. Intscher in enkele woorden : expressief en een tikkeltje ongewoon, met uitgesproken vormen maar steeds draagbaar. Sinds januari 1998, al heb ik tussendoor nog eventjes in Duitsland gewoond. Ik was ingehuurd als assistente voor de damescollectie van Dirk Bikkembergs . Voor de gezellige sfeer hier, voor mijn vrienden. En voor de wafels. Antwerpen inspireert me als stad : de gebouwen, de mensen, hun leefstijl. Mijn vrienden, ik zou ze niet meer willen wissen. Al zie ik ze niet zo vaak in deze drukke tijd. De regen ! Voor mijn part zouden de Belgen betere chauffeurs mogen zijn. Ja. Maar of ik me ook Belg voel ? Moeilijk te zeggen. Van origine ben ik Canadese, maar zo voel ik me niet, toch niet voor honderd procent. Ik denk dat mijn identiteit een smeltkroes is van kenmerken van alle landen waar ik in mijn leven heb gewoond : Canada, Engeland, Duitsland en België. De kleren die ik ontwerp zijn niet echt 'Belgische stijl'. Maar er is wel een vleugje excentriciteit in de collectie, die wonderwel past in de Belgische modescene. Antwerpen is een plaats waar experimenteren wordt gestimuleerd. Precies daarom voelen jonge ontwerpers zich er zo goed. Ernstig en toch een beetje speels, intrigerende lijnen en veel zwart. Het oude centrum van Antwerpen. Ik ben gek op de buurt rond de kathedraal. Witloof in de oven. Mamado in Antwerpen. Mmm... Delhaize... Ook Stephan Schneider (31) is van Duitse afkomst. Geboren in Düsseldorf maar aangetrokken door de charme van België en de bloeiende modescene, schreef hij zich in 1990 in aan de Antwerpse modeacademie. In 1994 studeerde hij af als primus van zijn klas. Het betekende zijn ticket naar de modewereld : hij kreeg een stand toegewezen in de Parijse modeweek waar hij enkele stukken toonde, die gebaseerd waren op zijn laatstejaarscollectie. Schneider kreeg meteen verschillende bestellingen en richtte kort daarna zijn eigen zaak op in Antwerpen. Ondertussen heeft de ontwerper een eigen boetiek in Antwerpen en Japan. Schneider speelt in zijn collecties vaak met ideeën als ' massa', 'verveeldheid', 'middelmatigheid'. Reality fashion, noemt hij het zelf, omdat de kleren niet domineren maar sympathie opwekken omdat ze naar eigen zeggen 'buitengewoon ordinair' zijn. Al winkelend bij Yamamoto en dansend in de Bocaccio. Omwille van de hoge levenskwaliteit. Die is in België onovertroffen. De Antwerpse Hoogstraat op zondag. De sympathieke dagdagelijkse ouderwetsheid ervan. Die kom ik hier nog tegen. De chocopasta van Galler, met pralinesmaak. Ik denk dat je enkel in België choco kunt krijgen met pralinevulling. De Groenplaats. Mijn winkel is ernaast gevestigd. Toen ik hier voor het eerst kwam, was het nog een authentiek groen plein met een pittoreske sfeer. Nu is het een betonnen vlakte geworden met de charme van een landingsbaan. België heeft zoveel troeven maar gaat er vaak zo slordig mee om. Authenticiteit. Zowel het land als de mensen zijn echt. Niet bedacht of geforceerd. Hun drang tot heraanleggen. De Meir, de Leien, waarom moet dat zo nodig allemaal worden open gelegd ? Niet echt. Gelukkig maar, dat houdt de zaken nog een beetje spannend. Ik probeer eerlijke mode te maken. Niet zoals in Parijs of Milaan, waar topstylisten en fotografen worden aangetrokken om de kleren een geloofwaardig imago te geven. Elk patroon en ontwerp gaat door mijn handen en spreekt daarom voor zichzelf. In het kort : passie met continuïteit. Mijn sofa. Kaaskroketten. Euterpia in Berchem. Neen. Jammer genoeg heb ik daarvoor een allergie opgelopen. Een beroepsmisvorming.Dirk Schönberger (36) is Duitser en komt uit Keulen. Als tiener wist hij al dat hij mode wou studeren, en trok voor een tijdje naar Florence om de kat uit de boom te kijken. Eigenlijk wou hij naar New York, maar dat was te duur. Dus studeerde hij aan de afdeling van Esmod in München, waar hij in 1992 met de onderscheiding van de beste mannencollectie afstudeerde. Meteen daarna kon hij aan de slag als assistent van Dirk Bikkembergs. Vier jaar later zette Schönberger een beslissende stap : hij begon met een eigen mannencollectie die hij in Parijs voorstelde aan pers en publiek. Antwerpen bleef zijn uitvalsbasis. Zijn label groeit sindsdien gestaag met elk jaar twee collecties en met showrooms in Antwerpen, Parijs en New York. Schönberger blijft niet op zijn eiland zitten : regelmatig maakt hij de oversteek naar de kunst, onder meer in zijn fotografieprojecten Verstärker variation 01 en 02 en in zijn samenwerking met de Duitse cineast Titus Von Lilien en de Nederlandse kunstenaar Cees Krijnen. De collecties van Schönberger vertrekken vanuit klassieke items die hij deconstrueert en met experimentele vormen en lijnen nieuw leven inblaast. Dit jaar bracht hij voor het eerst ook een lijn uit voor vrouwen. De eerste keer in 1992, toen ik kwam werken bij Bikkembergs. Vier jaar geleden kwam ik me hier opnieuw settelen. Ik wilde hier mijn eigen collectie opstarten. De werkcondities zijn prima in België. Er is niets wat me van mijn werk afhoudt. Ik voel me thuis bij mijn vrienden : in België, in Duitsland, in New York. Eigenlijk maakt het niet zoveel uit waar dat is. Na een tijdje begin ik me te hechten aan de stad waarin ik woon. Het is een irrationeel gevoel, moeilijk te omschrijven. Thuis kijk ik soms naar de Vlaamse televisie. Nogal lullig, niet ? Aan hetzelfde waar ik me overal aan stoor : dat mensen zulke idioten zijn, die hun lesje nooit leren. We leven in een verenigd Europa en toch blijven we onszelf wentelen in haat tegen iedereen die anders is. Dat het journaal veeleer start met een dode koe in Limburg in plaats van met de dingen die echt belangrijk zijn. Ik vind dat Belgen zeer luid spreken. Ik zou het volume wat lager zetten. Daar kan ik zelf moeilijk over oordelen. Dat laat ik aan anderen over. Wat de Belgen deden, moedigde me aan om zelf mode te maken. Ze waren zo vernieuwend, zo anders. Toen ik de foto's zag van de eerste show van Martin Margiela, ging er een wereld voor me open. De Belgische kust. Een cliché : friet ! Ik hou erg van Little Italy in Antwerpen. In mijn geboortestad Keulen.Ine Renson / Foto's Lies Willaert