Samen met zes andere berooide en gedesillusioneerde huisgenoten slijt Ginés Toyos Amezaga zijn dagen in een Moskouse 'kommoenalka', een gemeenschappelijk appartement. Hoewel het gebrek aan privacy het leven vaak ondraaglijk maakt, vormt het bonte allegaartje van goedmenende, hopeloze sovjetburgers die elkaar voortdurend op de lip zitten, toch ook een goede remedie tegen de eenzaamheid.
...

Samen met zes andere berooide en gedesillusioneerde huisgenoten slijt Ginés Toyos Amezaga zijn dagen in een Moskouse 'kommoenalka', een gemeenschappelijk appartement. Hoewel het gebrek aan privacy het leven vaak ondraaglijk maakt, vormt het bonte allegaartje van goedmenende, hopeloze sovjetburgers die elkaar voortdurend op de lip zitten, toch ook een goede remedie tegen de eenzaamheid. Na de Spaanse burgeroorlog werd de tienjarige Ginés, zoon van Baskische communisten, samen met honderden andere kinderen op transport gezet naar de Sovjet-Unie, hét paradijs waar veiligheid en een mooie toekomst gegarandeerd zouden zijn. Maar het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog maakte al spoedig een einde aan zijn droom om ooit terug te keren naar zijn familie in Spanje. Het 'paradijs van licht en bloemen' wordt stilaan een hel van hard labeur, angst en KGB-terreur. Nog later ontneemt de perestrojka en het 'westerse verraad' van Gorbatsjov de sovjetburger zijn trots en gevoel van eigenwaarde. Wanneer 'zuipschuit' Jeltsin het markthervormingsproces inzet, slaat de inflatie zo ongenadig toe, dat alle strijdlust vlug is opgebrand en de murw geslagen Russische bevolking tracht te overleven op wodka, prostitutie en maffiapraktijken. In Rode as (Querido, 699 fr., 17,33 euro) laat journaliste Olga Merino Ginés zijn dagboek schrijven: een aangrijpende les sociale geschiedenis van een verbitterd en jarenlang belazerd man. Maria Buloh woont met haar man en haar dochtertje van drie in een armoedige nederzetting voor gastarbeiders. Ze zijn Sloveense immigranten op Tasmanië, weggevlucht na de Tweede Wereldoorlog in de hoop op een beter leven. De mannen werken in een onherbergzame streek aan een stuwdam. Het betere werk in de stad is voor de Australiërs zelf. Op een gure avond verlaat Maria haar man en haar dochtertje Sonja voor altijd. Sonja's vader kan het verlies niet verwerken en geraakt aan de drank. Hij mishandelt zijn kind geregeld, maar kan zich de volgende ochtend niets meer herinneren. Meer dan dertig jaar later keert de zwangere Sonja terug naar Tasmanië. Ze wil haar vader ontmoeten en het arbeiderskamp uit haar jeugd weerzien. Beetje bij beetje komt ze ook te weten wat er met haar moeder is gebeurd. Richard Flanagan, de auteur van Het geluid van een klappende hand (Anthos, 913 fr., 22,63 euro), is zelf van Tasmanië en getrouwd met een vrouw van Sloveense origine. Zowat alles wat hij beschrijft, berust op historische feiten. Maar bovenal is deze roman het ontroerend verhaal van mensen die door oorlog onherstelbaar beschadigd zijn. (FB)