Hoe ik mij el fin del mundo had voorgesteld? Een Antwerpenaar ziet dat heel simpel: daar is de boel dichtgeplakt met gazetten. Wat niet eens zo ver naast de waarheid is. Dit is het zuidelijkste punt van de bewoonde wereld, met een decor dat een van de meest dramatische op de aardbol moet zijn: rondom de baai rijzen rotsen messcherp op vanuit de zee, sommige zoals Los cinco hermanos tot 1500 meter boven het staalblauwe wateroppervlak. Hoogzomer is het hier nu, maar de thermometer wijst een zuinige 7° Celsius aan en er staat een nijdige bries. Niet dat de inwoners het aan hun hart laten komen: met liters roze, gele en lila verf en tuintjes vol bloeiende lupinen en vlammende goudenregen bevechten ze koppig het gure klimaat. In een grasvlakte net buiten het stadje sta ik ineens oog in oog met een kleine, indiaans ogende man die helemaal in zijn eentje petanque staat te spelen. Twee paarden kijken verbaasd toe. Ik steek mijn hand op, grijns breed. Enigszins schaapachtig grijnst de man terug. Petanque aan het eind van de wereld, het zou gesubsidieerd moeten worden.
...