Een zonnige maandag in mei. Een knaloranje tweedekker taxiet over het tarmac van de luchtmachtbasis Koksijde. Voor de kenners : het gaat hier om een SV4 (ontwerpjaar 1933), een legendarisch opleidingsvliegtuig vervaardigd door de Belgische vliegtuigfabrikant Stampe en Vertongen. Aan de stuurknuppel commandant-vlieger op rust Johan De Block, bijgenaamd Beaker, tevens de drijvende kracht achter vliegclub West Aviation. Onder een koptelefoon, met bonzend hart, uw verslaggeefster die zich eventjes vliegpionier Amelia Earhart mag wanen.
...

Een zonnige maandag in mei. Een knaloranje tweedekker taxiet over het tarmac van de luchtmachtbasis Koksijde. Voor de kenners : het gaat hier om een SV4 (ontwerpjaar 1933), een legendarisch opleidingsvliegtuig vervaardigd door de Belgische vliegtuigfabrikant Stampe en Vertongen. Aan de stuurknuppel commandant-vlieger op rust Johan De Block, bijgenaamd Beaker, tevens de drijvende kracht achter vliegclub West Aviation. Onder een koptelefoon, met bonzend hart, uw verslaggeefster die zich eventjes vliegpionier Amelia Earhart mag wanen. Ach, wat zou ik graag opstijgen en de Westhoek vanuit de lucht bewonderen. Helaas, brandstof is duur. Voor een luchtdoop in dit parmantige tuig zal ik begin augustus moeten terugkomen. Dan krijgt de SV4 het gezelschap van meer dan honderd andere historische vliegtuigen. Besparingen, dat was ook de reden van het opschorten van de prestigieuze Airshow van Koksijde waar op topmomenten tot 80.000 toeschouwers zich vergaapten aan de stunts van de Red Arrows, Thunderbirds en de Patrouille de France. "Ook bij defensie moeten we op de kleintjes letten", zegt adjudant Pilippe Desmyttere van de Dienst Publieke Relaties van de Basis Koksijde. Een alternatief vonden het gemeentebestuur van Koksijde, de VVV Koksijde-Oostduinkerke en de West Aviation Club in de rijke geschiedenis en meer bepaald het oorlogsverleden van de streek. Bij het Vlaamse publiek is het vliegveld Koksijde - thuisbasis van het 40ste smaldeel dat voor zijn Search & Rescue-opdrachten met Sea King-helikopters opereert - vooral bekend door de serie en film Windkracht 10. In een hoek van de grote hangar hangt nog een poster uit 2006 : hoe piepjong zagen de acteurs Kevin Janssens, Veerle Baetens en Jelle Cleymans er toen uit. Adjudant Desmyttere toont mij de replica van een Sea King waarin heel wat scènes gedraaid werden. Echte Sea Kings zijn er uiteraard ook, imponerend in vergelijking met de kleinere Alouette III-toestellen van de marine. Gloednieuw is een exemplaar van de NH 90 helikopter die op termijn de Sea King zal vervangen. Wat weinigen weten is dat Koksijde een van de oudste vliegvelden van België is. Vaststaat dat het begin 1915 in gebruik was. Het Militair Vliegwezen stond toen nog in de kinderschoenen, zoals de hele luchtvaart eigenlijk. Op 17 december 1903 gaven de Amerikaanse broers Orville en Wilbur Wright met een vlucht van 260 meter in het duinengebied van Kitty Hawk, North Carolina, de aanzet tot de verovering van het luchtruim. Vijf jaar later was er de eerste succesvolle vlucht van Baron Pierre de Caters, de eerste Belg die een vliegbrevet haalde. Zijn prestaties inspireerden andere pioniers, onder wie ridder Jules de Laminne, Jan Olieslagers, Jules Tyck en zelfs een vrouw, de Doornikse actrice en stuntvrouw Hélène Dutrieu, alias 'de menselijke pijl'. Spoedig erkenden de militairen de mogelijkheden van vliegtuigen, in de eerste plaats voor luchtverkenning, die tot dan toe beperkt was tot het gebruik van vastgeankerde ballons. Het Franse ministerie van Oorlog kocht in 1909 als eerste een reeks toestellen voor observatieopdrachten. Met enige vertraging volgden andere Europese landen, waaronder België. In 1913 werd de Compagnie des Aviateurs opgericht. Kandidaat-piloten moesten jonger dan 35 zijn, ongehuwd, officier in het actieve kader en al in het bezit van een burgerbrevet. Amper een jaar na de oprichting kreeg de militaire luchtvaart haar vuurdoop : op 4 augustus 1914 viel Duitsland België binnen. Na hevige gevechten verschanste het Belgische leger zich achter de IJzer, een natuurlijke hindernis in de Westhoek. Door de polders tussen de spoorlijn Diksmuide-Nieuwpoort en de IJzer blank te zetten, slaagde men erin het Duitse offensief tot stilstand te brengen. De Duitse luchtmacht had in 1911 al luchtbombardementen uitgevoerd in Noord-Afrika. Die ervaring gebruikten ze in WO I, onder andere in januari 1915 bij bombardementen op Belgische stellingen in Duinkerken. Daardoor realiseerde de vaderlandse legerstaf zich dat vliegtuigen meer mogelijkheden boden dan observatie en verkenning. Voortaan werden Belgische toestellen uitgerust met machinegeweren, ter verdediging van de eigen stellingen tegen luchtaanvallen. Hoe zo'n primitief luchtgevecht verliep, is te lezen in het boek 80 jaar vliegveld Koksijde van adjudant Willy Vilain. Tekenend is het verhaal van luitenant Jacquet die graag 's morgens in alle vroegte op 'jachtcroisière' ging, tot ongenoegen van zijn waarnemer, luitenant Vindevoghel, die niet zo matinaal was ingesteld. Toen deze op een dag niet tijdig op het appel verscheen, nam Jacquet dan maar een kok uit de officiersmess mee als mitrailleur. Die moet toch enige schutterskwaliteiten gehad hebben, want na een gevecht in regel boven Diksmuide met een snellere Duitse Aviatik, was het de laatste die het eerst de strijd opgaf en afdroop. Luitenant Jacquet slaagde er bovendien in veilig te landen, zij het met een doorzeefd toestel en dito Renaultmotor. De locatie van het eerste vliegveld van Koksijde is bepaald ongewoon te noemen. Gekozen werd voor drie weiden naast de abdijhoeve Ten Bogaerde, een belangrijke uithof van de cisterciënzerabdij Ten Duinen (1138). Door de eeuwen heen kregen de abdij en haar uithoven het in militaire conflicten zwaar te verduren, maar de oorspronkelijke eindgevels van de imposante cisterciënzerschuren staan nog overeind en de rest van het complex werd prachtig gerestaureerd. In 2004 werd de abdijhoeve door de gemeente Koksijde aangekocht en als cultureel centrum ingericht, met onder meer een tentoonstellingsruimte in de voormalige abdijkerk. Hier loopt tijdens de Fly In de hedendaagse kunsttentoonstelling Ten oorlog. De infrastructuur van het militaire vliegveld was pover : barakken en tenten moesten beschutting bieden aan vliegtuigen en militair personeel. Het eerste toestel dat er probeerde te landen, een Farman, raakte de populieren die het veld omzoomden en stortte neer. Vanaf begin maart 1915 opereerden drie Belgische smaldelen van op Koksijde. Later verbleven er ook Franse en Britse eenheden. Omdat het slechts op tien kilometer van de frontlinie lag, werd Ten Bogaerde geregeld onder vuur genomen. In 1916 werd dan ook een nieuw vliegveld aangelegd in de Moeren, een deelgemeente van Veurne. Doordat het landschap rond Ten Bogaer-de in de laatste honderd jaar nauwelijks veranderde, kun je je gemakkelijk inleven in het oorlogsverhaal. Links van het poortgebouw zullen begin augustus de velden vermiljoen kleuren. Daartoe werd begin april drie kilo Papaver rhoeas ingezaaid, goed voor tienduizenden klaprozen in het grootste papaverveld van Vlaanderen. Die poppies zijn in het Verenigd Koninkrijk en het Gemenebest het symbool van de Eerste Wereldoorlog, dankzij de Canadese militaire arts en dichter John McCrae. Zijn gedicht In Flanders Fields vereeuwigde de fragiele rode bloemen die dapper bleven bloeien op de slagvelden, ondanks dood en vernieling. Coxyde Military Cemetery, de grootste Britse militaire begraafplaats aan de Vlaamse kust, is trouwens vlakbij. Het klaprozenveld is een idee van de burgemeester van Koksijde, Marc Vanden Bussche, die al tien jaar bezig is aan Leven en dood, Bachten de Kupe tijdens de Groote Oorlog, een boek waarin hij het dagelijks leven in zijn streek tijdens die verschrikkelijke periode beschrijft. Vanden Bussche : "Koksijde en omgeving speelden een cruciale rol in het oorlogsgebeuren. Ooit was ik in Sint-Petersburg, waar ik een bord zag met de tekst : 'Hier hebben wij 900 dagen standgehouden tegen de Duitsers.' Wel, in Koksijde zouden wij een bord kunnen zetten met 'Hier hielden wij 1200 dagen stand tegen de Duitsers.' Het was een verschrikkelijke tijd : de streek werd beschoten vanop zee, vanuit de lucht en van over de IJzer. De Duitsers zetten Dikke Bertha in, een houwitser die tot 15 kilometer ver kon schieten. Nieuwpoort lag volledig plat, zo'n tweeduizend inwoners vonden een onderkomen in Koksijde, in een wijk die Klein Nieuwpoort ging heten. Hoe dichter bij de frontlijn, hoe sneller de inwoners geëvacueerd werden. Hele families werden uit elkaar gerukt, veel kinderen werden in Parijs en in vakantiekolonies in Normandië ondergebracht. Er waren er die na vier jaar hun ouders niet meer verstonden." Anderzijds promoveerde het enige stukje onbezette vaderlandse grond, slaperige boerengemeenten waar het kusttoerisme nog in de kinderschoenen stond, tijdens de Eerste Wereldoorlog tot het centrum van België. "De koninklijke familie was geregeld te zien, ze verbleven op vijf kilometer hier vandaan, in de voorlaatste villa voor de Franse grens, verlaten door de eigenaars. Zoals Koningin Elisabeth in haar dagboek schreef : 'Wij zijn als koekoeken in andermans nest getrokken.' Voor zover nog niet geëvacueerd, keek de plaatselijke bevolking de ogen uit toen zoeaven en zwarte soldaten op het toneel verschenen, zoiets hadden ze nog nooit gezien." Na de Wapenstilstand volgde de wederopbouw, vaklui die daar het meest toe konden bijdragen, mochten het eerst naar huis terugkeren. Van de plannen om in de jaren dertig op Ten Bogaerde een burgervliegveld aan te leggen, kwam niets in huis. De huidige basis Koksijde ligt oostelijk van Ten Bogaerde. In oktober 1940 begon de Duitse bezetter er aan de bouw van het nieuwe vliegveld, wat een volgend bewogen hoofdstuk van de luchtvaartgeschiedenis in Koksijde inluidde. Het boek Leven en Dood, Bachten de Kupe in de Grooten Oorlog verschijnt in november. In het WO I-dorp op de Fly In kom je als bezoeker te weten hoe de mensen in de streek de oorlog beleefden. De re-enactment met een zestigtal 'acteurs' zorgt voor boeiende living history.DOOR LINDA ASSELBERGS & FOTO'S FRÉDÉRIC RAEVENSDe locatie van het eerste vliegveld van Koksijde is bepaald ongewoon : drie weiden naast de twaalfde-eeuwse abdijhoeve Ten Bogaerde