Het is twintig voor vijf in de ochtend. Over twee uur is het exact veertig jaar geleden dat ik op de weegschaal werd gelegd, waarvan de rode naald bibberend aangaf : 3 kilo en 650 gram. Tien gram per dag dat een jaar telt ; het cijfer heeft verder geen belang.
...

Het is twintig voor vijf in de ochtend. Over twee uur is het exact veertig jaar geleden dat ik op de weegschaal werd gelegd, waarvan de rode naald bibberend aangaf : 3 kilo en 650 gram. Tien gram per dag dat een jaar telt ; het cijfer heeft verder geen belang. Ze hadden mij gewaarschuwd voor deze verjaardag, en toch komt hij nog met een kegel van knoflook en verschaalde drank. Ik heb geen zin in felicitaties. Ze klinken mij in de oren als condoleances, onbeholpen gestameld, even welgemeend als vals. Veertig past niet bij mij, het voelt als een hoofdhuid vol luizen. Als ik, vanaf het jaar van mijn geboorte, even ver in de tijd terugkeer als ik sindsdien heb geleefd, dan kom ik uit bij 1928. Dat was Al Capone, de Great Gatsby, de charleston - en al die andere dingen die zo oneindig lang geleden lijken als Godfried van Bouillon. Ik had niet verwacht het ooit zo moeilijk te hebben met een verjaardag. Dat heeft niet zozeer met de leeftijd op zich te maken, het leven begint immers op veertig, haha. Het komt doordat ik op zo ongeveer geen enkel vlak sta waar ik gehoopt had te staan. Daarmee bedoel ik niet alleen dat ik geen astronaut geworden ben, maar ook dat ik terug kan blikken op een uitspansel van kleinere misbaksels en tegenslagen. Zo liepen liefdes op de klippen en had ik een afscheidsgesprek bij de krant, waar mij valsheid te beurt is gevallen die de verbeelding tart. De toekomst lacht mij toe als een soort wildernis, te betreden met behulp van machetes. Veertig jaar geleden had mijn moeder weeen. De non was in slaap gevallen, heb ik vaak genoeg mogen horen, en toen de dokter erbij kwam was ik al geboren. Dat klinkt heldhaftiger dan het was. Ik tuimelde de wereld in en leerde hem kennen tot in het kleinste detail, van de zurige lichaamsgeur van mijn vader tot het licht op een septemberavond en al die dingen daartussen, die mij soms nog kunnen verbazen maar niet zo hevig als mijn dochter. Elke keer weer kijkt zij supergrappig als iets naar beneden valt. Ik betreur dat ik op haar verwondering het saaie woord zwaartekracht kan plakken. Schrijven om de onrust te bedaren. Ik heb het altijd onzin gevonden en nu doe ik het zelf, in de donkere nacht, in de luren waarin ik ben gelegd. Zou het waar zijn wat ze zeggen, dat de mensen met de dag onfatsoenlijker worden ? Ik vraag het aan wie ik tegenkom, beducht als ik ben voor het geloof dat vroeger alles beter was. Vroeger was er geen elektriciteit, vroeger waren er nazi's. Vroeger gingen kinderen dood aan de mazelen. Toch bevestigt zowat iedereen die ik hierover aanklamp mijn vermoeden : de wereld wordt rotter. "Sms NAT naar 7474," daagt de televisie mij uit. Op het scherm is een vrouw te zien met bananenborsten. Buiten kraait een haan. Autobanden roffelen over kasseien. Hierbinnen krast mijn pen op het papier, het is een onbenullig geluid en ik voel mij de laatste levende man in Europa. Nog 1 uur en 37 minuten en ik word geboren in het teken van de Stier, ascendant Tweelingen. Verder betekent dat niets - tenzij dan voor de astrologe die ik voor de aardigheid mijn horoscoop heb laten trekken. "Zoveel planeten in het Twaalfde Huis", zei ze hoofdschuddend. " Oeioei." Het Twaalfde Huis staat voor ziekenhuizen en gevangenissen, legde ze uit, voor eenzaamheid en afzondering. Voor karma en occulte dingen. Maar ook voor dromen en fantasie. Voor eenwording met de natuur en met god. Ze loerde naar mij van boven haar brillenglazen en zei nog eens : " Oeioei. Het is verwonderlijk dat gij het nog zover geschopt hebt, met zo'n horoscoop." Het was prettig dat te horen. Zozeer dat ik zin kreeg het spaarblik voor verloren & verlaten dieren dat op haar bureau stond, naar haar kop te gooien. Geboren onder een lastig gesternte, laat dat nu juist het gevoel zijn dat ik heb, een leven lang, hoe graag ik mijzelf ook een zondagskind zou willen noemen dat met zijn gat in de boter is gevallen en alles verwierf zonder er iets voor te doen. Het zal voor morgen zijn, voor volgende week misschien. In afwachting zit ik in het kille ochtendlicht te schrijven, koortsachtig, met verhitte handen, bij de flakkering van een eenzame vlam, terwijl buiten de gazons blauw kleuren en de roep weerklinkt van onbekende vogels. Reacties : jp.mulders@skynet.be Jean-Paul Mulders